|

|
Tracklijst: Merlin (07:23) - Tintagel (02:41) - The sword in
the stone (03:30) - The king's enchanter (02:41) - Niniane (Lady of
the lake) (07:24) - Seagull (04:11) - Boogie heart (04:12) - Now that
we've come this far (04:30) - Can't afford to lose (03:20) - Love's
aglow (06:03)
|
Het zal onze Noorderburen
misschien enigszins verbazen dat een Vlaming hun boegbeeld een (overigens
volkomen terechte) plaats bezorgt in dit archief, maar het is mij nog steeds
niet duidelijk waarom deze band zelfs geen nominatie kreeg in de top 100 aller
tijden, vorig jaar gepubliceerd in IO-pages. Een regelrechte blamage voor een
land dat toch kan bogen op een rijk progverleden.
Eind jaren zeventig leek
het er op dat Kayak het zou gaan maken : Starlight Dancer had heel wat airplay
gekregen, ook in de USA, en de groep werd door een toonaangevend Amerikaans
muziekblad (Billboard) als ‘meestbelovende buitenlandse band’ bestempeld. Hoe
groot de ontgoocheling nadien ook moet geweest zijn door het uitblijvend
succes aldaar, toch zou de groep in artistiek opzicht nog 1 keer excelleren
met het sublieme en tevens erg symfonische ‘Merlin’.
Gebaseerd op de legende van
Merlijn, loodst Ton Scherpenzeel (toetsen) de luisteraar doorheen het
rijkgeschakeerde muzikale landschap van Kayak met behulp van uiterst
getalenteerde muzikanten die zonder twijfel een toegevoegde waarde genereren :
Edward Reekers (zang), Max Werner (drums), Johan Slager (gitaar) en Peter
Scherpenzeel (bas). Ook de stemmen van Katherine Lapthorn en Irene Linders (de
‘Kayettes’) zorgen voor een mooie vocale aanvulling van de toch wel knappe
cross-over prog van Kayak. Het dient toch gezegd dat Kayak één van de weinige
bruggenbouwers geweest is tussen symfo en pop.
‘Merlin’ opent met het
titelnummer dat live nog steeds een hoogtepunt vormt. Jammer toch dat Johan
Slager anno 2001 geen deel meer uitmaakt van de line-up, want zijn
gitaarexploten geven dit nummer een flinke portie energie mee. Ook de
meerstemmigheid, zo typerend voor de Kayak-sound, wordt hier wondermooi
weergegeven door de alternerende stemmen van Reekers en de beide dames.
‘Tintagel’ kabbelt rustig voort op mooi pianospel van Scherpenzeel. Eén
versnelling hoger gaat het op het pompende ‘The sword in the stone’ dat
ritmisch uitmondt in ‘The King’s Enchanter’. De Merlin-suite sluit waardig af
met een ander hoogtepunt : het door Reekers heel emotioneel gezongen ‘Niniane’,
met alweer een hoofdrol voor Scherpenzeel en Slager.
‘Seagull’ is een knappe
ballade, maar net geen ‘Ruthless queen’. ‘Boogie Heart’ probeert wel te
swingen, maar klinkt nogal braafjes. ‘Now that we’ve come this far’
daarentegen is alweer een heel fraaie ballade, met een knappe vocale outtro
van Reekers, Lapthorn en Linders. ‘Can’t afford to lose’ is een melodieus
up-tempo nummer en ‘Love’s aglow’ een ijzingwekkend beklemmend werkstukje van
Scherpenzeel (hij zingt het trouwens zelf) dat je keer op keer weer kippenvel
bezorgt.
Merlin zou nog gevolgd
worden door het vrij overbodige ‘Eyewitness’, maar daarna werd het lange tijd
stil rond deze Nederlandse progband….tot ze in 2000 vriend en vijand verbaasde
met het uitstekende ‘Close to the fire’. Maar da’s weer een ander verhaal.
Bespreking : Piet Michem
|