|

|
Tracklijst: Script for a jester's tear
(08:39) - He knows you know (05:22) - The web (08:48) - Garden party
(07:15) - Chelsea monday (08:16) - Forgotten sons (08:21)
|
In 1983 leken de hoogdagen van symfonische rock geteld. Genesis en Yes
probeerden het duidelijk over een andere (lees : meer commerciële) boeg te
gooien, en was The Final Cut ook niet de zwanezang van een andere
seventies-grootheid, Pink Floyd ?
Toen Marillion de ep Market Square Heroes (1982) uitbracht, bleek het
progvlammetje ineens weer op te laaien : op een paar dagen tijd gingen enkele
tienduizenden exemplaren over de toonbank en leek het alsof vele symfomanen
hierop hadden zitten wachten. Door de pers verguisd (frontman Fish zou hen
regelmatig op de korrel nemen) maar door velen liefdevol bejegend als de ware
troonopvolgers van Genesis : onder dit gesternte zag Script for a jester’s
tear het levenslicht.
Toegegeven, erg origineel klonk Script niet echt, daarvoor waren de
referenties aan hun grote voorbeeld Genesis te evident. Maar toch ontpopte de
groep zich al op dit eerste echte wapenfeit als een volwaardige vaandeldrager
van een nieuwe lichting progbands, die de jaren tachtig zouden voortbrengen
(gemeenzaam bekend onder de noemer neo-prog).
Toch toonde Script een aantal facetten, die het latere succes van de groep
zonder meer zouden rechtvaardigen. Stuk voor stuk sterke songs, niet echt
complex maar wel duidelijk afgelijnd en met heel wat aandacht voor melodie en
harmonie. Ook in tekstueel opzicht viel er heel wat te beleven : frontman Fish
zong niet enkel als Peter Gabriel, blijkbaar had hij ook z’n schrijfstijl aan
hem ontleend. Nogmaals, niet bijster origineel, maar wel heel goed. De immer
getormenteerde Fish ontpopte zich ook op het podium als een bijzondere
persoonlijkheid en zette z’n soms erg visuele teksten daadwerkelijk om in
allerlei personages…net zoals z’n grote voorbeeld u raadt het al.
Al bij al klonken de composities op Script heel volwassen (voor een debuut
dan toch) en ook in muzikaal opzicht zat alles snor. Steve Rothery’s
melodieuze gitaarklanken, Pete Trawavas’ onopvallende doch essentiële
baslijnen, Mark Kelly’s gevariëerd keyboardspel en Mick Pointer’s
complementaire drumwerk zorgden voor een erg herkenbare Marillion-sound. Maar
toch was de hoofdrol weggelegd voor Fish, die duidelijk de artistieke touwtjes
in handen had.
Dat zou enkele jaren later nog (pijnlijk) duidelijk worden.
Bespreking : Piet Michem
|