|

|
Tracklijst: Red (06:16)
- Fallen angel (05:58) - One more red nightmare (07:07) - Providence
(08:06) - Starless (12:18)
|
‘Georganiseerde anarchie’, zo omschreef frontman Robert Fripp de muziek
van zijn geesteskind ooit. Toegegeven, het vergt soms heel wat luisterbereidheid
om zich op het muzikale terrein van King Crimson te begeven. Avontuurlijk, dat
zeker, maar vaak ook balancerend tussen puur geniaal en storend dissonant.
Allicht het gevolg van het grote personeelsverloop, tal van koerswijzigingen
maar vooral het ondoorgrondelijke brein van de grootmeester himself.
Red is in twee opzichten heel interessant : ten eerste vanwege het sublieme
‘Starless’, misschien wel het Magnum Opus van de groep, maar zeker ook
vanwege de bezetting : KC was anno 1974 een trio, met naast Robert Fripp (gitaar
en mellotron) tevens Bill Bruford (drums) en John Wetton (bass en zang).
Gastbijdragen kwamen van o.a. David Cross (viool) en de onvermijdelijke Mel
Collins (sax).
Ondanks het rauwe, energieke karakter van Red, is het misschien toch wel
één van de meer toegankelijke Crimson-albums.
Opener (tevens titelnummer) Red illustreert dit perfect : dit instrumentaal
explosief mengsel, geserveerd door heavy gitaarklanken van Fripp, grijpt je
onmiddellijk naar de keel en laat je pas na een goeie 6 minuten weer los. De
middensectie is heel interessant : luister maar naar Danger Money van U.K. uit
1979 en je weet meteen waarom. Fallen Angel klinkt iets toegankelijker, maar
moet qua vitaliteit absoluut niet onderdoen voor z’n voorganger. Op One more
red nightmare mag Mel Collins z’n ding doen en freakt er lustig op los,
weliswaar vakkundig in het gareel gehouden door de tandem Wetton/Bruford. Fripp
beukt er naar zijn doen behoorlijk op los, maar nergens glijdt de muziek af naar
nodeloos gesoleer. Providence begint als een improvisatie van David Cross en
lijkt stuurloos rond te dobberen in een poel van dissonante geluiden, tot Wetton
en Bruford het roer overnemen en er aardig op los duelleren.
Tot slot het nummer Starles, waar je eigenlijk een heel essay aan kan wijden.
Een van de absolute hoogtepunten uit de proggeschiedenis !!!
Het nummer opent plechtig met die hemelse mellotronklanken, discreet begeleid
door zang, drums, bas en gitaar en nadien door sax en viool. Daarna gaat het
tempo een stuk omhoog en krijgen alle muzikanten ruimte om hun kunnen te
etaleren zonder dat de muziek evenwel ontaardt in een chaotisch klankspel. Het
slot is werkelijk fabuleus : de mellotron keert in volle glorie terug, ditmaal
ondersteund door de pompende bas van Wetton, het geraffineerde drumwerk van
Bruford en de opzwepende sax van Collins : dit is hét !
Een magistrale afsluiter van een bijzonder krachtig album : Red laat
hoedanook een verpletterende indruk na en laat horen waartoe topmuzikanten in
staat zijn : progressieve rock met de grote P !
Bespreking : Piet Michem
|