LORD of the rings...
door John ‘Bo Bo’ Bollenberg
Geboren op 10 juni 1941 mag Jon Lord zich gelukkig achten twee muzikale ouders
te hebben. Z’n vader is een plaatselijke jazz muzikant die de piepjonge Jon
(hij is er pas vijf) toelaat om piano te spelen op het instrument van z’n
grootvader. Na twee jaar les gekregen te hebben door de plaatselijke
muziekleraar Philip Lang ontvangt Lord de ‘liefde voor het componeren’ van
Frederick Alt. Iets later zou Lord ook les krijgen van jazz pianist John Palmer.
Hoewel klassieke muziek en jazz z’n eerste liefdes zijn is het toch de
geboorte van rock’n roll die alle aandacht krijgt waardoor hij uiteindelijk
beslist niet naar het Royal College of Music te stappen tot groot ongenoegen van
z’n ouders. Vooraleer Jon Lord geld zou verdienen middels rock’n roll werd
hij voor een korte periode leraar aan een zondagsschool terwijl hij ook met
theater begon te flirten. Het begon in Leicester aan het Little Theatre voor hij
in 1960 richting Londen afstevende waar hij les liep aan de Central School of
Speech and Drama teneinde in 1962 over te stappen naar het London Drama Centre.
Ondertussen was Jon Lord ook actief lid geworden van The Bill Ashton Combo.
Later vervoegde hij The Don Wilson Quartet dat een weinig later zijn naam
veranderde in Red Bludd’s Bluesicians. Toen de oudere broer van Rolling Stone
Ron Wood, Art Wood, erbij kwam werden ze The Art Wood Combo dat opnieuw de naam
wijzigde in The Artwoods. In die tussenperiode werd Lord ook gesignaleerd
tijdens opnames van niemand minder dan de Kinks. Toen The Artwoods het voor
bekeken hielden vond Lord voor een zeer korte tijd onderdak bij St.
Valentine’s Day Massacre om nadien eveneens voor korte tijd aan te sluiten bij
Santa Barbara Machine Head. In 1968 werd Lord lid van The Flowerpot Men doch nam
geen enkele plaat met ze op. Begin ’68 speelt hij aan de zijde van Ritchie
Blackmore, Ian Paice en Boz Burrell in het groepje Boz. Een maand later richt
Lord Roundabout op dat uiteindelijk als het prille begin van Deep Purple kan
worden gezien. Het is uiteindelijk de moeder van Ritchie Blackmore die ervoor
zorgt dat de naam van Roundabout wijzigt in Deep Purple een groep die het
gezicht van de rockmuziek niet alleen zou mee helpen bepalen doch ze ook
meerdere keren duchtig zou wijzigen. ‘Concerto for group and orchestra’ werd
wel op het conto geschreven van Deep Purple doch was in feite het geesteskind
van de inmiddels fel grijzende Jon Lord. Straks in alle eer en glorie wordt hij
zestig. Een gesprek met één van de eerste grootvaders van de rock.
Lord kon dus evengoed een klassiek pianist geworden zijn indien hij maar
les had gevolgd aan het befaamde Royal College of Music. Misschien zag hij het
schrijven van “Concerto for group and orchestra” als het afleveren van het
bewijs aan het adres van zijn ouders dat hij het ook had aangekund in de puur
klassieke discipline. ‘Dat denk ik niet’, begint Lord. Ik heb steeds van
klassieke muziek gehouden van sinds ik amper vijf, zes jaar oud was. M’n vader
kocht me m’n allereerste plaat op 78 toeren. Het was “Fingal’s cave
overture” van Mendelssohn dus ben ik van heel vroeg van klassieke muziek gaan
houden. Doch toen ik voor het eerst rock’n roll hoorde werd ik ook daar tot
over m’n oren verliefd op tot op een hoogte waar ik het ene niet voor het
andere kon uitschakelen. Ik prijs me zeer gelukkig dat ik in m’n hart plaats
heb gevonden voor beide stijlen en dat zal ik altijd blijven doen. Halverwege de
jaren zestig had ik het gevoel dat ik iets moest doen waarin beide stijlen aan
bod kwamen. Het was ambitieus doch het had veel meer voeten in de aarde dan de
lessen die ik tot dan had gekregen. Ik kocht toen boeken over orkestratie om er
zeker van te zijn dat ik geen domme fouten zou maken. Het was een enorme sprong
in het duister. Ik denk niet dat ik het ooit had gehaald ware het niet door de
constante steun van Malcolm Arnold die op een bepaald ogenblik de eerste zes à
zeven pagina’s onder ogen kreeg van het ‘concerto’. Hij bekeek het even en
sprak : ‘ja, ja, ik zie het al. Dit is een stuk die het zeker zal doen.
Volhouden jongen. Doe zo verder !’ Dus deed ik verder en ik werkte het af in
amper drie maanden. Het werd in een razendsnel tempo aan het papier toevertrouwd
zonder dat ik er zelfs een piano voor nodig had. Ik hoorde alles in m’n hoofd
en schreef het direct op papier. Indien de zaken er toen anders voor hadden
gestaan dan had dit stuk nooit gecomponeerd geworden. Maar er was de constante
druk wat uiteindelijk meer goed dan kwaad heeft gedaan. Je mag niet vergeten dat
Deep Purple in die periode enorm veel optredens gaf. Soms kwamen we in het holst
van de nacht terug thuis nadat we eerder in het hoge noorden hadden opgetreden.
Direct bij m’n thuiskomst zou ik nog een paar uur aan het concerto werken.
Vergeet
ook niet dat er toen geen computers noch software voor handen waren zodat elke
noot voor ieder instrument apart op papier moest worden gezet. Ik moest wachten
tot de allereerste repetitie vooraleer ik m’n eigen compositie kon horen ! Die
repetitie was een ramp vermits het orkest me niet serieus wou nemen. Ze hadden
totaal geen enthousiasme en werkten eerder lui mee. Malcolm Arnold probeerde hen
te overtuigen dat ze hier een unieke kans kregen doch de luiheid bleef
aanhouden. De tweede repetitie was al een stuk beter en toen we het stuk moesten
opvoeren was het nog steeds niet perfect doch het leunde eerder aan bij hoe ik
het hoorde dan toen we voor het eerst samen kwamen. Er waren stukken die ik wou
veranderen vanaf het ogenblik dat ik ze hoorde doch er was eenvoudigweg geen
tijd dus moest ik alles laten zoals ik het in eerste instantie had
neergeschreven. Het is nooit mijn bedoeling geweest om middels het
‘concerto’ aan m’n ouders te bewijzen dat ik ‘degelijk’ materiaal kon
schrijven naast de rock composities. Mijn ouders, god zegene ze, stonden altijd
aan mijn zijde ongeacht wat ik deed. Voor hen was het belangrijk dat hun zoon
tevreden was met wat hij deed en ze hadden er zich bij neergelegd dat Deep
Purple net datgene was wat ik zocht. Vanzelfsprekend zijn ze als ouders af en
toe ontgoocheld geweest. Ontgoocheld omdat ik het niet beter deed op school, dat
ik m’n studies niet afmaakte, dat ik geen degelijke job had en dat ik eerst
acteur en later muzikant wou worden. Ze hebben veel moeten doorstaan. Het waren
goede mensen.’
Het is algemeen geweten dat de originele partituren van het concerto
verloren zijn gegaan dus was het totaal onmogelijk om dat stuk nog eens op te
voeren tenzij iemand zich de moeite zou troosten om alles nog eens uit te
schrijven. Hoe verrast was Lord toen hij plotseling te horen kreeg dat
Nederlander Marco De Goeij de klus aan het klaren was ? ‘Ik was er zelf aan
begonnen nog voor ik van Marco had gehoord. Ik denk dat ik er een goed jaar aan
had gewerkt zelfs met computer doch het bleef maar duren. Na een jaar had ik
zowat de helft van de eerste beweging klaar terwijl Marco, toen ik hem in
februari ’99 voor het eerst ontmoette, pakweg de ganse eerste beweging klaar
had, het merendeel van de tweede beweging terwijl hij verdomd goed wist wat er
met de derde beweging diende te gebeuren. Dus dat heeft ons maanden en maanden
aan werk gespaard waardoor we de dertigste verjaardag in Londen hebben kunnen
doen. Soms laten we het vocale gedeelte achterwege omdat voornamelijk de intro
zo’n zachte passage is. Kijk, als je met een zittend publiek te doen hebt dan
kan je het gerust in de show laten maar als het een staand publiek betreft dat
in hoofdzaak is afgezakt om de pure Purple klassiekers te horen, tja dan
schrappen we nogal eens de rustige passages en daar is het vocale deel van het
concerto het belangrijkste deel van. Veel van de hedendaagse concertbezoekers
hebben schrik van de stilte. Het lijkt erop alsof ze schrik hebben van vrede en
rust ! Zelfs gedurende de gitaarsolo van Steve Morse begint het publiek te
schreeuwen en te tieren van zodra hij wat stiller gaat spelen. De mensen hebben
schrik om te luisteren, ze willen niet luisteren, ze willen enkel en alleen uit
hun dak gaan. Wat we hebben geprobeerd met de toernee met het groot orkest is de
fans een beetje van beide te geven : een deel om zuiver te luisteren en een deel
om uit hun dak te gaan. Negen keren op tien slagen we erin.’
Enkel
en alleen The Nice had voordien “Five bridges” opgenomen eveneens een
combinatie van rock met klassiek dus de idee om beide genres te vermengen was
redelijk nieuw te noemen. Als we nagaan hoe moeilijk het vandaag is om de
platenindustrie te overtuigen, hoe moeilijk was het eind jaren zestig om de
platenfirma aan je kant te krijgen ? ‘Het was het allereerste ‘serieuze’
werk dat speciaal voor groep en orkest werd geschreven. Het werk werd geschreven
met de bedoeling om als een serieus orkestraal geheel verteerd te worden en het
is een plezant geheel geworden omdat er een verhaal doorheen geweven zit. Ik had
het in m’n hoofd gehaald dat het een soort reis moest worden. EMI was aan de
ene kant wel verbaasd doch gaf hun volledige steun. Omdat het ganse gebeuren
werd gefilmd door één van de toonaangevende Britse cineasten, Roy Boulting
(tevens verantwoordelijk voor ‘The family way’ waarvoor Paul McCartney de
muziek schreef, JB), moest ook de muziek worden opgenomen. Bijgevolg dacht EMI :
OK, we hebben de muziek, waarom brengen we het niet uit ? Dat gebeurde dus
helemaal op het eind van de jaren zestig, een periode waar platenfirma’s nog
een visie hadden en wilden investeren in de toekomst van een artiest. EMI heeft
in onze toekomst geïnvesteerd en ze moeten reeds duizend maal terugverdiend
hebben wat ze hebben geïnvesteerd. Wat zeg ik duizend ? Maak dat maar
honderdduizend keer ! Het album verscheen uiteindelijk als een Deep Purple plaat
en niet als een Jon Lord solo album vermits ik de muziek had geschreven voor de
groep, dus ook al schreef ik zelf alle muziek toch zie ik het als een Deep
Purple plaat. Misschien zal er ooit iemand anders zijn die de muziek uitbrengt
doch voor mij blijft het gerelateerd met Purple.’
Het album “Concerto for group and orchestra” verscheen net op het
moment dat Deep Purple een eerste piek bereikte. De groep was wereldwijd bekend
voor de originele hardrock doch plotseling verschijnt er die mix tussen rock en
klassiek. Was dat toen geen gevaarlijke onderneming ? ‘Vergeet niet dat
“Concerto” in eerste instantie enkel en alleen in Engeland verscheen. We
waren enorm populair in Engeland. We deden interviews op televisie over dat
‘vreemde’ project waarmee we bezig waren doch in die periode was het totaal
niet ‘gek’ vermits het enorm de toenmalige tijdsgeest belichaamt. Het
establishment mag er vreemd tegenaan gekeken hebben doch de fans waren uitzinnig
: ‘waw, Purple met een orkest, cool, onwijs, schitterend !’
Gedurende de laatste toernee met klassiek orkest wist één van de
violisten me te vertellen dat hij nog nooit van Deep Purple had gehoord. Zijn
ganse leven had hij zich aan klassieke muziek onderworpen en had nog geen enkele
noot Purple muziek gehoord voor hij met deze toernee van wal stak. Toen hij
echter het “Concerto” begon te analyseren wist hij te vertelen dat ‘Mister
Lord’ een logisch concerto had gecomponeerd welke alle juiste elementen bevat
waardor het hem aan de muziek van Händel deed denken. ‘Ik ben blij dat hij
daar zo over denkt. Zoals ik reeds heb verteld heb ik geen klassieke scholing
gekregen dus deed ik alles op een instinctmatige manier. Je zou in principe een
klassieke opleiding als componist moeten krijgen om het allemaal correct volgens
het boekje te doen. Ik had dus geen opleiding gekregen qua orkestratie of wat
betreft symfonische orchestratie doch dat zijn dingen welke je kunt leren. Ik
deed m’n best. Ik begreep het principe van de sonata, het principe van één,
twee of drie melodielijnen te laten contrasteren met het eerste onderwerp, het
tweede onderwerp en hen daarna samen te brengen, ze samen laten ontwikkelen en
kijken wat er dan gebeurt. Ik begreep al deze principes en ik deed m’n
uiterste best om ze voornamelijk tijdens de eerste beweging van het concerto toe
te passen. Er zijn twee tot drie thema’s die constant oprukken gedurende elk
van de drie bewegingen hetgeen eveneens een klassiek gegeven is, een symfonische
stijl. Ik ben er best trots op. Voor mij is en blijft het een uitstekend
muzikaal werk. Ik vind het boeiend, hier en daar klinkt het ontroerend, het is
ook grappig en het is de bedoeling om er positief tegenaan te gaan daar waar er
een climax is voorzien in het arrangement.’
Nadat
Lord de wereld met verstomming had geslagen door rock en klassiek te vermengen,
bracht hij “Gemini suite”, “Sarabande” en “Pictured within” uit
onder z’n eigen naam. Was het een logisch gevolg en kan Lord deze werken op de
één of andere manier met elkaar vergelijken ? ‘Ik kan ze enkel vergelijken
wat betreft datgene wat in me opkwam toen ik ze aan het schrijven was. “Gemini
suite” was een werk in opdracht van de BBC als resultaat van het eerste
“Concerto”. Ze vroegen me of ik iets nieuws wou componeren ter gelegenheid
van hun ‘Southbank summer’. Ze wilden opnieuw een klassiek stuk horen waarin
een rockgroep werd geïntegreerd en ik zag dat meteen zitten. De idee was om van
elk lid afzonderlijk een muzikaal portret op te hangen, dat was de ganse opzet
van “Gemini suite” : een beweging voor gitaar, een beweging voor bas, en zo
verder. De groep speelde het live doch vertelde me achteraf dat ze er genoeg van
hadden en niet langer geassocieerd wilden worden met deze klassieke zijsprongen.
Ik vond dat best OK en vermits EMI aandrong op een plaat besloot ik om voor de
plaatopname niet met Deep Purple de studio in te trekken. Met deze opdracht wou
ik een ietsje méér avontuurlijk zijn, de bakens iets verder uitzetten. Ik denk
dat “Gemini suite” een stuk beter is dan het “Concerto” zeker wat de
orkestratie betreft. Nu klinkt het concerto ook stukken beter omdat we er aardig
hebben aan gewerkt en de arrangementen op bepaalde plaatsen hebben aangepast.
Dat waren meestal passages die bol stonden van het ‘jeugdig enthousiasme’ en
bijgevolg vol fouten staken. Dus van uit een orkestraal punt gezien ben ik het
meest tevreden met “Gemini suite”. Wanneer ik echter een paar jaar later
opnieuw gevraagd werd om een nieuw stuk te schrijven ben ik bewust tewerk gegaan
om het geheel véél toegankelijker te maken. “Sarabande” heeft de beste
orkestratie van de drie en het is een redelijk orkest met driedubbele houten
blaasinstrumenten, acht hoorns, vier trombones, tuba, groot percussie bereik. Ik
probeerde om er meer melodie in te stoppen, om het meer rond thema’s en ritmes
te bouwen waardoor ik het geheel heb gebaseerd op een dans, een barok suite.
Vanzelfsprekend heb ik met “Sarabande” opnieuw grenzen verlegd doch als
compositie voor orkest vind ik “Gemini suite” het meest geslaagd.
“Pictured within” is dan weer geheel iets anders. Het is een veel intiemer
album geworden dat over een lange periode bijna organisch tot stand is gekomen.
Ik schreef wel stukjes waarvan ik niet eens wist waar ik ze zou gebruiken. Ik
wist niet of ik ze later met orkest zu opnemen, met een strijk kwartet, vocaal
of alleen maar met piano. Ik had geen idee wat het allemaal zou worden tot op
het ogenblik dat m’n ouders erg ziek werden en ik voor het eerst in m’n
leven over ‘dingen’ begon na te denken. Rond diezelfde periode kwam EMI
aandraven met de vraag of ik niet eens een nieuw solo album wou uitbrengen
vermits het alweer een lange tijd geleden was. Daarna vroegen ze me of ik niet
wou tekenen voor hun klassieke divisie wat ik dan ook prompt deed. Vreemd genoeg
leverde ik voor hun klassieke departement het minst klassieke album af ! Maar
het opende nieuwe perspectieven en een nieuwe werkwijze gebaseerd rond piano,
strijkkwartet en een weinig synthesizergeluiden en misschien hier en daar wat
akoestische blaasinstrumenten. Ik was uiterst tevreden met het resultaat
voornamelijk omdat het voor mij een zeer belangrijk album bleek te zijn. Het
ontsloot een deel van mij die ik steeds had weggeborgen. Al mijn liefde voor
mijn ouders steekt in dat album. Alles voor hen ! Indien m’n ouders niet zo
ziek zouden zijn geworden dan was dit album misschien nooit gemaakt geweest
(Lord wordt hier eventjes héél stil, JB). Het was een zéér belangrijk album
omdat het gemaakt werd voor m’n ouders ook al hebben ze nooit de kans gehad om
het te horen, doch ik ben ervan overtuigd dat ze het op de één of andere
manier toch hebben gehoord ! Doch het opende tevens een deur en nu kan ik door
die deur kijken en zeggen : ‘oh ja, da’s hoe je er in feite uitziet, da’s
waarvan je afkomstig bent, dat is de reden waarom je doet wat je doet. Heel veel
zelfkennis heb ik uit dat proces gedistilleerd. Het titelnummer “Pictured
within” was wellicht het meest moeilijke uit gans m’n carrière. Het is een
nummer waarin dan ook alles vervat zit. Het duurde een eeuwigheid om de woorden
te schrijven. Ik had een aantal ideeën en ik zou nu en dan een lijntje aan het
papier toevertrouwen doch het duurde tot m’n vader stierf vooraleer ik precies
wist wat ik wou zeggen. Ik probeerde in mijn muziek te vertellen waar het hem in
mijn muziek allemaal om draait : dit zijn mijn vrienden, dit is mijn familie,
dit zijn mijn helden, dit zijn plaatsen die ik heb bezocht, hier ben ik thuis,
hier zijn mijn kinderen, hier zijn de glimlachen als regenbogen. Het is er
allemaal en ik mag dan wel sentimenteel en over-emotioneel worden maar het is
100 % mezelf. Door die ‘outing’ als het ware ben ik ook een stuk volwassener
geworden als componist. Ik had gestopt om complexe stukken voor orkest te
schrijven omdat ik het niet langer aankon en nu is de adrenaline er weer !’
De
weinigen dit het privilege hebben gehad om Lord’s “Pictured within” te
beluisteren zullen moeten toegeven dat de ganse plaat inderdaad zéér
autobiografisch is doch twee teksten werden niettemin geschreven door Sam Brown.
Naast haar wereldhit “Stop” een paar jaar terug is Sam niet alleen een goeie
vriendin van David Gilmour doch ze is tevens de dochter van de inmiddels
overleden Vicki Brown (ooit nog lid van de London Chorale aan de zijde van Rick
Wakeman zanger Gordon Neville, JB). Je moet enorm veel vertrouwen hebben in
iemand om die iemand de tekst te laten schrijven voor een zéér persoonlijk
nummer of zou het kunnen dat, ook al werden de nummers voor de ouders van Lord
geschreven, ze tevens werden geschreven als respect aan het adres van moeder
Vicki Brown ? ‘Ik kad een nummer geschreven, een melodie. Ik had het volledig
af en ik had de eerste zin van de tekst geschreven ‘wait before you go’
gevolgd door nog wat stukjes hier en daar. Ik wist dat het een nummer was dat
handelde over de vraag aan iemand om niet te vertrekken vooraleer die persoon de
volledige toedracht zou kennen. Ik wist echter niet of het een man of een vrouw
was die tegen mij sprak ‘don’t go until I’ve told you why you should
stay’. Het kon ook een geliefde zijn die iemand vroeg om niet te vertreken. Ik
besloot het nummer in handen te geven van Sam Brown. Ik speelde haar het nummer
voor en ze begreep meteen waar ik naartoe wilde. In zowat drie minuten had ze de
volledige tekst klaar precies zoals ik het me had voorgesteld. Ik denk ook dat
ze het nummer schreef met haar moeder in het achterhoofd doch terzelfdertijd kan
ze het nummer ook geschreven hebben voor een geliefde. Zelf vind ik het eerder
een complex nummer. Ik heb vrienden die er totaal niet kunnen naartoe luisteren
(refereert naar het nummer “Wait a while”, JB) omdat het als een mes is die
doorheen hun lichaam klieft en ik heb dan weer vrienden die het als een soort
therapie gebruiken. Wat betreft “Evening song” had ik een klein vermoeden
wat ik precies wou. Het is een nummer dat handelt over de uurtjes die ik thuis
in m’n luie stoel doorbreng terwijl ik naar buiten kijk en de vogeltjes zie
voorbijvliegen terwijl de zon ondergaat en de hemel van kleur verandert. Typisch
Britse nostalgie ! Opnieuw had ik een paar lijntjes voor dit nummer geschreven
tot Sam Brown me weer kwam redden en zij in amper twee dagen de ganse tekst had
neergepend. Ze had tevens de nagel op de kop geslagen want de tekst bevatte
precies datgene wat ik bedoelde.’ Ik refereer even naar Ian Gillan waarvan
gezegd wordt dat hij de tekst voor “concerto” op het allerlaatste nippertje
had geschreven. ‘Ze werden geschreven de middag van de eigenlijke opname ! Ik
vroeg Ian of hij de tekst voor de middelste beweging wou schrijven en hij vond
het bijna vanzelfsprekend. Toen we de eerste repetitie aanvingen veronderstelde
ik dat de tekst klaar zou zijn maar dat was ze niet. Toen we bij de allerlaatste
repetitie aanbelandden waren ze klaar dus moet hij ze diezelfde namiddag hebben
geschreven. Datzelfde scenario gebeurde voor de teksten voor “Gemini suite”
althans wat betreft de live uitvoering. Voor de studioplaat heb ik zelf de tekst
geschreven voor Yvonne Elliman. Iets eerder heb je me gevraagd hoeveel er van
m’n eigen dierenriemteken vervat zit in de “Gemini suite” en ik kan je
verzekeren dat het weinig schizofrene gevoel om muziek te schrijven voor én
orkest én groep zeer sterk een “gemini”-achtig gevoel is. Ik hoop dat je in
mijn muziek een deel van m’n karakter kunt vinden. Ik heb steeds aangevoeld
dat er zich twee individu’s in Jon Lord schuil houden en ik heb het op één
van de twee gemunt wanneer iets slecht afloopt !’
Toen Lord de voorbereidingen voor “Gemini suite” aan het treffen was
deden er geruchten de ronde dat hij Keith Emerson zou vragen om de pianostukken
te spelen. Als we even op die tijd terugblikken dan was het de periode toen Jon
Lord, Keith Emerson en Rick Wakeman het uitvochten in de pop polls dus klonkt
het een beetje raar dat Lord Emerson zou vragen om mee te werken. ‘Het was
niet omdat we het zogezegd aan het ‘uitvechten’ waren in de pop polls dat we
geen vrienden waren want dat waren we wel. Keith is reeds jaren een zéér goeie
vriend van me. Op een bepaald ogenblik zouden we iets samen doen en zijn we
zelfs rond de tafel gaan zitten. Het zou een album worden met Keith Emerson,
Rick Wakeman, mezelf en groot orkest. De muziek zou gebaseerd zijn rond piano,
orgel en synthesizer en ieder van ons zou op die respektievelijke instrumenten
alterneren. Dus op het ene nummer zou ik orgel spelen, Keith piano en Rick
synth; op het andere nummer zou ik piano spelen, Rick orgel en Keith synth,
enz… Dit moet helemaal in het begin van de jaren zeventig geweest zijn. Ik
denk dat het nooit gebeurd is omdat het allemaal té veel zou hebben gekost.’
Als
je de solo loopbaan van Jon Lord bekijkt dan moet je toegeven dat daar een groot
aantal ‘links’ richting Duitsland bij horen. Eberhard Schoener is zeker een
belangrijk figuur in het leven van Jon Lord dus wanneer precies is Schoener in
het leven van Lord gekomen ? ‘Eberhard hoorde de “Gemini suite” en was er
ondersteboven van. Hij zocht me op in 1973 en vroeg me of ik geen interesse had
om het geheel ook live te brengen in Duitsland met hem als dirigent.
Uiteindelijk deden we het in 1974 net toen Glenn Hughes en David Coverdale bij
Deep Purple waren toegetreden. We traden er op aan de zijde van de Music Chamber
Choir. Er waren plannen om meer optredens te verzorgen doch na twee of drie
shows moesten we het voor bekeken houden. Iemand van de Duitse televisie had
één van onze shows gezien en had Eberhard verteld hoe veel hij hiervan hield.
Hij wou dat we iets zouden schrijven voor het Prix de la Jeunesse en dat
gebeurde zeer vlot. Eberhard schreef de eerste beweging en als tweede beweging
besloten we om het vocale gedeelte uit “Gemini suite” te gebruiken voorzien
van een ietwat gewijzigde introduktie. . Daarna schreef ik de derde beweging
voorzien van een typische ‘knees-up’ zoals we in Engeland plegen te zeggen,
een echte dijenkletser. Ik had dat grappige melodietje al enkele jaren in m’n
hoofd spoken (neuriet even dat melodietje terwijl hij het ritme met z’n vinger
op de tafel slaat, JB) en dan sloeg dat over in zeven en achtste maten. Het leek
me een ideale wijze om het op de plaat te zetten. Daarna bleef Eberhard maar
doorzeuren over de onafgewerkte fuga uit ‘The art of fugue’ van Bach.
Eberhard sprak : ‘je moet het afwerken voor hem’. En ik zei : ‘ik ben
ervan overtuigd dat hij zéér tevreden zal zijn !’ Doch uiteindelijk deed ik
het op een soort van jazz, rock, orkestrale manier. Het was reuze om het te
doen.’
Als we even naar Lord’s “Pictured within” album uit 1998
teruggrijpen, die plaat werd uitgebracht op Virgin Classics in een distributie
door EMI Classics doch buiten Duitsland is het pakweg onmogelijk om dit werk te
vinden. Om het allemaal nog een beetje vreemder te maken deed Lord een mini-tour
van zo’n zes dagen waarvan één in Luxemburg en de rest in Duitsland.
Natuurlijk zijn er veel meer mensen die Jon Lord solo willen meemaken dus komt
er ooit eens een uitgebreide Jon Lord solo toernee ? ‘Dat vraag ik me ook af.
Sleur m’n manager hier eens binnen en vraag hem dezelfde vraag ! Ik denk dat
ik het zeer voorzichtig moet aanpakken en dat ik de juiste, geschikte zalen moet
vinden vooraleer ik hieraan begin. Ik moet ook het juiste publiek zien aan te
trekken. In Duitsland deed ik een handvol optredens in kleine zalen en met héél
veel publiciteit vooraf zodat de mensen precies wisten wat ze konden verwachten.
Ik heb zonet een aanbieding binnengekregen om nog eens zo’n toer te ondernemen
in 2001 en ook al is het nog een beetje vroeg wil ik hierrond graag besluiten
met de geijkte formule : watch this space !’
Niet alleen is “Pictured within” moeilijk verkrijgbaar zelfs via
internet, tevens componeerde Lord ooit de filmmuziek voor “The last rebel”
en “Country diary of an Eduardian lady”, twee platen die zelfs voor de
doorwinterde Purple fan bijna onvindbaar zijn. Hoe zwaar is het voor een
componist om vast te stellen hoe moeilijk het is om zijn werk te vinden na het
vele bloed, zweet en tranen dat in zo’n werk gestopt wordt ? ‘Ach, er is
vandaag de dag zoveel muziek verkrijgbaar dat je je kunt afvragen of alles ook
op wereldschaal moet uitgebracht worden. “Country diary of an Eduardian
lady” werd geschreven voor een TV
station dus zorgde ik ervoor dat het een licht en simpel werk werd. Ik ben er
best trots op en ook ik zou wel graag zien dat het beter verdeeld was. Je weet
maar nooit, misschien neemt iemand eerstdaags het initiatief om al die
‘moeilijk verkrijgbare spullen’ in een box set op de markt te gooien. Ik hou
ze in ieder geval niet tegen. Ik denk echter dat Central Television de rechten
voor “Country diary” heeft dus dat wordt al een stuk moeilijker.’
Z’n
ganse leven lang is Lord geassociëerd geworden met de onsterfelijke Hammond.
Door wie werd hij indertijd besmet met het Hammond virus ? ‘Mister
Jimmy Smith. Ik hoorde zijn
versie van “Walk on the wilde side” met Quincy Jones, welke een bigband
introduktie heeft van om en bij de drie minuten waarna die Hammond schurend komt
binnen vallen. De eerste keer dat ik het hoorde vroeg ik me af wat het was. Ik
was bij een vriend thuis en hij liet me dat nummer horen. Ik vroeg hem wat dat
geluid was en hij zei dat het Jimmy Smith was. Ik vroeg hem : ‘hoe bedoel je,
Jimmy Smith ?’ en hij antwoordde : ‘het is Jimmy Smith die Hammond orgel
speelt’, en ik dacht bij mezelf ‘verdomme da’s goed’ ! Ik werd verliefd
op die sound, die kracht. M’n haren in m’n nek stonden recht toen ik het
hoorde ! Rond die periode speelde ik R&B met m'n eerste groepje en ik begon
platen te kopen van Chicago R&B artiesten zoals Muddy Waters die ook Hammond
gebruikten. Ik begon Jimmy McGriff, Jimmy Smith, Jack McDough, John Patton en al
die schitterende Amerikaanse jazz orgelisten te kopen. Ik werd stapel op die
Hammond sound. Daarna kwam Georgie Fame en het allerbeste voor mij was Graham
Bond met Jack Bruce en Ginger Baker en Dick Heckstall-Smith die samen de Graham
Bond Organisation vormden. Toen had ik een Lowry orgel omdat ik me geen dure
Hammond kon veroorloven. De Lowry was een afschuwelijk instrument doch ik
probeerde het zo dicht mogelijk als een Hammond te laten klinken doch ik slaagde
er niet in. Uiteindelijk zei Graham Bond tegen me : ‘look mate, als je een
Hammond sound wenst koop jezelf dan een Hammond. Loop niet te zeuren met die
Lowry, koop jezelf een Hammond !’ Dus probeerde ik de groep ervan te
overtuigen dat we ons zeker een Hammond moesten aanschaffen, een aankoop die we
de ‘never-never’ doopten omdat we het in maandelijkse afbetalingen kochten
en we nooit stopten met betalen ! Zelfs dan was het geen B3 of een C3 doch een
L100, de allerlaagste in de Hammond catalogus doch wel degelijk een échte
Hammond ! Gedurende de jaren tachtig voegde ik een ruim aantal synthesizers toe
doch tegenwordig hou ik het bij de basis van piano en Hammond.’
In navolging van z’n solo album “Major impacts” speelt Steve Morse
allerhande intro’s vooraleer hij de wereldbekende riff uit “Smoke on the
water” op de nietsvermoedende massa loslaat. Avond na avond schudt hij weer
andere intro’s uit z’n mouw en toevallig speelde Steve de intro van “You
really got me” van de Kinks. Over de jaren heen werd de naam van Lord vaak in
verband gebracht met dat nummer. Nu de man in kwestie aan de andere kant van de
tafel zit willen we graag eens weten hoe de vork in de spreekwoordelijke steel
zit. ‘Ik speel inderdaad mee op de originele opname. Ik deed toen de ganse
sessie die bestond uit de opname van een viertal nummers, twee die op het album
terecht kwamen (dit is het allereerste Kinks album, JB), en een ander nummer
werd als B-kantje gebruikt. Als producer tekende Shel Talmy en gans het nummer
was niet meer dan (begint de melodie te zingen, JB) gitaar, bas en drums. Het
was Jimmy Page die de solo deed en het was een zekere Billy Graham die de drums
bespeelde. Dave Davies speelde de riff samen met Jimmy en natuurlijk was het Ray
die het nummer zong doch gedurende mijn sessie werd er niet gezongen. Dan
wanneer het begint in G en overgaat in A en het opnieuw lager gaat en herbegint,
de volgende keer dat het weer hoger gaat vroeg Shel Talmy me om een vlug
repetitief akkoord te spelen, net als zo’n oude rock’n roll piano doch in
achtste maten. Da’s het enige wat ik deed. Ik ben toen de studio uitgewandeld
met zo’n £12 of £14 wat toen heel goed betaald was. Dus ik ben nooit een lid
geweest van The Kinks, enkel en allen een sessiemuzikant. Ik denk zelfs niet dat
ze wisten wie ik was. In die dagen pikten we gewoonweg alles mee wat we maar
konden vermits we elke cent best konden gebruiken. Ik speelde ook op die
goedkope ‘top of the pops’ albums. Woolworths had toen een eigen label dat
verzamel elpees op de markt gooide volgesjouwd met hits uit die tijd gespeeld
door een sessiegroep en ingezongen door opkomende zangers. Reg Dwight alias
Elton John heeft er gedaan, Rod Stewart heeft er gedaan en een aantal muzikanten
die later The Flowerpot Men zouden vormen waren er ook bij betrokken.’
De vijf extra minuten die ik kreeg toegemeten zijn ondertussen
‘aangedikt’ tot ruim twintig minuten dus is niemand van ons verbaasd wanneer
de toermanager voor de zoveelste keer de kleedkamer binnenwandelt om Lord bijna
onder z’n arm mee naar buiten te zeulen. Terwijl Lord z’n schoenen aantrekt
vlug nog even vragen wat zijn ‘all time favourite’ Deep Purple album is.
‘Zeer moeilijk om daar op te antwoorden doch misschien toch maar “Deep
Purple in rock” omdat we toen zoveel bakens hebben verzet. De kracht van de
groep toen is iets wat we nu opnieuw hebben ontdekt sinds Steve Morse bij ons is
gekomen. Om een favoriet nummer op te sommen is het nog moeilijker omdat we
zoveel nummers hebben geschreven. Uit de Mark II bezetting kies ik voor “Hard
lovin’ man” terwijl ik het ganse “Purpendicular” album van de laatste
line-up schitterend vind !’
Zelfs na een vermoeiend concert en een uitputtend interview heeft Jon
Lord nog de tijd en de glimlach voor een aantal fans die trouw de kou hebben
getrotseerd om een handtekening aan hun idool te vragen. Regen of geen regen :
deze man bracht zon tijdens de nacht ! Nu hij besloten heeft om uit Deep Purple
te stappen kunnen we hem maar dankbaar zijn voor de vele decennia aan
schitterende muziek en hem het allerbeste wensen met zijn verdere leven. Dat er
ook naast Deep Purple nog muziek uit de Lord pen zal druipen staat echter vast
als een paal boven water en de kwaliteit van het Jon Lord solomateriaal kennende
staan er ons misschien nog mooiere tijden te wachten dan we ooit zouden hebben
durven vermoeden !
|