Jon Lord

LORD of the rings...

door John ‘Bo Bo’ Bollenberg

            Geboren op 10 juni 1941 mag Jon Lord zich gelukkig achten twee muzikale ouders te hebben. Z’n vader is een plaatselijke jazz muzikant die de piepjonge Jon (hij is er pas vijf) toelaat om piano te spelen op het instrument van z’n grootvader. Na twee jaar les gekregen te hebben door de plaatselijke muziekleraar Philip Lang ontvangt Lord de ‘liefde voor het componeren’ van Frederick Alt. Iets later zou Lord ook les krijgen van jazz pianist John Palmer.

            Hoewel klassieke muziek en jazz z’n eerste liefdes zijn is het toch de geboorte van rock’n roll die alle aandacht krijgt waardoor hij uiteindelijk beslist niet naar het Royal College of Music te stappen tot groot ongenoegen van z’n ouders. Vooraleer Jon Lord geld zou verdienen middels rock’n roll werd hij voor een korte periode leraar aan een zondagsschool terwijl hij ook met theater begon te flirten. Het begon in Leicester aan het Little Theatre voor hij in 1960 richting Londen afstevende waar hij les liep aan de Central School of Speech and Drama teneinde in 1962 over te stappen naar het London Drama Centre. Ondertussen was Jon Lord ook actief lid geworden van The Bill Ashton Combo. Later vervoegde hij The Don Wilson Quartet dat een weinig later zijn naam veranderde in Red Bludd’s Bluesicians. Toen de oudere broer van Rolling Stone Ron Wood, Art Wood, erbij kwam werden ze The Art Wood Combo dat opnieuw de naam wijzigde in The Artwoods. In die tussenperiode werd Lord ook gesignaleerd tijdens opnames van niemand minder dan de Kinks. Toen The Artwoods het voor bekeken hielden vond Lord voor een zeer korte tijd onderdak bij St. Valentine’s Day Massacre om nadien eveneens voor korte tijd aan te sluiten bij Santa Barbara Machine Head. In 1968 werd Lord lid van The Flowerpot Men doch nam geen enkele plaat met ze op. Begin ’68 speelt hij aan de zijde van Ritchie Blackmore, Ian Paice en Boz Burrell in het groepje Boz. Een maand later richt Lord Roundabout op dat uiteindelijk als het prille begin van Deep Purple kan worden gezien. Het is uiteindelijk de moeder van Ritchie Blackmore die ervoor zorgt dat de naam van Roundabout wijzigt in Deep Purple een groep die het gezicht van de rockmuziek niet alleen zou mee helpen bepalen doch ze ook meerdere keren duchtig zou wijzigen. ‘Concerto for group and orchestra’ werd wel op het conto geschreven van Deep Purple doch was in feite het geesteskind van de inmiddels fel grijzende Jon Lord. Straks in alle eer en glorie wordt hij zestig. Een gesprek met één van de eerste grootvaders van de rock.

            Lord kon dus evengoed een klassiek pianist geworden zijn indien hij maar les had gevolgd aan het befaamde Royal College of Music. Misschien zag hij het schrijven van “Concerto for group and orchestra” als het afleveren van het bewijs aan het adres van zijn ouders dat hij het ook had aangekund in de puur klassieke discipline. ‘Dat denk ik niet’, begint Lord. Ik heb steeds van klassieke muziek gehouden van sinds ik amper vijf, zes jaar oud was. M’n vader kocht me m’n allereerste plaat op 78 toeren. Het was “Fingal’s cave overture” van Mendelssohn dus ben ik van heel vroeg van klassieke muziek gaan houden. Doch toen ik voor het eerst rock’n roll hoorde werd ik ook daar tot over m’n oren verliefd op tot op een hoogte waar ik het ene niet voor het andere kon uitschakelen. Ik prijs me zeer gelukkig dat ik in m’n hart plaats heb gevonden voor beide stijlen en dat zal ik altijd blijven doen. Halverwege de jaren zestig had ik het gevoel dat ik iets moest doen waarin beide stijlen aan bod kwamen. Het was ambitieus doch het had veel meer voeten in de aarde dan de lessen die ik tot dan had gekregen. Ik kocht toen boeken over orkestratie om er zeker van te zijn dat ik geen domme fouten zou maken. Het was een enorme sprong in het duister. Ik denk niet dat ik het ooit had gehaald ware het niet door de constante steun van Malcolm Arnold die op een bepaald ogenblik de eerste zes à zeven pagina’s onder ogen kreeg van het ‘concerto’. Hij bekeek het even en sprak : ‘ja, ja, ik zie het al. Dit is een stuk die het zeker zal doen. Volhouden jongen. Doe zo verder !’ Dus deed ik verder en ik werkte het af in amper drie maanden. Het werd in een razendsnel tempo aan het papier toevertrouwd zonder dat ik er zelfs een piano voor nodig had. Ik hoorde alles in m’n hoofd en schreef het direct op papier. Indien de zaken er toen anders voor hadden gestaan dan had dit stuk nooit gecomponeerd geworden. Maar er was de constante druk wat uiteindelijk meer goed dan kwaad heeft gedaan. Je mag niet vergeten dat Deep Purple in die periode enorm veel optredens gaf. Soms kwamen we in het holst van de nacht terug thuis nadat we eerder in het hoge noorden hadden opgetreden. Direct bij m’n thuiskomst zou ik nog een paar uur aan het concerto werken. Vergeet ook niet dat er toen geen computers noch software voor handen waren zodat elke noot voor ieder instrument apart op papier moest worden gezet. Ik moest wachten tot de allereerste repetitie vooraleer ik m’n eigen compositie kon horen ! Die repetitie was een ramp vermits het orkest me niet serieus wou nemen. Ze hadden totaal geen enthousiasme en werkten eerder lui mee. Malcolm Arnold probeerde hen te overtuigen dat ze hier een unieke kans kregen doch de luiheid bleef aanhouden. De tweede repetitie was al een stuk beter en toen we het stuk moesten opvoeren was het nog steeds niet perfect doch het leunde eerder aan bij hoe ik het hoorde dan toen we voor het eerst samen kwamen. Er waren stukken die ik wou veranderen vanaf het ogenblik dat ik ze hoorde doch er was eenvoudigweg geen tijd dus moest ik alles laten zoals ik het in eerste instantie had neergeschreven. Het is nooit mijn bedoeling geweest om middels het ‘concerto’ aan m’n ouders te bewijzen dat ik ‘degelijk’ materiaal kon schrijven naast de rock composities. Mijn ouders, god zegene ze, stonden altijd aan mijn zijde ongeacht wat ik deed. Voor hen was het belangrijk dat hun zoon tevreden was met wat hij deed en ze hadden er zich bij neergelegd dat Deep Purple net datgene was wat ik zocht. Vanzelfsprekend zijn ze als ouders af en toe ontgoocheld geweest. Ontgoocheld omdat ik het niet beter deed op school, dat ik m’n studies niet afmaakte, dat ik geen degelijke job had en dat ik eerst acteur en later muzikant wou worden. Ze hebben veel moeten doorstaan. Het waren goede mensen.’

            Het is algemeen geweten dat de originele partituren van het concerto verloren zijn gegaan dus was het totaal onmogelijk om dat stuk nog eens op te voeren tenzij iemand zich de moeite zou troosten om alles nog eens uit te schrijven. Hoe verrast was Lord toen hij plotseling te horen kreeg dat Nederlander Marco De Goeij de klus aan het klaren was ? ‘Ik was er zelf aan begonnen nog voor ik van Marco had gehoord. Ik denk dat ik er een goed jaar aan had gewerkt zelfs met computer doch het bleef maar duren. Na een jaar had ik zowat de helft van de eerste beweging klaar terwijl Marco, toen ik hem in februari ’99 voor het eerst ontmoette, pakweg de ganse eerste beweging klaar had, het merendeel van de tweede beweging terwijl hij verdomd goed wist wat er met de derde beweging diende te gebeuren. Dus dat heeft ons maanden en maanden aan werk gespaard waardoor we de dertigste verjaardag in Londen hebben kunnen doen. Soms laten we het vocale gedeelte achterwege omdat voornamelijk de intro zo’n zachte passage is. Kijk, als je met een zittend publiek te doen hebt dan kan je het gerust in de show laten maar als het een staand publiek betreft dat in hoofdzaak is afgezakt om de pure Purple klassiekers te horen, tja dan schrappen we nogal eens de rustige passages en daar is het vocale deel van het concerto het belangrijkste deel van. Veel van de hedendaagse concertbezoekers hebben schrik van de stilte. Het lijkt erop alsof ze schrik hebben van vrede en rust ! Zelfs gedurende de gitaarsolo van Steve Morse begint het publiek te schreeuwen en te tieren van zodra hij wat stiller gaat spelen. De mensen hebben schrik om te luisteren, ze willen niet luisteren, ze willen enkel en alleen uit hun dak gaan. Wat we hebben geprobeerd met de toernee met het groot orkest is de fans een beetje van beide te geven : een deel om zuiver te luisteren en een deel om uit hun dak te gaan. Negen keren op tien slagen we erin.’

           Enkel en alleen The Nice had voordien “Five bridges” opgenomen eveneens een combinatie van rock met klassiek dus de idee om beide genres te vermengen was redelijk nieuw te noemen. Als we nagaan hoe moeilijk het vandaag is om de platenindustrie te overtuigen, hoe moeilijk was het eind jaren zestig om de platenfirma aan je kant te krijgen ? ‘Het was het allereerste ‘serieuze’ werk dat speciaal voor groep en orkest werd geschreven. Het werk werd geschreven met de bedoeling om als een serieus orkestraal geheel verteerd te worden en het is een plezant geheel geworden omdat er een verhaal doorheen geweven zit. Ik had het in m’n hoofd gehaald dat het een soort reis moest worden. EMI was aan de ene kant wel verbaasd doch gaf hun volledige steun. Omdat het ganse gebeuren werd gefilmd door één van de toonaangevende Britse cineasten, Roy Boulting (tevens verantwoordelijk voor ‘The family way’ waarvoor Paul McCartney de muziek schreef, JB), moest ook de muziek worden opgenomen. Bijgevolg dacht EMI : OK, we hebben de muziek, waarom brengen we het niet uit ? Dat gebeurde dus helemaal op het eind van de jaren zestig, een periode waar platenfirma’s nog een visie hadden en wilden investeren in de toekomst van een artiest. EMI heeft in onze toekomst geïnvesteerd en ze moeten reeds duizend maal terugverdiend hebben wat ze hebben geïnvesteerd. Wat zeg ik duizend ? Maak dat maar honderdduizend keer ! Het album verscheen uiteindelijk als een Deep Purple plaat en niet als een Jon Lord solo album vermits ik de muziek had geschreven voor de groep, dus ook al schreef ik zelf alle muziek toch zie ik het als een Deep Purple plaat. Misschien zal er ooit iemand anders zijn die de muziek uitbrengt doch voor mij blijft het gerelateerd met Purple.’

            Het album “Concerto for group and orchestra” verscheen net op het moment dat Deep Purple een eerste piek bereikte. De groep was wereldwijd bekend voor de originele hardrock doch plotseling verschijnt er die mix tussen rock en klassiek. Was dat toen geen gevaarlijke onderneming ? ‘Vergeet niet dat “Concerto” in eerste instantie enkel en alleen in Engeland verscheen. We waren enorm populair in Engeland. We deden interviews op televisie over dat ‘vreemde’ project waarmee we bezig waren doch in die periode was het totaal niet ‘gek’ vermits het enorm de toenmalige tijdsgeest belichaamt. Het establishment mag er vreemd tegenaan gekeken hebben doch de fans waren uitzinnig : ‘waw, Purple met een orkest, cool, onwijs, schitterend !’

            Gedurende de laatste toernee met klassiek orkest wist één van de violisten me te vertellen dat hij nog nooit van Deep Purple had gehoord. Zijn ganse leven had hij zich aan klassieke muziek onderworpen en had nog geen enkele noot Purple muziek gehoord voor hij met deze toernee van wal stak. Toen hij echter het “Concerto” begon te analyseren wist hij te vertelen dat ‘Mister Lord’ een logisch concerto had gecomponeerd welke alle juiste elementen bevat waardor het hem aan de muziek van Händel deed denken. ‘Ik ben blij dat hij daar zo over denkt. Zoals ik reeds heb verteld heb ik geen klassieke scholing gekregen dus deed ik alles op een instinctmatige manier. Je zou in principe een klassieke opleiding als componist moeten krijgen om het allemaal correct volgens het boekje te doen. Ik had dus geen opleiding gekregen qua orkestratie of wat betreft symfonische orchestratie doch dat zijn dingen welke je kunt leren. Ik deed m’n best. Ik begreep het principe van de sonata, het principe van één, twee of drie melodielijnen te laten contrasteren met het eerste onderwerp, het tweede onderwerp en hen daarna samen te brengen, ze samen laten ontwikkelen en kijken wat er dan gebeurt. Ik begreep al deze principes en ik deed m’n uiterste best om ze voornamelijk tijdens de eerste beweging van het concerto toe te passen. Er zijn twee tot drie thema’s die constant oprukken gedurende elk van de drie bewegingen hetgeen eveneens een klassiek gegeven is, een symfonische stijl. Ik ben er best trots op. Voor mij is en blijft het een uitstekend muzikaal werk. Ik vind het boeiend, hier en daar klinkt het ontroerend, het is ook grappig en het is de bedoeling om er positief tegenaan te gaan daar waar er een climax is voorzien in het arrangement.’

Nadat Lord de wereld met verstomming had geslagen door rock en klassiek te vermengen, bracht hij “Gemini suite”, “Sarabande” en “Pictured within” uit onder z’n eigen naam. Was het een logisch gevolg en kan Lord deze werken op de één of andere manier met elkaar vergelijken ? ‘Ik kan ze enkel vergelijken wat betreft datgene wat in me opkwam toen ik ze aan het schrijven was. “Gemini suite” was een werk in opdracht van de BBC als resultaat van het eerste “Concerto”. Ze vroegen me of ik iets nieuws wou componeren ter gelegenheid van hun ‘Southbank summer’. Ze wilden opnieuw een klassiek stuk horen waarin een rockgroep werd geïntegreerd en ik zag dat meteen zitten. De idee was om van elk lid afzonderlijk een muzikaal portret op te hangen, dat was de ganse opzet van “Gemini suite” : een beweging voor gitaar, een beweging voor bas, en zo verder. De groep speelde het live doch vertelde me achteraf dat ze er genoeg van hadden en niet langer geassocieerd wilden worden met deze klassieke zijsprongen. Ik vond dat best OK en vermits EMI aandrong op een plaat besloot ik om voor de plaatopname niet met Deep Purple de studio in te trekken. Met deze opdracht wou ik een ietsje méér avontuurlijk zijn, de bakens iets verder uitzetten. Ik denk dat “Gemini suite” een stuk beter is dan het “Concerto” zeker wat de orkestratie betreft. Nu klinkt het concerto ook stukken beter omdat we er aardig hebben aan gewerkt en de arrangementen op bepaalde plaatsen hebben aangepast. Dat waren meestal passages die bol stonden van het ‘jeugdig enthousiasme’ en bijgevolg vol fouten staken. Dus van uit een orkestraal punt gezien ben ik het meest tevreden met “Gemini suite”. Wanneer ik echter een paar jaar later opnieuw gevraagd werd om een nieuw stuk te schrijven ben ik bewust tewerk gegaan om het geheel véél toegankelijker te maken. “Sarabande” heeft de beste orkestratie van de drie en het is een redelijk orkest met driedubbele houten blaasinstrumenten, acht hoorns, vier trombones, tuba, groot percussie bereik. Ik probeerde om er meer melodie in te stoppen, om het meer rond thema’s en ritmes te bouwen waardoor ik het geheel heb gebaseerd op een dans, een barok suite. Vanzelfsprekend heb ik met “Sarabande” opnieuw grenzen verlegd doch als compositie voor orkest vind ik “Gemini suite” het meest geslaagd. “Pictured within” is dan weer geheel iets anders. Het is een veel intiemer album geworden dat over een lange periode bijna organisch tot stand is gekomen. Ik schreef wel stukjes waarvan ik niet eens wist waar ik ze zou gebruiken. Ik wist niet of ik ze later met orkest zu opnemen, met een strijk kwartet, vocaal of alleen maar met piano. Ik had geen idee wat het allemaal zou worden tot op het ogenblik dat m’n ouders erg ziek werden en ik voor het eerst in m’n leven over ‘dingen’ begon na te denken. Rond diezelfde periode kwam EMI aandraven met de vraag of ik niet eens een nieuw solo album wou uitbrengen vermits het alweer een lange tijd geleden was. Daarna vroegen ze me of ik niet wou tekenen voor hun klassieke divisie wat ik dan ook prompt deed. Vreemd genoeg leverde ik voor hun klassieke departement het minst klassieke album af ! Maar het opende nieuwe perspectieven en een nieuwe werkwijze gebaseerd rond piano, strijkkwartet en een weinig synthesizergeluiden en misschien hier en daar wat akoestische blaasinstrumenten. Ik was uiterst tevreden met het resultaat voornamelijk omdat het voor mij een zeer belangrijk album bleek te zijn. Het ontsloot een deel van mij die ik steeds had weggeborgen. Al mijn liefde voor mijn ouders steekt in dat album. Alles voor hen ! Indien m’n ouders niet zo ziek zouden zijn geworden dan was dit album misschien nooit gemaakt geweest (Lord wordt hier eventjes héél stil, JB). Het was een zéér belangrijk album omdat het gemaakt werd voor m’n ouders ook al hebben ze nooit de kans gehad om het te horen, doch ik ben ervan overtuigd dat ze het op de één of andere manier toch hebben gehoord ! Doch het opende tevens een deur en nu kan ik door die deur kijken en zeggen : ‘oh ja, da’s hoe je er in feite uitziet, da’s waarvan je afkomstig bent, dat is de reden waarom je doet wat je doet. Heel veel zelfkennis heb ik uit dat proces gedistilleerd. Het titelnummer “Pictured within” was wellicht het meest moeilijke uit gans m’n carrière. Het is een nummer waarin dan ook alles vervat zit. Het duurde een eeuwigheid om de woorden te schrijven. Ik had een aantal ideeën en ik zou nu en dan een lijntje aan het papier toevertrouwen doch het duurde tot m’n vader stierf vooraleer ik precies wist wat ik wou zeggen. Ik probeerde in mijn muziek te vertellen waar het hem in mijn muziek allemaal om draait : dit zijn mijn vrienden, dit is mijn familie, dit zijn mijn helden, dit zijn plaatsen die ik heb bezocht, hier ben ik thuis, hier zijn mijn kinderen, hier zijn de glimlachen als regenbogen. Het is er allemaal en ik mag dan wel sentimenteel en over-emotioneel worden maar het is 100 % mezelf. Door die ‘outing’ als het ware ben ik ook een stuk volwassener geworden als componist. Ik had gestopt om complexe stukken voor orkest te schrijven omdat ik het niet langer aankon en nu is de adrenaline er weer !’

De weinigen dit het privilege hebben gehad om Lord’s “Pictured within” te beluisteren zullen moeten toegeven dat de ganse plaat inderdaad zéér autobiografisch is doch twee teksten werden niettemin geschreven door Sam Brown. Naast haar wereldhit “Stop” een paar jaar terug is Sam niet alleen een goeie vriendin van David Gilmour doch ze is tevens de dochter van de inmiddels overleden Vicki Brown (ooit nog lid van de London Chorale aan de zijde van Rick Wakeman zanger Gordon Neville, JB). Je moet enorm veel vertrouwen hebben in iemand om die iemand de tekst te laten schrijven voor een zéér persoonlijk nummer of zou het kunnen dat, ook al werden de nummers voor de ouders van Lord geschreven, ze tevens werden geschreven als respect aan het adres van moeder Vicki Brown ? ‘Ik kad een nummer geschreven, een melodie. Ik had het volledig af en ik had de eerste zin van de tekst geschreven ‘wait before you go’ gevolgd door nog wat stukjes hier en daar. Ik wist dat het een nummer was dat handelde over de vraag aan iemand om niet te vertrekken vooraleer die persoon de volledige toedracht zou kennen. Ik wist echter niet of het een man of een vrouw was die tegen mij sprak ‘don’t go until I’ve told you why you should stay’. Het kon ook een geliefde zijn die iemand vroeg om niet te vertreken. Ik besloot het nummer in handen te geven van Sam Brown. Ik speelde haar het nummer voor en ze begreep meteen waar ik naartoe wilde. In zowat drie minuten had ze de volledige tekst klaar precies zoals ik het me had voorgesteld. Ik denk ook dat ze het nummer schreef met haar moeder in het achterhoofd doch terzelfdertijd kan ze het nummer ook geschreven hebben voor een geliefde. Zelf vind ik het eerder een complex nummer. Ik heb vrienden die er totaal niet kunnen naartoe luisteren (refereert naar het nummer “Wait a while”, JB) omdat het als een mes is die doorheen hun lichaam klieft en ik heb dan weer vrienden die het als een soort therapie gebruiken. Wat betreft “Evening song” had ik een klein vermoeden wat ik precies wou. Het is een nummer dat handelt over de uurtjes die ik thuis in m’n luie stoel doorbreng terwijl ik naar buiten kijk en de vogeltjes zie voorbijvliegen terwijl de zon ondergaat en de hemel van kleur verandert. Typisch Britse nostalgie ! Opnieuw had ik een paar lijntjes voor dit nummer geschreven tot Sam Brown me weer kwam redden en zij in amper twee dagen de ganse tekst had neergepend. Ze had tevens de nagel op de kop geslagen want de tekst bevatte precies datgene wat ik bedoelde.’ Ik refereer even naar Ian Gillan waarvan gezegd wordt dat hij de tekst voor “concerto” op het allerlaatste nippertje had geschreven. ‘Ze werden geschreven de middag van de eigenlijke opname ! Ik vroeg Ian of hij de tekst voor de middelste beweging wou schrijven en hij vond het bijna vanzelfsprekend. Toen we de eerste repetitie aanvingen veronderstelde ik dat de tekst klaar zou zijn maar dat was ze niet. Toen we bij de allerlaatste repetitie aanbelandden waren ze klaar dus moet hij ze diezelfde namiddag hebben geschreven. Datzelfde scenario gebeurde voor de teksten voor “Gemini suite” althans wat betreft de live uitvoering. Voor de studioplaat heb ik zelf de tekst geschreven voor Yvonne Elliman. Iets eerder heb je me gevraagd hoeveel er van m’n eigen dierenriemteken vervat zit in de “Gemini suite” en ik kan je verzekeren dat het weinig schizofrene gevoel om muziek te schrijven voor én orkest én groep zeer sterk een “gemini”-achtig gevoel is. Ik hoop dat je in mijn muziek een deel van m’n karakter kunt vinden. Ik heb steeds aangevoeld dat er zich twee individu’s in Jon Lord schuil houden en ik heb het op één van de twee gemunt wanneer iets slecht afloopt !’

            Toen Lord de voorbereidingen voor “Gemini suite” aan het treffen was deden er geruchten de ronde dat hij Keith Emerson zou vragen om de pianostukken te spelen. Als we even op die tijd terugblikken dan was het de periode toen Jon Lord, Keith Emerson en Rick Wakeman het uitvochten in de pop polls dus klonkt het een beetje raar dat Lord Emerson zou vragen om mee te werken. ‘Het was niet omdat we het zogezegd aan het ‘uitvechten’ waren in de pop polls dat we geen vrienden waren want dat waren we wel. Keith is reeds jaren een zéér goeie vriend van me. Op een bepaald ogenblik zouden we iets samen doen en zijn we zelfs rond de tafel gaan zitten. Het zou een album worden met Keith Emerson, Rick Wakeman, mezelf en groot orkest. De muziek zou gebaseerd zijn rond piano, orgel en synthesizer en ieder van ons zou op die respektievelijke instrumenten alterneren. Dus op het ene nummer zou ik orgel spelen, Keith piano en Rick synth; op het andere nummer zou ik piano spelen, Rick orgel en Keith synth, enz… Dit moet helemaal in het begin van de jaren zeventig geweest zijn. Ik denk dat het nooit gebeurd is omdat het allemaal té veel zou hebben gekost.’

            Als je de solo loopbaan van Jon Lord bekijkt dan moet je toegeven dat daar een groot aantal ‘links’ richting Duitsland bij horen. Eberhard Schoener is zeker een belangrijk figuur in het leven van Jon Lord dus wanneer precies is Schoener in het leven van Lord gekomen ? ‘Eberhard hoorde de “Gemini suite” en was er ondersteboven van. Hij zocht me op in 1973 en vroeg me of ik geen interesse had om het geheel ook live te brengen in Duitsland met hem als dirigent. Uiteindelijk deden we het in 1974 net toen Glenn Hughes en David Coverdale bij Deep Purple waren toegetreden. We traden er op aan de zijde van de Music Chamber Choir. Er waren plannen om meer optredens te verzorgen doch na twee of drie shows moesten we het voor bekeken houden. Iemand van de Duitse televisie had één van onze shows gezien en had Eberhard verteld hoe veel hij hiervan hield. Hij wou dat we iets zouden schrijven voor het Prix de la Jeunesse en dat gebeurde zeer vlot. Eberhard schreef de eerste beweging en als tweede beweging besloten we om het vocale gedeelte uit “Gemini suite” te gebruiken voorzien van een ietwat gewijzigde introduktie. . Daarna schreef ik de derde beweging voorzien van een typische ‘knees-up’ zoals we in Engeland plegen te zeggen, een echte dijenkletser. Ik had dat grappige melodietje al enkele jaren in m’n hoofd spoken (neuriet even dat melodietje terwijl hij het ritme met z’n vinger op de tafel slaat, JB) en dan sloeg dat over in zeven en achtste maten. Het leek me een ideale wijze om het op de plaat te zetten. Daarna bleef Eberhard maar doorzeuren over de onafgewerkte fuga uit ‘The art of fugue’ van Bach. Eberhard sprak : ‘je moet het afwerken voor hem’. En ik zei : ‘ik ben ervan overtuigd dat hij zéér tevreden zal zijn !’ Doch uiteindelijk deed ik het op een soort van jazz, rock, orkestrale manier. Het was reuze om het te doen.’

            Als we even naar Lord’s “Pictured within” album uit 1998 teruggrijpen, die plaat werd uitgebracht op Virgin Classics in een distributie door EMI Classics doch buiten Duitsland is het pakweg onmogelijk om dit werk te vinden. Om het allemaal nog een beetje vreemder te maken deed Lord een mini-tour van zo’n zes dagen waarvan één in Luxemburg en de rest in Duitsland. Natuurlijk zijn er veel meer mensen die Jon Lord solo willen meemaken dus komt er ooit eens een uitgebreide Jon Lord solo toernee ? ‘Dat vraag ik me ook af. Sleur m’n manager hier eens binnen en vraag hem dezelfde vraag ! Ik denk dat ik het zeer voorzichtig moet aanpakken en dat ik de juiste, geschikte zalen moet vinden vooraleer ik hieraan begin. Ik moet ook het juiste publiek zien aan te trekken. In Duitsland deed ik een handvol optredens in kleine zalen en met héél veel publiciteit vooraf zodat de mensen precies wisten wat ze konden verwachten. Ik heb zonet een aanbieding binnengekregen om nog eens zo’n toer te ondernemen in 2001 en ook al is het nog een beetje vroeg wil ik hierrond graag besluiten met de geijkte formule : watch this space !’

            Niet alleen is “Pictured within” moeilijk verkrijgbaar zelfs via internet, tevens componeerde Lord ooit de filmmuziek voor “The last rebel” en “Country diary of an Eduardian lady”, twee platen die zelfs voor de doorwinterde Purple fan bijna onvindbaar zijn. Hoe zwaar is het voor een componist om vast te stellen hoe moeilijk het is om zijn werk te vinden na het vele bloed, zweet en tranen dat in zo’n werk gestopt wordt ? ‘Ach, er is vandaag de dag zoveel muziek verkrijgbaar dat je je kunt afvragen of alles ook op wereldschaal moet uitgebracht worden. “Country diary of an Eduardian lady”  werd geschreven voor een TV station dus zorgde ik ervoor dat het een licht en simpel werk werd. Ik ben er best trots op en ook ik zou wel graag zien dat het beter verdeeld was. Je weet maar nooit, misschien neemt iemand eerstdaags het initiatief om al die ‘moeilijk verkrijgbare spullen’ in een box set op de markt te gooien. Ik hou ze in ieder geval niet tegen. Ik denk echter dat Central Television de rechten voor “Country diary” heeft dus dat wordt al een stuk moeilijker.’

Z’n ganse leven lang is Lord geassociëerd geworden met de onsterfelijke Hammond. Door wie werd hij indertijd besmet met het Hammond virus ? ‘Mister Jimmy Smith. Ik hoorde zijn versie van “Walk on the wilde side” met Quincy Jones, welke een bigband introduktie heeft van om en bij de drie minuten waarna die Hammond schurend komt binnen vallen. De eerste keer dat ik het hoorde vroeg ik me af wat het was. Ik was bij een vriend thuis en hij liet me dat nummer horen. Ik vroeg hem wat dat geluid was en hij zei dat het Jimmy Smith was. Ik vroeg hem : ‘hoe bedoel je, Jimmy Smith ?’ en hij antwoordde : ‘het is Jimmy Smith die Hammond orgel speelt’, en ik dacht bij mezelf ‘verdomme da’s goed’ ! Ik werd verliefd op die sound, die kracht. M’n haren in m’n nek stonden recht toen ik het hoorde ! Rond die periode speelde ik R&B met m'n eerste groepje en ik begon platen te kopen van Chicago R&B artiesten zoals Muddy Waters die ook Hammond gebruikten. Ik begon Jimmy McGriff, Jimmy Smith, Jack McDough, John Patton en al die schitterende Amerikaanse jazz orgelisten te kopen. Ik werd stapel op die Hammond sound. Daarna kwam Georgie Fame en het allerbeste voor mij was Graham Bond met Jack Bruce en Ginger Baker en Dick Heckstall-Smith die samen de Graham Bond Organisation vormden. Toen had ik een Lowry orgel omdat ik me geen dure Hammond kon veroorloven. De Lowry was een afschuwelijk instrument doch ik probeerde het zo dicht mogelijk als een Hammond te laten klinken doch ik slaagde er niet in. Uiteindelijk zei Graham Bond tegen me : ‘look mate, als je een Hammond sound wenst koop jezelf dan een Hammond. Loop niet te zeuren met die Lowry, koop jezelf een Hammond !’ Dus probeerde ik de groep ervan te overtuigen dat we ons zeker een Hammond moesten aanschaffen, een aankoop die we de ‘never-never’ doopten omdat we het in maandelijkse afbetalingen kochten en we nooit stopten met betalen ! Zelfs dan was het geen B3 of een C3 doch een L100, de allerlaagste in de Hammond catalogus doch wel degelijk een échte Hammond ! Gedurende de jaren tachtig voegde ik een ruim aantal synthesizers toe doch tegenwordig hou ik het bij de basis van piano en Hammond.’

            In navolging van z’n solo album “Major impacts” speelt Steve Morse allerhande intro’s vooraleer hij de wereldbekende riff uit “Smoke on the water” op de nietsvermoedende massa loslaat. Avond na avond schudt hij weer andere intro’s uit z’n mouw en toevallig speelde Steve de intro van “You really got me” van de Kinks. Over de jaren heen werd de naam van Lord vaak in verband gebracht met dat nummer. Nu de man in kwestie aan de andere kant van de tafel zit willen we graag eens weten hoe de vork in de spreekwoordelijke steel zit. ‘Ik speel inderdaad mee op de originele opname. Ik deed toen de ganse sessie die bestond uit de opname van een viertal nummers, twee die op het album terecht kwamen (dit is het allereerste Kinks album, JB), en een ander nummer werd als B-kantje gebruikt. Als producer tekende Shel Talmy en gans het nummer was niet meer dan (begint de melodie te zingen, JB) gitaar, bas en drums. Het was Jimmy Page die de solo deed en het was een zekere Billy Graham die de drums bespeelde. Dave Davies speelde de riff samen met Jimmy en natuurlijk was het Ray die het nummer zong doch gedurende mijn sessie werd er niet gezongen. Dan wanneer het begint in G en overgaat in A en het opnieuw lager gaat en herbegint, de volgende keer dat het weer hoger gaat vroeg Shel Talmy me om een vlug repetitief akkoord te spelen, net als zo’n oude rock’n roll piano doch in achtste maten. Da’s het enige wat ik deed. Ik ben toen de studio uitgewandeld met zo’n £12 of £14 wat toen heel goed betaald was. Dus ik ben nooit een lid geweest van The Kinks, enkel en allen een sessiemuzikant. Ik denk zelfs niet dat ze wisten wie ik was. In die dagen pikten we gewoonweg alles mee wat we maar konden vermits we elke cent best konden gebruiken. Ik speelde ook op die goedkope ‘top of the pops’ albums. Woolworths had toen een eigen label dat verzamel elpees op de markt gooide volgesjouwd met hits uit die tijd gespeeld door een sessiegroep en ingezongen door opkomende zangers. Reg Dwight alias Elton John heeft er gedaan, Rod Stewart heeft er gedaan en een aantal muzikanten die later The Flowerpot Men zouden vormen waren er ook bij betrokken.’

            De vijf extra minuten die ik kreeg toegemeten zijn ondertussen ‘aangedikt’ tot ruim twintig minuten dus is niemand van ons verbaasd wanneer de toermanager voor de zoveelste keer de kleedkamer binnenwandelt om Lord bijna onder z’n arm mee naar buiten te zeulen. Terwijl Lord z’n schoenen aantrekt vlug nog even vragen wat zijn ‘all time favourite’ Deep Purple album is. ‘Zeer moeilijk om daar op te antwoorden doch misschien toch maar “Deep Purple in rock” omdat we toen zoveel bakens hebben verzet. De kracht van de groep toen is iets wat we nu opnieuw hebben ontdekt sinds Steve Morse bij ons is gekomen. Om een favoriet nummer op te sommen is het nog moeilijker omdat we zoveel nummers hebben geschreven. Uit de Mark II bezetting kies ik voor “Hard lovin’ man” terwijl ik het ganse “Purpendicular” album van de laatste line-up schitterend vind !’

                Zelfs na een vermoeiend concert en een uitputtend interview heeft Jon Lord nog de tijd en de glimlach voor een aantal fans die trouw de kou hebben getrotseerd om een handtekening aan hun idool te vragen. Regen of geen regen : deze man bracht zon tijdens de nacht ! Nu hij besloten heeft om uit Deep Purple te stappen kunnen we hem maar dankbaar zijn voor de vele decennia aan schitterende muziek en hem het allerbeste wensen met zijn verdere leven. Dat er ook naast Deep Purple nog muziek uit de Lord pen zal druipen staat echter vast als een paal boven water en de kwaliteit van het Jon Lord solomateriaal kennende staan er ons misschien nog mooiere tijden te wachten dan we ooit zouden hebben durven vermoeden !
 

Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected.

Last updated: 30 maart 2003 .
All rights reserved. Copyright © Prog-Nose 30/05/2001.