|

|
Tracklijst: Garden of Dreams (59:57)-Captain Capstan
(0:55)-IKEA by night (0:05)-Astral dog (8:00)-Deaf, numb and blind
(11:09)-Stupid girl (6:49)-Corruption (5:55)-Power of kindness
(4:25)-Psycedelic postcard (9:50)-Hudson river sirens call
(4:20)-Magic pie (8:19)-Painter (6:45)-Calling home (11:00)-Afterlife
(4:34)
|
Eén van de meest creatieve geesten uit de geschiedenis van de progressieve
rock huist ongetwijfeld in het hoofd van Roine Stolt. De muzikale bronnen die
hij blijft aanboren lijken maar niet op te drogen. Hoeft ook niet, want elke
TFK-release is een avontuur op zich waarin je als luisteraar meegesleurd wordt
in een kolkende massa van muzikale hoogstandjes. Geen enkele groep weet de
avontuurlijke jaren zeventig zo te reïncarneren als deze Zweedse band.
In tegenstelling tot Spock’s Beard zijn The Flower Kings niet echt een
live-band, maar in de studio zijn ze ongenaakbaar.
Het is evenwel geen sinecure om zich in één ruk door dit bijna 2 1/2 uur
durend epos te worstelen. Het vergt namelijk heel wat luisterinspanning om zich
in te leven in de wonderlijke wereld van Roine Stolt (gitaar, toetsen, zang),
Tomas Bodin (toetsen), Hasse Fröberg (zang), Michael Stolt (bas), Jaime Salazar
(drums) en Hasse Bruniusson (percussie). Afwisseling in overvloed, want Stolt
laat geen enkele kans onbenut om z’n rijke muzikale achtergrond breed uit te
smeren over een resem songs, variërend in tijdsduur van 5 seconden (moet een
grapje geweest zijn) tot zowat 1 uur (een uit de hand gelopen grap ?).
‘Flower Power’ kan enigszins vergeleken worden met ‘The Lamb lies down
on Broadway’ van Genesis. Schitterende songs, afgewisseld met bizarre,
instrumentale geluidscollages. Het mooiste voorbeeld hiervan is ‘Garden of
Dreams’, een uit 18 delen bestaande ‘epic’ van formaat. Niet alle stukken
zijn even geslaagd, en soms weet Stolt z’n creatieve uitspattingen nauwelijks
te bedwingen, maar er valt in muzikaal opzicht zoveel te beleven, dat er geen
tijd voor verveling is. Dat Stolt bovendien een begenadigd gitarist is, bewijst
hij overvloedig op het soms bluesy ‘Astral Dog’. De 2e cd bevat
meer reguliere TFK-songs, met o.a. het sublieme (sterk aan Genesis verwante)
Deaf, numb and blind, het meer ‘poppy’ ‘Stupid girl’ (hier komt U2 om de
hoek kijken), het instrumentale ‘Power of kindness’ (een beetje à la Focus)
of het melodieuze ‘Calling home’. ‘Hudson River sirens call’ had zo op
‘The Lamb…’ kunnen staan en ‘Afterlife’ klinkt, na zoveel
bravourestukjes, als een verlossing en laat je weer op adem komen.
Veel schitterende muziek (misschien net iets té veel van het goeie), daar
niet van, maar wie The Flower Kings beter wilt leren kennen, raad ik eerder ‘Stardust
we are’ (1997) of zelfs ‘Space Revolver’ (2000) aan, laatstgenoemde vooral
omdat het geen dubbel-cd is. Anderzijds is het wel zo dat ‘Back in the world
of adventures’ een titel is die op elke TFK van toepassing kan zijn : wil je
de fantastische jaren zeventig opnieuw beleven, dan zit je met deze Zweden meer
dan goed.
Bespreking : Piet Michem
|