|
|
|
ROGER POWELL – Fossil Poets |
| Cover |
Release |
Style |
![]() |
2006 | electro prog |
| Label | ||
| Inner Knot Records / Discipline Global Mobile | ||
|
Website |
||
|
Contact |
||
| - | ||
|
Playing Time |
Cat. N° |
|
|
51:22 |
INK 0680 |
|
|
Review by |
Rating |
|
| Danny | 7/10 | |
| english | Review | |
|
Toen ik de promo CD ontving, was de eerste vraag die ik mij stelde: “Wie is Roger Powell?”, want zijn nieuwste album werd uitgegeven bij Inner Knot/Discipline Global Mobile, inderdaad, het label van King Crimson. Indien je een fan was van Todd Rundgren’s Utopia, dan zou zijn naam een belletje moeten laten rinkelen, want hij was er toetsenist voor een heel lange tijd. Hij speelde ook op Meatloaf’s “Bat out of Hell”, toerde met David Bowie en ontwierp zelfs een eigen synthesizer. Hoewel hij met veel groepen speelde en optrad, is dit slechts zijn derde solowerk. Zijn eerste twee waren “Cosmic Furnace” (1973) en “Air Pocket” (1980), waarop hij experimenteerde met synthesizer geluiden en structuren die voor die tijd nogal vernieuwend waren. Je kunt zijn muziek beschrijven als jazz, funk en blues op elektronische instrumenten. Hij speelde elk instrument zelf op die eerste albums. Deze keer heeft hij echter de hulp ingeroepen van enkele gastmuzikanten. Greg Koch speelt gitaar en bas en Gary Tanin neemt enkele extra keyboards voor zijn rekening, maar wat nog belangrijker is, hij staat ook in voor de productie en het arrangement, een taak die hij uitstekend volbracht heeft. De stijl is niet echt veranderd. Het is nog steeds jazz, funk en blues op elektronische instrumenten, met veel geprogrammeerde ‘loops’ en arpeggio’s. Hoewel de drumpartijen perfect geprogrammeerd zijn, verkies ik toch een echte drummer. Als je dit alles optelt bij het feit dat het een volledig instrumentaal album is, dan begrijp je dat dit niet het gemakkelijkste werk is om te verteren. Er staan bovendien geen echte ‘songs’ op de CD, eerder ‘soundscapes’ die een bepaalde sfeer oproepen. Sommige nummers zijn zeer funky, zoals “Lone Gunmen”, “Fallout Shelter”, zeer ‘groovy’. De meeste nummers zijn opgebouwd rond een synthesizer sequence, wat je soms doet denken aan Tangerine Dream of zelfs Ozric Tentacles. “Test Drive” is een mooi bluesy nummertje. En dat had ook “Crème Fraiche” moeten worden, ware het niet date en techno beat het nummer na 30 seconden vernietigt. Ik moet wel toegeven dat na ettelijke luisterbeurten deze beat de groove verbetert, maar toch had ik het liever bij een blues ballad gehouden. Je moet deze muziek genoeg tijd geven om zich te nestelen in je hoofd. Er is zeker genoeg variatie, met verschillende instrumenten en geluiden. Ik houd vooral van “Osmosis” met het deuntje op accordeon. Andere nummers zijn voor mij iets te experimenteel, zoals “Serpentine”. Als je van dit soort elektronische muziek houdt dan moet je dit zeker eens proberen. Ik hield er wel van, maar ik denk dat de CD niet veel uit mijn kast zal komen. Het is wel een origineel werkje van een keyboard tovenaar, zijn reputatie waardig. |
||
|
Musicians |
||
|
Roger Powell: synths, guitars,
mandolin, accordion, flute, flugelhorn, piano & organ |
||
| Tracklist | ||
|
Lone Gunmen (4:14) |
||
| Discography | ||
|
Cosmic Furnace (1973) |
||
|
Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected. |