Flamborough Head of hoe een plek in
Engeland een begrip in Nederland werd.
door John ‘Bo Bo’ Bollenberg
‘Ons eerste album heeft
welgeteld 4000 ‘oude’ guldens (pakweg 1800 ‘nieuwe’ euro’s) gekost’,
vertelt toetsenist Edo Spanninga. Voor een Belg klinkt deze uitspraak van
een Nederlander als muziek in de oren. De eeuwenoude ‘krenterigheid’ dat
steevast als wapen gebruikt wordt tussen zuid en noord heeft ook in de
symfo duidelijk een belangrijke rol gespeeld. Tegen de prijs van een
redelijk maandloon werd “Unspoken whisper” boven de doopvont gehouden.
Ondertussen steken ook “Defining the legacy” en “One for the crow” in de
platenkast, wist de groep zich met brio doorheen een moeilijke
personeelswissel te murwen en is ze pakweg synoniem geworden voor de
jaarlijkse Progfarm happening. Het is daar in het Friese Bakkeveen dat
toetsenist, bezieler Edo even tijd uittrekt om ons een gedetailleerd
antwoord te geven op de vragen die over de jaren heen gerezen zijn.
‘Ik was zelf een beetje
aan het klooien met midi doch dat was redelijk statisch’, vervolgt Edo.
‘Ik kende een gitarist uit de buurt van Leeuwarden, Wiebe Wolf, en die wou
met mij wel iets samen doen. Ik heb toen inderdaad een advertentie
geplaatst waarop Koen (Roozen, drummer) en Marcel (Derix, bassist)
positief op hebben gereageerd. Je moet rekenen dat we spreken van 1991.
Het heeft inderdaad een aantal jaren geduurd vooraleer we met de groep
naar buiten zijn gekomen doch je weet best dat onze muziek aardig complex
in elkaar steekt. Als je er met z’n allen nog een baan op nahoudt tja dan
smelten de jaren als sneeuw voor de zon. We hebben ook niet een
advertentie opgesteld met voorbeelden bij of zo. Het was niet dat er stond
‘muzikant zoekt gelijkgestemden om muziek te componeren in de stijl van
zus of zo’. Het was zelfs zo dat Marcel niets met symfo had. Koen echter
wel en onze huidige gitarist Eddie en mezelf zijn ook enorme prog fanaten.
Het mooie was natuurlijk dat we gelijk bij Koen konden repeteren. Voor zij
die het niet weten : Koen baat een boerderij uit waar ondermeer heel wat
scholen op afkomen om er een tijdje te verblijven. In één van de schuren
hebben wij met Flamborough Head ons repetitielokaal opgezet en vermits er
geen directe buren zijn kunnen we zo hard en zo lang van jetje geven als
we maar willen. Diezelfde boerderij, De Harmsdobbe, is tevens het decor
van het jaarlijkse Progfarm festival wat we nu toch al zes keer hebben
ingericht.’
Om de groep wat
bekendheid te geven werd een demo ingeblikt, materiaal welke later
door het Cyclops label als een Club editie
op CD werd uitgebracht trouwens. Drie nummers uit die sessies ‘Corrugated
road’, ‘Suicide’ en ‘Running on empty’ kwamen uiteindelijk niet op
“Unspoken whisper” te staan. ‘Omdat we merkten dat een aantal nummers uit
onze beginperiode té algemeen waren, té weinig zeggend waren en omdat we
vonden dat we ondertussen een aantal betere nummers hadden geschreven. Je
kunt je bijvoorbeeld afvragen of een nummer als ‘Corrugated road’ wel als
symfo kan doorgaan. Voor mij is het een soort AOR niemendalletje, een
eenvoudige ballad. Ook het nummer ‘Dream on’, wat we op ons allereerste
optreden in maart ’96 als voorprogramma van Jadis bachten, kwam niet op CD
terecht. In het begin ben je zo ambitieus dat je stapels materiaal bij
elkaar schrijft doch weinig materiaal is achteraf bekeken goed genoeg om
het tot een volwaardige CD te maken. Ook al ben ik de oprichter van de
groep, we zijn zo enorm democratisch dat iedereen wel zijn zeg heeft in de
voorbestemming van een nummer.’
Flamborough Head en
Progfarm. Het lijkt als een Siamese tweeling in progland ? ‘Het zit
zo dat je als symfo groep bitter weinig kunt spelen. Kijk, dat kan je gaan
irriteren of je kunt proberen om er zelf iets aan te doen. Met ons vijven
beslissen wij dan maar dat je beter zelf je geluk kunt maken dan te
wachten tot iemand anders dat voor je regelt. Het leuke is natuurlijk dat
je middels zo’n festival niet alleen de kans krijgt om zelf te spelen doch
dat je anderen de kans geeft om zich te laten zien. We zijn in ’97
begonnen en hebben toch al een twintigtal groepjes naar hier gehaald. Het
is ook niet zo dat we met Progfarm zijn gestart met de idee om er winst
aan over te houden die we dan zouden kunnen gebruiken voor de opnamekosten
voor de groep. In de zes jaren dat we bezig zijn hebben we aardig wat
verlies geleden gedurende de eerste drie jaren. Via CD-verkoop van de
groep konden we dat een beetje beperken. De afgelopen twee jaar boeken we
dan weer een beetje winst en dat stoppen we in de pot om het jaar erop de
groepen mee te betalen. Kijk, de groep zelf is een stichting (vzw) en
daaronder valt ook Progfarm. Dit jaar zijn de prijzen voor de drank
gestegen. We hebben ook een grotere tent gehuurd, een betere generator. Je
moet na elke editie weer gaan tellen om te kijken waar je uitkomt. Er moet
echt geen groei zitten in Progfarm want het is net de lulligheid dat het
festival maakt. Zeg me op welk festival je kunt blijven pitten en
ontbijten voor een meerprijs van 5 euro ? Door het beperkt aantal
toeschouwers welke we toelaten krijgt het een ietwat incestueuze sfeer
toegemeten, één grote symfo-familie als het ware. Als de bezoekers hier
vertrekken komen ze mij een hand geven. Na welk optreden gaat een
concertganger de organisator bedanken ? Hier kan je snurkend gaan pitten
naast de gitarist van de hoofdgroep om de morgen erop te ontbijten naast
de zanger van de vorige groep. Nergens ter wereld kan je dit meemaken !
Elk jaar staat Flamborough Head ook mee op de affiche. De ene vindt het
maar niets en de andere vindt het meer dan normaal dat wij ook spelen. De
laatste keer dat we met de groep hebben opgetreden was op de vorige editie
van Progfarm ! We hebben dus een heel jaar niet opgetreden. Vroeger had je
her en der wel festivalletjes in het symfo wereldje doch die lijken nu
niet meer te bestaan.’
Ook al had de opstart van de groep veel weg
van een authentieke diesel, eens de kruissnelheid was bereikt viel de
groep meteen een prijs te beurt. Ze werd namelijk door de Classic Rock
Society als meest beloftevolle groep naar voren geschoven hetgeen meteen
een optreden in Engeland met zich meebracht, iets wat weinig Nederlandse
bands kunnen zeggen. ‘Het overviel ons wel een beetje. Je moet het
natuurlijk ook weten te relativeren want als tien mensen voor je gaan
stemmen dan heb je snel succes. Het was wel zo dat we daarna niet meteen
in een zwart gat vielen. Het was leuk dat we die prijs kregen en het was
leuk om eens in Engeland te spelen doch eens we terug thuis waren pakten
we de draad gelijk op en begonnen aan nieuwe nummers te werken. We zijn
nog eens gevraagd om in Whitchurch te spelen doch dat valt steeds in
augustus dus kan het niet omdat er dan mensen van de groep op reis zijn.
We zijn ook gevraagd om op Baja Prog te spelen maar dan moet je wel je
vervoer naar ginds zelf bekostigen wat in ‘oude’ guldens neerkomt dat je
pakweg 7000 gulden moet betalen om ginds te ‘mogen’ spelen. Wat dan weer
wél interessant is is vb. de Dutch Prog Meeting in Verviers waar we in
totaal met vier bands staan. Het zou natuurlijk té gek voor woorden zijn
als we met z’n allen een volledige backline zouden meenemen dus is het
best mogelijk om naar ginds af te zakken met weinig materiaal als je
onderling met de groepen afspreekt.’
Het lijkt ons interessant om even plaat per
plaat in detail te bekijken. ‘Voor ons debuut “Unspoken whisper” hebben we
in totaal zo’n 4000 gulden betaald. De opvolger “Defining the legacy” was
12000 gulden. De studio die we voor het debuut gebruikt hadden was
inmiddels verhuisd en was een stuk duurder geworden. Toen we aan het
bekijken waren waar we het derde album zouden opnemen waren we te weten
gekomen dat de prijs opnieuw bijna verdubbeld was. We zouden dus tussen de
20000 en 25000 gulden hebben moeten betalen, een bedrag dat noch wij noch
Cyclops ter beschikking had. Wij vonden ook niet dat het zo duur hoefde te
zijn en “One for the crow” hebben we voor 6000 gulden opgenomen. Met name
de zang van Margriet komt hier niet goed uit de verf want ze kan beter
zingen dan wat je op de plaat kunt horen. We hebben de zang twee keer
opgenomen met twee verschillende microfoons en we geraken er niet uit aan
wat het zou kunnen liggen. We hebben nu onlangs zelf materiaal gekocht
zodat we de opname voor de vierde CD integraal zelf kunnen doen. Bij
Cyclops verschijnt binnenkort een nieuwe verzamelaar en daarvoor hebben
wij het nummer ‘Limestone rock’ opnieuw opgenomen. Dat hebben we dit keer
volledig zelf gedaan en ook daar ben ik niet volledig tevreden over. Met
name de drums zijn nog niet wat ik hebben wil dus moeten we hieraan nog
wat sleutelen. Voor Margriet hebben we voor die opname alle mogelijke
microfoons gebruikt en dan kwamen we bij een relatief goedkope Chinese MXL
microfoon die stukken beter klinkt dan een Neumann van 8000 gulden. Het is
en blijft een constant zoeken naar de beste oplossing. Natuurlijk zijn er
tal van CD’s die stukken beter klinken maar daar hangt meestal een
behoorlijk prijskaartje aan vast. Nu we echter over eigen materiaal
beschikken betekent dure studiotijd natuurlijk niets meer want het is en
blijft nu onze tijd. We kunnen dus sterk overwegen om voor bepaalde
stukken gastmuzikanten in te huren wat beperkt zal blijven tot wat we die
mensen betalen. Het lijkt nu plotseling een haalbare kaart om een klein
ensemble in huis te halen omdat je de extra kost van op- en afstellen in
eigen hand hebt. Ook al zijn de recente samples nog zo goed, niets gaat
boven ‘the real thing’ natuurlijk !’
Na het album “Defining the legacy”, wat voor
de toenmalige zanger een sterk autobiografische plaat wordt, verlaten én
gitarist André Cents én zanger Siebe-Rein Schaaf de groep. Op dat moment
moet je toch gedacht hebben dat de groep ter ziele was ? ‘Ach neen, totaal
niet. Iedereen is vervangbaar. Als ik dood ga, dan draait de wereld gewoon
verder ! Alle groepsleden zijn uit het noorden van Nederland afkomstig.
Het is er redelijk dun bevolkt dus statistisch heb je minder kans om de
juiste mensen te vinden. Onze nieuwe gitarist Eddie kenden we en hebben we
gevraagd om voor André in te vallen op Progfarm. Toen zijn we in eerste
instantie op zoek gegaan naar een mannelijke zanger omdat dit in de lijn
van de verwachtingen lag. We konden natuurlijk ook een instrumentale groep
worden of ik kon het ook aan m’n vrouw Margriet voorstellen die zelf al
jaren zingt. Alles hing natuurlijk af of zij het wel zag zitten, of zij
het wel leuk zou vinden. Uiteindelijk heeft zij samen met nog enkele
anderen auditie gedaan en om eerlijk te zijn was zij gewoon de beste. Het
is natuurlijk een rare bedoening als je tegen je vrouw na afloop van de
auditie moet zeggen : ‘OK dankjewel, je hoort nog van ons !’ We reden
samen terug naar huis en ik zei helemaal niets. Een week later hebben we
het haar dan officieel meegedeeld. Met Eddie erbij heeft de groep ook een
ietwat andere kleur gekregen en ik vind best dat de stem van Margriet daar
uitermate goed bij past. Flamborough Head heeft als het ware een nieuwe
gedaante gekregen, is misschien iets softer geworden. Ik moet eerlijk
bekennen dat André, onze vroegere gitarist, de groep naar ietwat hardere
horizonten wou duwen, meer metal, terwijl ik nog steeds bij Camel en
Genesis blijf zweren. Het feit dat Margriet nu de autobiografische teksten
van Siebe-Rein moet zingen valt best mee want uiteindelijk brengen we maar
één nummer uit “Defining the legacy” en dat is ‘Garden of dreams’, een
nummer dat we met z’n allen nog zeer graag brengen. We hebben het trouwens
opnieuw met de nieuwe bezetting opgenomen. Voor Siebe-Rein was die
vader-zoon relatie die hij op de plaat bezingt zo belangrijk dat hij uit
de groep stapte. Het was alsof die plaat iets therapeutisch in zich had en
hij uit die plaat zijn conclusies had getrokken voor z’n eigen gezin.’
Laten we nog even stilstaan bij jullie
nieuwe gitarist Eddie Mulder. Op de nieuwe plaat staan reeds heel wat
composities van zijn hand hetgeen niet zo gebruikelijk is voor een
nieuwkomer. ‘Initieel hadden we hem dus enkel en alleen voor dat ene
optreden gevraagd. Hij vond het echter zo goed meevallen dat hij zelf
voorstelde om als vast lid bij de groep te komen. Wij waren dolblij want
we vinden hem een moordgitarist. Op onze laatste plaat is het pakweg 50/50
tussen mij en hem wat het schrijven van nummers betreft. Eddie is een
beroepsmuzikant en speelt voor de vuist weg wat ie hoort. Als ik met een
idee kom aandraven dan laat ik voldoende ruimte vrij voor de andere leden
om bepaalde stukken zelf in te vullen. In het geval van Eddie is alles
perfect gearrangeerd voor ieder van ons. Hij hoort ook meer het
eindproduct in z’n hoofd. Hij woont hier temidden van de uitgestrekte
bossen en terwijl hij aan het wandelen of joggen is krijgt hij muzikale
impulsen. Van zodra hij thuis komt neemt hij pen, papier en gitaar bij de
hand en begint hij te componeren. Met hem en Margriet bij de groep voelde
het wel alsof wij de toekomst van de groep aan het hertekenen waren. Bij
het genre blijf je natuurlijk doch ik ben blij dat we die vernieuwing
hebben meegemaakt anders vrees ik dat we “Defining the legacy Part 2”
hadden gemaakt. Met Margriet erbij kregen we niet alleen een vrouwenstem
doch ze introduceerde meteen ook dwarsfluit en blokfluit. Met Eddie erbij
kregen we ook een royale dosis akoestische gitaar voorgeschoteld want je
mag niet vergeten dat zijn voorganger, André, enkel en alleen elektrisch
speelde. Die akoestische instrumenten geven natuurlijk veel meer
mogelijkheden ook al is het niet de bedoeling dat we ooit een volledig
akoestisch album opnemen. Een tijd geleden werden we door Radio Almelo
gevraagd om een akoestische set te brengen en toen we daar zaten keken we
elkaar aan met de vraag ‘wat zitten we hier in godsnaam te doen ?’ Voor
mij betekent symfo net het verschil in spanningen tussen akoestische en
elektrische passages. Op onze laatste plaat passen die korte akoestische
stukjes van Eddie perfect tussen die lange, epische nummers. Op die manier
werkt het uitstekend. Het zou ook kunnen dat ik ooit een akoestisch album
opneem samen met m’n vrouw doch da’s voor veel later. Zelf ben ik
momenteel enorm in de ban van onze zojuist aangekochte opname apparatuur.
Ik heb speciaal hiervoor wat materiaal bij elkaar geschreven die ik aan
het uitwerken ben samen met Eddie en m’n zwager Menno Boomsma van de groep
Odyssice kwestie van dat nieuwe materiaal wat uit te proberen. Het blijft
volledig instrumentaal en als het allemaal een beetje behoorlijk klinkt
dan is de kans groot dat we het uitbrengen. Net zoals op “One for the crow”
hou ik me volop bezig met de uitgesponnen orkestraties en met name de
Hammond, de Moog, de piano en de Mellotron genieten hierbij m’n voorkeur.
Natuurlijk blijft het hardop werken aan een vierde Flamborough Head CD die
wellicht opnieuw bij Cyclops zal verschijnen en die we hopelijk tegen de
zevende editie van Progfarm begin november 2003 uit willen hebben.’
Zonder twijfel heeft de groep in haar
bestaan een stevige stempel weten te drukken op de symfo wereld. Volgens
een bepaald tempo blijft de groep nieuw materiaal aanleveren en zéér
occasioneel kunnen we de band ook live aan het werk zien. Is er ergens in
het achterhoofd van de groepsleden niet iets wat men graag eens
verwezenlijkt zou zijn ? ‘In wezen spelen we té weinig om een live album
op te nemen en uit te brengen. Als je een bepaald aantal jaren in het
circuit meedraait lijkt me dit anders leuk om doen omdat je als het ware
hiermee een streep zet achter een bepaalde periode. We zijn allemaal héél
erg fanatiek bezig met deze groep, we zijn ook allemaal erg ambitieus maar
we kunnen het ook allemaal héél sterk relativeren. We hebben allemaal een
baan en een gezin en kinderen en zijn allemaal in de veertig dus bekijken
we het allemaal iets realistischer dan wanneer we twintig zouden zijn. We
weten hoe de sien in elkaar steekt en wat er haalbaar is. Als we gedurende
een weekend Progfarm 220 mensen een leuk weekend kunnen bezorgen dan
hebben we ook iets bereikt, begrijp je ? Het zou inderdaad met de steun
van de gemeente mogelijk moeten zijn om éénmalig met een filharmonisch
orkest de samples door échte instrumenten te vervangen en dat optreden dan
op te nemen en als CD en wie weet ook als DVD uit te brengen. Het enige
wat je hier niet mag vergeten is het investeren van veel tijd, want het is
en blijft toch een ganse organisatie. Nu kan ik simpelweg m’n
arrangementen thuis maken maar met echte instrumenten en muzikanten wordt
het al gauw ettelijke keren uitschrijven en repeteren. Doch met het Fries
Jeugdorkest vb. zou dat prima moeten lukken. Om een solist aan te duiden
lijkt het me wat moeilijk omdat ieder van ons nu eenmaal zijn of haar
idolen heeft. Persoonlijk zou het zelfs niet meer lukken want ik blijf
zweren bij Bach. Ik vind Bach van een ongelooflijke goddelijkheid.’
Laten we eens stilstaan bij de hoesontwerpen
van de groep die allen, op de Club editie na, van de hand zijn van Theo
Spaay. Is dat bewust gedaan omdat je op zo’n manier een visuele identiteit
koppelt aan het muzikaal gebodene ? ‘Ja, zo zou je het kunnen stellen. Ik
vind dat hij mooie schilderijen maakt. Hij krijgt van ons de teksten en
maakt daar een schilderij rond. Wij betalen enkel het materiaal wat hij
nodig heeft dus blijft het een betaalbare zaak. Ik vind het eveneens leuk
dat er een bepaalde lijn in zit zodat de groep bijna blindelings het
engagement met Spaay aangaat als er een nieuwe CD op stapel staat. Dus
binnen ettelijke jaren ontwerpt Theo Spaay ook de tiendelige Flamborough
Head box en de lingerielijn (lacht).’
Dream on, Edo, dream on !
|
Discografie
-
Unspoken whisper (Cyclops CYCL 063)
-
Defining the legacy (Cyclops CYCL 096)
-
Bridge to a promissed land (Cyclops
CYCLUB-009 limited to 500 numbered copies)
-
One for the crow (Cyclops CYCL 108)
-
‘Schoolyard fantasy’ on the 2CD sampler
“Cyclops 4” (Cyclops CYCL-090)
-
“Limestone rock – reworked” on the 2CD sampler “Cyclops 5”
(Cyclops CYCL-125)
|
|