|

|
Tracklijst: Behind the lines (05:33) - Duchess (06:25) - Guide
vocal (01:34) - Man of our times (05:33) - Misunderstanding (03:14) -
Heathaze (05:01) - Turn it on again (03:51) - Alone tonight (03:57) -
Cul-de-sac (05:06) - Please don't ask (04:01) - Duke's travels (08:41) -
Duke's end (02:07)
|
1980 is een cruciaal jaar in de geschiedenis van de progressieve (lees :
symfonische) rock. Het is tegelijkertijd het einde én het begin van een
tijdperk en vormt een keerpunt in de evolutie van de progrock, reeds ingezet
eind jaren zeventig. Punk en New Wave hebben het establishment grondig door
elkaar geschud en het muzikaal landschap drastisch hertekend. Jumbo-groepen als
Yes, Genesis en Pink Floyd worden voortdurend op de korrel genomen als
belangrijkste exponent van het establishment en worden door het merendeel van de
pers als kwalijke etterbuilen uitgeknepen.
In deze weinig benijdenswaardige context situeren zich de laatste symfonische
stuiptrekkingen van 2 absolute grootheden : Yes (Drama) en Genesis (Duke).
Bij Yes werden Anderson en Wakeman (tijdelijk) vervangen door ‘Buggles’
Trevor Horn en Geoff Downes en Genesis had zich, na het vertrek van Hackett,
behoorlijk gerevancheerd met ‘And then there were three’(1979).
Duke
is een ander verhaal. Hoewel de 3 overgebleven Genesis-leden
oorspronkelijk een nieuwe ‘epic’ geschreven hadden (Duke), hebben ze (onder
druk van de platenmaatschappij ?) nadien het nummer gefileerd en in
verschillende schijfjes opgediend. Ook Duke laat een stevige indruk na, en
klinkt wat ‘rauwer’ dan we tot dan toe van Genesis gewoon waren. Vooral
Collins’ krachtige vocale partijen geven Duke een extra vibe, hoewel Duke
tevens de prelude vormt van de commerciële Collins-sound als gevolg van zijn
groeiend solo-succes.
Toch kunnen een aantal Duke-songs (Behind the lines, Duchess, Duke’s
travels & Duke’s end) wedijveren met het betere Genesis-werk van eind
jaren zeventig.
Hoewel zowel Drama als Duke niet bepaald hoogtepunten zijn van hun
rijkgevulde oeuvre, zouden zowel Yes als Genesis nadien nog zelden het oude
niveau halen. Begin jaren tachtig konden ze nog enigszins teren op hun glorieus
verleden maar toch zouden nieuwe bands als Marillion, IQ e.a. de fakkel
overnemen en comlexe, avontuurlijke structuren, eigen aan de jaren zeventig,
comprimeren tot meer toegankelijke en gemakkelijk in het gehoor liggende songs.
Hier lagen de kiemen van wat later neo-prog genoemd zou worden.
Pas in de tweede helft van de jaren negentig wordt symfonische rock in ere
hersteld : groepen als Spock’s Beard en The Flower Kings doen de jaren
zeventig in volle glorie herleven, hoewel wereldwijde erkenning en (commerciëel)
succes (nog) niet aan de orde zijn. Het is al bij al verheugend vast te stellen
dat het erfgoed van Yes en Genesis niet gedoemd is te verdwijnen en te verworden
tot een stoffige passage in één of ander lijvig rockoverzicht.
Hopelijk is dit het begin van een nieuw tijdperk……
Zie ook
Yes: Drama
Bespreking : Piet Michem
|