|
|
|
Japanese prog |
|
Japanese prog: gaat die zon nog steeds op? Door Christoph In de jaren tachtig kende Japan een interessante progscène met acts zoals Mugen en Outer Limits (beide symfonisch) en Bellaphon (fusion). De jaren negentig zagen groepen als Teru’s Symphonia, Ars Nova en Gerard de brug bouwen naar de éénentwintigste eeuw. Vooral het Franse label Musea Records liet/laat ons een glimp opvangen van het progressieve circuit in het Verre Oosten. Vorig jaar ontvingen Interpose+ en Flat 122 nog lovende kritieken op PN. Is dit toeval, of valt er opnieuw iets opwindends te noteren in het land van de rijzende zon? Wij zochten het voor je op.
Neen, wie de
Japanse prog-fusion scène wil ontdekken, kiest beter voor Side
Steps. “Verge Of Reality” (Musea, 2005) start in pure
fusionstijl, ofschoon “Roppongi Night” geen originaliteitsprijs in
de wacht zal slepen. Vanaf “Edge Tripper” zijn er duidelijker
symfonische en progressieve aanknopingspunten, waardoor het nu echt
interessant
Naikaku’s “Shell” (Musea, 2005) is gecentreerd rond knap fluitspel dat het gouden tijdperk van de prog in herinnering brengt. Maar deze jongens voegen er nog enkele verrassende elementen aan toe. Jammer dat dat niet voldoende is om werkelijk interessante muziek op te leveren. Cherno worstelt met een zwakke productie: de instrumenten klinken alsof ze van op een afstand opgenomen werden. “Complicity Vision” (Vital Records, 2005) laat nochtans een originele sound horen, met zijn heavy gitaarlijnen en altsax/wind synthesizer. Spijtig dat de meeste drums voorgeprogrammeerd werden. Toch kun je hier de passie horen, maar de overdosis instrumentaal gefreak grenst dikwijls aan de verveling. Een curiosum dat misschien beter als soundtrack dient bij een nerveus gefilmde documentaire over het Japanse grootstadsleven. Het Japanse label Poseidon presenteert ons ook een serie concerten op dvd. “Live” (2005) toont de samenwerking tussen het ensemble Quikion en de tweemansritmesectie Lithuma Qnombus. Niet echt prog, maar eerder aangename wereld- en folkmuziek die een oude Japanse muziektraditie in ere houdt. Duidelijk een niche. Ten slotte, Walrus. Ofschoon gedrenkt in seventies classic rock en prog, zijn het zwakke composities op “Colloidal” (Adda, 2005), en de zanger geeft een slechte oosterse imitatie van Peter Gabriel. Hun vorige album “In The Room Of A Singular Point” (Adda, 2004) maakt het nog bonter, werkelijk te ridicuul om je oren aan te leggen, geloof me. Om dit overzicht te besluiten, kun je stellen dat er misschien een nieuwe progscène groeit in Japan, maar te veel bands die het zonder originaliteit en visie stellen, krijgen hun materiaal op CD. De platenmaatschappijen zouden strenger mogen selecteren en hun focus richten op die acts die wel het potentieel hebben om kwaliteit af te leveren.
Ratings: - 5 Or 9 (Ain Soph): 6,5/10 - Marine Menagerie (Ain Soph): 6/10 - Verge Of Reality (Side Steps): 8,5/10 - Shell (Naikaku): 5/10 - Complicity Vision (Cherno): 4/10 - Live (Quikion/Lithuma Qnombus): 6/10 - Colloidal (Walrus): 3/10 - In The Room Of A Singular Point (Walrus): 2/10
|
|
Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected. |