|

|
Tracklijst: Pull me under (08:11) - Another
day (04:22) - Take the time (08:21) - Surrounded (05:28) - Metropolis
part 1 (09:30) - Under a glass moon (07:02) - Wait for sleep (02:31) -
Learning to live (11:30)
|
Deze Amerikaanse band slaagde er in 1992 in om met Images and Words de kloof
tussen prog en metal te dichten, en effende meteen het pad voor heel wat bands,
die op dit stramien zouden voortborduren. Hoewel later werk misschien af en toe
kwalitatief hoogstaander, blijft Images and Words een referentie in het genre.
Door een behoorlijk innovatief concept heeft DT zowel progliefhebbers als
metalfreaks kunnen overtuigen met een geniale mix van complexe, ritmisch
rijkgeschakeerde patronen en gewaagde melodielijnen op een onderbouw van
agressieve rockakkoorden. Niet verwonderlijk als je weet dat nagenoeg alle leden
(met uitzondering van LaBrie ) een conservatorium-opleiding genoten hebben. Hun
muziek etaleert de liefde voor zowel progressieve Engelse rockbands van de jaren
zeventig (Yes) als de rijke traditie van Amerikaanse (FM-)rock (Rush). Zoals
nagenoeg elke Amerikaanse band, werd vooral gestreefd naar een evenwicht tussen
stevige (zeg maar heavy) rock en mierzoete ballads, maar het dient gezegd dat
Dream Theater wel een pak gedurfder en minder voorspelbaar uit de hoek gekomen
is dan soortgelijke bands.
Opener Pull me under illustreert het vakmanschap van alle bandleden meteen.
Nagenoeg alle kenmerkende DT-elementen vind je in dit nummer terug : het
fenomale stembereik van James LaBrie, het virtuoze gitaarspel van John Petrucci,
de ingenieuze ritmische input van zowel John Myung (bas) als Mike Portnoy
(drums) en het zweverig toetsenwerk van Kevin Moore. Het is vooral
laatstgenoemde die de muziek van DT een meer symfonisch karakter geeft. Het
mooiste voorbeeld hiervan is het van zijn hand afkomstige Wait for sleep; een
dromerig, sfeervol tussendoortje (maar voor mijn part wel het hoogtepunt) en een
welgekomen rustpunt. Het verschroeiende tempo waartegen deze virtuozen alle
clichés van de heavy rock tarten is quasi niet bij te houden : hoewel soms wat
‘over the edge’, blijft het continu verbazing wekken hoe deze heren alle
gangbare conventies qua songstructuren uit elkaar halen om ze vervolgens in een
nieuw jasje te steken. Een huzarenstukje, ongetwijfeld.
Learning to live, het slotnummer, resumeert treffend deze werkwijze en
herhaalt enkele passages uit vorige nummers : zonder twijfel een ander
hoogtepunt.
Hoewel DT-adepten blijven claimen dat hun favoriete band de toekomst van de
progressieve rock opnieuw kleur gegeven heeft, is het uiteraard ook zo dat ze
hun roots nauwelijks verloochenen. Trouwens, op de vraag wie het eerst was, de
kip of het ei, kan eigenlijk niemand een antwoord geven. Ook niet nodig, vind
ik. Wat rest, is het gegeven dat Dream Theater heel wat bands geïnspireerd
heeft en dat ze ook vandaag (anno 2001) nog op het allerhoogste niveau actief
blijft.
Bespreking : Piet Michem
|