Als je van je werk je hobby maakt hoef
je nooit meer te werken !
door John ‘Bo Bo’ Bollenberg
Al eens bekeken hoe de stroom van een klein riviertje een totaal andere weg
neemt wanneer er een steen in de weg ligt ? Het water botst tegen de steen en,
naargelang het debiet, zoekt het zich een weg rondom de steen. Die steen is in
de geschiedenis van de Hollandse groep Finch niemand minder dan
gitarist/mentor/bezieler Joop Van Nimwegen. Terwijl de overige leden met een
grote smile en voldaanheid terug in de tijd blikken en Finch als hun grootste
triomf omschrijven, probeert Van Nimwegen excuses te vinden voor de volgens hem
‘naïeve’ composities welke de ruggengraat vormen van het Finch oeuvre.
Mocht het niet aan zijn misprijzen voor deze periode liggen dan waren we vandaag
getuige van een heuse Finch reunie met na een enorm gesmaakte concerttoernee
wellicht de opname van een nieuw studio album gevolgd opnieuw door een nieuwe
toernee. Het is echter als Queen zonder Mercury of Led Zeppelin zonder John
Bonham met die verstande dat Van Nimwegen nog niet het tijdelijke voor het
eeuwige heeft geruild. Het kan dus allemaal ware het niet dat zijn vastberaden
koppigheid in de weg staat als een betonblok middenin een autosnelweg. We
proberen alvast een frontale botsing te vermijden en zoeken via de andere leden
naar een alternatieve route om Finch anno 2000 te bereiken.
De inmiddels 55-jarige Beer Klaasse staat ons met een immer positieve
attitude te woord. Beer drumde op de eerste twee elpees, werkte nog een stuk mee
aan de elpee ‘Galleons of passion’ vooraleer hij door Hans Bosboom werd
vervangen en is nu ook live te bewonderen op de nieuwe Finch dubbelaar. ‘Het
is vreemd hoe je 25 jaar na datum plotseling nog ‘nieuw’ materiaal aan het
repertoire kunt toevoegen’, aldus Beer. Toen hij van Group 1850 richting Finch
stapte had de groep een zevental maanden met een zanger gewerkt doch dat draaide
op niets uit. ‘We hebben ook met een tweede drummer gewerkt, Marco Vrolijk.
Marco werd uit Supersister gezet omdat zij een zekere Herman Van Boeyen hadden
ingehuurd. De idee om met twee drummers te werken was prima doch het resultaat
was zéér chaotisch dus hebben we er na een maand een punt achter gezet.
Vervolgens werd nog vele maanden gerepeteerd alvorens het eerste Finch optreden
een feit werd. Vandaar dat de groep eigen materiaal genoeg had om een
avondvullend programma te verzorgen. Meestal duurde een Finch optreden zo’n
anderhalf uur. In het begin brachten we al het ‘Glory of the inner force’
materiaal aangevuld wellicht met een paar stukken die later op ‘Beyond
expression’ zouden verschijnen plus het nummer ‘Necronomicon’. Dat dit
nummer tot op heden nooit op plaat werd gezet is enkel en alleen te wijten aan
het feit dat het werd geschreven met als bedoeling als bonus tijdens concerten
te worden gebracht. In feite betrof het in hoofdzaak een improvisatie die rond
een bassolo van Peter Vink werd geschreven. Meer moet je er ook niet achter
zoeken. Op de zojuist verschenen dubbelceedee klokt het nummer in rond de 18’
doch er zijn avonden geweest waar dit nummer meer dan een half uur duurde
terwijl er ook nog avonden waren waar het nummer ‘amper’ een tiental minuten
duurde. Ik gaf steeds een drumsolo weg tijdens ‘Paradoxical moods’ en ik
vind het dus enorm vervelend dat er op de nieuwe live CD geen drumsolo te horen
valt. Ik denk dat omwille van de lange speelduur van die CD het onmogelijk was
om de solo erin te houden zodat men het er uit heeft gemixed. Erg jammer ! Finch
is altijd een combinatie geweest van mensen die dicht bij een vastomlijnde
structuur wilden spelen en mensen die ruim wilden improviseren. Joop kwam altijd
met de ideeën aandraven en hij ging daarin zo ver dat in feite de lijnen voor
iedereen waren uitgeschreven … behalve voor mij. Joop zei me wel dat hij in
die passage een 13/8 maat nodig had doch ik was volledig vrij om te kiezen hoe
ik die maat zou brengen. Alleen voor de derde elpee ‘Galleons of passion’
kwam Joop eens met de volledige drumpartij aandraven en dat, samen met het feit
dat ik vond dat de echte ‘spirit’ van de band toen zoek was, was meteen de
reden om uit Finch te stappen. Mijn vervanger Hans Bosboom zou daarop maar
liefst acht maanden studeren teneinde al mijn partijen identiek onder de knie te
krijgen. Op het laatst werd Hans door Fred Van Vloten vervangen en die deed er
welgeteld één avond over om al onze muziek door te nemen ! Fred kende
natuurlijk ons repertoire van buiten doch hij zou mijn partijen helemaal anders
inkleuren. Ik heb de groep ooit met Fred aan het werk gezien en het drumwerk
klonk volledig anders.’
Het eigenlijke oeuvre van Finch, dat nu én op vinyl én op CD verkrijgbaar
is, behelst in feite slechts drie platen en één singel. Welke zijn de grote
verschillen wanneer je op die output terugblikt ? ‘De eerste elpee wilden we
helemaal live opnemen in de studio. In amper twee dagen stond het meeste op de
band en werden hier en daar wat extra zaken ingespeeld. Vandaar dat ik ‘Glory
of the inner force’ nog steeds bestempel als ons meest spontane album. Voor
‘Beyond expression’ hadden we meer tijd gekregen en konden we het geheel
iets kunstmatiger inkleuren. Ook al werkte ik nog mee tijdens de voorbereidingen
van ‘Galleons of passion’, ik vond dat we de beste tijd gehad hadden.’
Het instrumentale werk van Finch heeft over de jaren heen een universeel
karakter gekregen en de naam wordt in eenzelfde adem vernoemd met alle andere
groten uit die tijd. Een echt label op de muziek kleven is niet makkelijk want
we vinden er elementen uit de jazz, rock en klassieke muziek in terug. Wie was
waarvoor verantwoordelijk ? ‘Toetsenist Cleem Determeijer had een klassieke
scholing en was technisch zeer onderlegd doch had geen grote inbreng in onze
nummers. Ik herinner me nog dat hij tijdens een repetitie ons een eigen nummer
liet horen en we gelijk in een lach schoten ! Zonder meer was Peter Vink onze
rocker. Hij was ook een fervent Yes aanhanger. Had Peter de nieuwe Yes-plaat
gekocht dan moest ik steevast een koptelefoon op om die te beluisteren. Ik vond
het nochtans verschrikkelijke muziek ! Aan de andere kant hield Peter ook van
een vastomlijnd concept, van vaste afspraken en vastomkaderde partijen. Joop was
onze symfonische man die heel lyrisch uit de hoek kwam. Persoonlijk ben ik dan
weer verantwoordelijk voor de jazz in onze muziek. Dankzij een oom van me ben ik
in contact gebracht met de muziek van Art Blakey en dat heb ik jarenlang als
grote voorbeeld met me meegedragen. Tot ik op m’n 35e vond dat het
niet langer leuk was en ik het voor bekeken hield. Wanneer ik nu naar sommige
dingen van Blakey luister weet ik niet wat me toen bezielde. Er wordt ook keer
op keer beweerd dat Mahavishnu Orchestra één van onze grote invloeden was en
daar kan ik maar tot op zekere hoogte mee akkoord gaan. Op het vlak van vreemde
maten was Mahavishnu natuurlijk één van de koplopers en ook al heeft Joop het
nooit toegegeven toch ben ik ervan overtuigd dat dat zijn grote voorbeeld was.
Ook ik ben aardig in de ban geweest van McLaughlin doch ik heb het meer begrepen
voor zijn Shakti periode. Van mijn zoon heb ik niet zolang geleden een dubbele
live CD van Shakti cadeau gekregen. Kijk, je weet niet wat je hoort. Er zit
zelfs een nummer van 63’ bij. Natuurlijk is dit het soort muziek welke je in
alle eenzaamheid moet opleggen. Ook daar vind ik datgene terug wat ik al jaren
nastreef namelijk ‘vrijheid in gebondenheid’, je kan improviseren zoveel je
maar wilt, er moet toch een bepaald keurslijf omheen de compositie zitten.’
Hoe zag die Hollandse sien er tijdens de hoogdagen van Finch trouwens uit ?
‘We speelden vaak op festivals met groepen als Kayak, Earth & Fire, Focus,
Solution, Dizzy Man’s Band. Van alle groepen die ik ooit heb gekend was
Brainbox wel het allerbeste. Vandaar dat ik nadien ook Focus wat dichter ben
gaan volgen en ten tijde van Jan Akkerman en Pierre Van Der Linden vond ik het
ook best spannend. Ik heb Focus toen nog een keer gezien met Philip Cathérine
en een zwarte drummer maar toen hoefde het voor mij niet meer. Het was trouwens
vreemd hoe Finch vaak werd gevraagd om op te treden tijdens eindeschooljaar
feesten. Toen viel het me op dat we pakweg steeds voor een gymnasium moesten
optreden en pakweg nooit voor een technische school.’
Mocht Finch een reunie overwegen dan ben ik er zeker van dat een optreden
tijdens Progfest in Los Angeles zeker op het programma staat. Zou Beer dan weer
van de groep deel uitmaken ? ‘Los Angeles zeg je ? Als Joop Van Nimwegen dat
te weten komt denkt hij misschien nogmaals na want zoals het nu staat blijft hij
er wellicht bij dat Finch een afgesloten hoofdstuk betreft waarop hij niet wenst
terug te komen. Da’s jammer. Kijk, een tijd geleden werd ik door de bassist
van Shocking Blue gebeld met de vraag of ik éénmalig wou meespelen. Ik had al
in geen elf jaar de stokken meer opgenomen en bedankte voor de vriendelijke
uitnodiging. Mijn vrouw maande me echter aan om het toch maar eens te proberen
en nadat ik dat gedaan had belde ik de jongen alvast nog op. Voor een
radiostation in Den Haag hebben we zo een vijftal nummers gedaan waaronder
covers van The Beatles en The Searchers. Het drummen ging zo goed dat ik weet
dat ik het nog in me heb om al het Finch materiaal perfect onder de knie te
krijgen. Dus van mij zou het niet afhangen en ik ga meteen mee op toernee !
Trouwens ik heb een 30-jarige zoon en die had onlangs een aantal vrienden over
de vloer die me vroegen of ze eens naar wat Finch muziek mochten luisteren. Ik
dacht dat ze me gewoon zouden uitlachen doch ze luisterden zeer aandachtig naar
de muziek en vonden het best interessant. Ik ben er dus van overtuigd dat het
niet alleen de ‘oude’ fans zijn die de groep opnieuw zouden ontdekken doch
ook een totaal nieuwe schare jonge muziekfans. Ook al zijn er bepaalde dingen
die gedateerd klinken toch kan ik met fierheid de Finch output beluisteren. Nu
nog Joop overtuigen !’
Joop Van Nimwegen. De hoofdpion op het speelbord genaamd Finch. De jongste
van het gezelschap en, naar zijn eigen zeggen, té naïef om de essentie van de
muziek in een paar minuten te stoppen. Bewijs van het kinderlijke zou hem ook in
de titels van de nummers te vinden zijn die allen, op de één of andere manier,
met de denkwereld van Van Nimwegen te maken hadden. ‘A bridge to Alice’ over
een liefje; ‘Pisces’ over zijn sterrenbeeld; ‘Paradoxical moods’ over
zijn wisselende gemoedsgesteldheid, verder hoef je het niet te zoeken. Van
Nimwegen is altijd iemand geweest die zich onwel voelde bij té veel erkenning.
Hij wordt wel dé spil van Finch genoemd, de mentor, gitarist/componist, kortom
de man rond wie de groep was opgebouwd. ‘Dat heb ik nooit gewild. Dat was echt
het laatste wat ik zou willen’, geeft Joop toe. ‘In het begin probeerden we
het met twee drummers, op het einde met twee toetsenisten en deden we zelfs
audities voor een zanger enkel en alleen om die schijnwerper van me te kunnen
afschudden. Ik probeerde één vierde te zijn van Finch maar ik was al gauw 90%
terwijl de overige drie de overblijvende 10% maar moesten zien te verdelen. Dat
is een last die ik niet langer kon dragen. Ik ben dan ook blij dat ik Finch op
een bepaald moment heb opgeheven. Komt daarbij dat ik en Peter de enige
overblijvenden waren van het prille begin en bijgevolg kon ik het niet langer
verdragen dat zij die er het laatste waren bijgekomen, ons als het ware de les
gingen spellen over de ‘oude’ composities en zowiezo eisten dat er een
grotere bijdrage zou komen van buitenstaanders. We hebben inderdaad nog met een
tweede toetsenist geprobeerd doch de vlam was gedoofd. Het was mooi geweest en
begrijp me niet verkeerd : ik heb er mooie jaren meegemaakt, heb tijdens mijn
periode bij Finch héél veel geleerd doch als je het achteraf bekijkt stellen
wij in feite niet veel voor. We hebben nooit een notering gehad in de LP top 10,
we hebben nooit een hit gescoord en wij zijn nooit een nationale ‘trots’
geweest.’
Vanzelfsprekend moet ik het nu over die felbesproken reunie gaan hebben doch
ik ruik aan de andere kant reeds het onverbiddelijke antwoord. ‘Ik moet lachen
want dat die vraag er zou komen wist ik natuurlijk al. Kijk, je mag natuurlijk
nooit NOOIT zeggen want je weet het maar nooit doch momenteel zou ik totaal geen
tijd hebben om aan een reunie mee te werken. Ik zit momenteel tot 1 januari 2001
vast aan de musical Elisabeth die elke avond plaats vindt in het Circustheater
in Scheveningen. Het stuk handelt over de Keizerin van Oostenrijk die ondermeer
door Romi Schneider als ‘Sissi’ wereldfaam verwierf. Alleen op maandag ben
ik vrij maar anders treed ik elke avond op en de zondag zelfs twee keer. Ik zou
dus totaal niet weten waar ik de tijd zou moeten halen om te repeteren. Of het
nu om één enkel optreden zou gaan of om een onafgebroken toernee van drie
weken, de inzet zou toch even intensief moeten zijn en daar heb ik geen tijd
voor. De enige oplossing zou zijn dat iemand héél veel geld op tafel zou
gooien zodat ik tijdelijk mijn hoofdberoep gedag kon zeggen om me opnieuw
volledig in de ‘Finch-rol’ in te leven. OK, het is aanlokkelijk dat je stelt
dat Progfest in Los Angeles wel interesse zou hebben en ook Baja Prog in Mexico
en ook in Nederland zouden we wel een paar avonden een zaal kunnen laten
vollopen doch daar houdt het dan ook op. We moeten nu eenmaal ophouden met ons
verhaaltjes wijs te maken. Het is voorbij, het is mooi geweest, laten we het zo
houden. Het is trouwens héél fijn dat er een nieuwe CD is, en dat er, volgens
ik via mijn afrekening bij Buma-Stemra kan vaststellen, ook interesse in Finch
is in de verste uithoeken van de wereld. Ik weet dat we indertijd platen
verkocht hebben in Israël, in Amerika en ook een aantal in Finland maar dat er
plotseling ‘fanmail’ komt uit Korea, Australië en Canada vind ik uiterst
vreemd. Samen nog eens op de bühne staan heeft echter niet veel zin doch ik wil
de Finch fans toch informeren dat niet al het Finch materiaal nu is uitgegeven.
Er zijn namelijk nog veel meer onuitgegeven nummers doch die werden af en toe op
een gammele bandrecorder in het repetitielokaal opgenomen. Ik weet niet wie er
nog zo’n band in zijn bezit zou hebben doch misschien praten we elkaar binnen
vijf jaar naar aanleiding van alweer een nieuwe Finch CD ?’ The story
continues …
Eén van de meest opmerkelijke gebeurtenissen in de geschiedenis van Finch
was wel toen toetsenist Cleem Determeijer geen tijd meer voor de groep leek te
hebben omwille van té drukke aktiviteiten en hij gedurende ettelijke maanden
toch bij Finch bleef tot zijn vervanger Ad Wammes volledig was ingespeeld. ‘Ik
kende Joop Van Nimwegen van toen ik een jaar of 16 was’, informeert ons Ad.
Vanaf m’n twaalfde begon ik mij in popmuziek te interesseren en had ik gelijk
m’n eerste bandje bij elkaar : Les Cheveux, zo gekozen omdat het toen allemaal
Beatles was wat de klok sloeg en de Beatles gelijk stonden met lang haar. Ik
speelde er gitaar en zong. Pas op m’n negentiende zou ik conservatorium lopen
en wel in Utrecht waar ik zowel piano als compositie studeerde. Rond m’n 16e
zat ik dus samen met Joop Van Nimwegen in de groep Ex waar we ondermeer onder de
indruk van Yes en Jethro Tull waren. Ik heb toen ooit een pianet gekocht terwijl
ik bleef zingen. Vanaf dat moment ben ik in feite steeds met Joop bevriend
geweest. Joop kwam ook bij mij aankloppen met de vraag of ik de ganse ‘Glory
of the inner force’ op partituur wou uitschrijven zodat hij de aangifte bij
Buma-Stemra kon regelen.’
Toen Ad Cleem ging vervangen was de groep Finch al aardig bekend. Heb je dan
niet de verplichting om elke noot klakkeloos na te spelen ? ‘Ik heb in eerste
instantie alle instrumenten van Cleem overgenomen dus qua klank zat ik gelijk op
dezelfde golflengte. Ik mag ook gerust stellen dat ik alle thema’s klakkeloos
heb overgenomen doch de solo’s heb ik mijn eigen aanpak gegeven. Ik kocht ook
geregeld nieuwe spullen bij zoals ondermeer een Mini-Moog. Een Mellotron heb ik
me nooit aangeschaft vanwege té duur en té onvoorspelbaar. Vele mensen vragen
me wel eens of het nummer ‘As one’ op de ‘Galleons of passion’ elpee m’n
allereerste compositie was. Kijk, reeds op m’n twaalfde schreef ik eigen
nummers. Zoals de mensen via de nieuwe dubbelaar kunnen vaststellen heb ik ook
nog een aantal nummers voor Finch geschreven die niet voor het album werden
weerhouden. De hoofdreden was dat ze té veel verschilden van de algemene ‘teneur’
van de plaat, ze pasten niet in de stijl.’
Wie de Ad Wammes stijl beluistert vraagt zich af wie de grote voorbeelden
geweest kunnen zijn. ‘Ik heb steeds Jan Hammer als m’n grote voorbeeld
gezien doch niet de Hammer die zijn instrumenten op een percussieve manier
benadert doch de Jan Hammer ten tijde van de elpee ‘The first seven days’
wat een sterk symfonische plaat is. Ook Gentle Giant heb ik steeds geweldig
gevonden en wel omdat al hun nummers zeer sterk gespeeld zijn en de composities
stuk voor stuk doorwerkt zijn. Ik heb alles van deze jongens in huis en om je
een idee te geven hoe sterk ze zijn luister dan even naar hun live album. Deze
klinkt namelijk precies alsof hij in een studio is opgenomen. Toetsenisten als
Emerson en Wakeman vond ik dan weer té pompeus om echt te boeien.’
Ad Wammes verscheen eigenlijk op het Finch toneel net voor de opname van de
derde elpee ‘Galleons of passion’. Bijgevolg is hij te horen op de beide CD’s
die de nieuwe dubbelaar sieren te weten de demo CD en de live CD. Hoe werd het
einde van Finch duidelijk gemaakt ? ‘Nadat de derde elpee was uitgebracht
hebben we nog een toernee gedaan getuige daarvan de live CD. We zijn zelfs
begonnen aan het schrijven van nummers voor een vierde plaat en toen hebben we
gedurende korte tijd met een tweede toetsenist gewerkt met name met Rinse
Posthuma. Voor zover ik weet hebben we in die bezetting nooit iets opgenomen.
Het bewijst echter wel dat Joop Van Nimwegen niet langer de spil van de groep
wou zijn want naast die tweede toetsenist deden we ook een paar audities voor
een zanger. Joop kocht zich echter een Revox bandrecorder en begon in z’n
eentje te klooien. Het succes van Finch liep achteruit en Joop besloot toen maar
om ermee te kappen. Wij vonden dat we niet met een andere gitarist konden
doorgaan dus betekende het vertrek van Joop meteen het einde van de band. Een
reunie zie ik wel zitten doch een reunie zonder Joop is geen reunie. Als hij
niet meedoet dan gaat het ganse zaakje niet door. Ik heb alvast alle leden van
Finch bij mij thuis uitgenodigd op de koffie en allen zijn ze op mijn verzoek
ingegaan behalve één. Juist, Joop !’
Doek.
Finch discografie :
1975 LP Glory of the inner force (Negram)
1975 7" Colossus Part 1 / Colossus Part 2 (Negram)
1976 LP Beyond expression (Negram)
1977 LP Galleons of passion (Bubble records)
1978 LP Glory of the iner force (heruitgave) (Bovema-Negram)
1994 CD Glory of the inner force + bonustracks (Pseudonym)
1994 CD Beyond expression (Pseudonym)
1995 CD Galleons of passion (Pseudonym)
1999 2CD The making of … Galeons of passion / Stage ’76 (Pseudonym)
|