|
Ik moet eerlijk bekennen dat ik Neal Morse na Testimony een beetje
heb laten links liggen, niet in het minst omdat ik de sterk
religieus getinte teksten toch wel grondig beu was. Muzikaal was het
natuurlijk altijd dik in orde, geen mens die daar ooit aan
getwijfeld heeft. Bij toeval is het laatste album van de voormalige
Beard-man in mijn cd-speler terecht gekomen, en toegegeven, ik ben
danig onder de indruk van ’s mans muzikale prestaties. Het geloof
blijft natuurlijk prioritair, maar wanneer je probeert de teksten te
negeren (het aantal God’s en Jezus’s zijn weer niet te tellen), dan
hou je een top progalbum over. Maar in tegenstelling tot zijn vorige
albums wordt de progressieve rock toch een stuk steviger, zijn maat
Portnoy zorgde altijd wel voor een stevige noot, maar deze keer
neigt de ganse groep bij momenten naar progressieve metal, toch
behoorlijk bevreemdend. Deze keer heeft Morse geen beroep gedaan op
een rits bekende muzikanten, maar heeft hij Amerikaans hard rock
gitarist Paul Gilbert weten te strikken (vooral bekend vanwege zijn
samenwerking met Mr. Big ten tijde van wereldhit ‘To be with you’).
Paul Gilbert is echt wel een meerwaarde op dit album, hij heeft een
ongelooflijk sterke techniek maar speelt vooral ook heel gevarieerd.
‘Sola Scriptura’ (letterlijk vertaald enkel volgens de
geschriften) is gebaseerd op de Augustijnse monnik Maarten
Luther en zijn 95 stellingen, een nogal lang verhaal waarvoor ik
graag verwijs naar gespecialiseerde literatuur. Feit is wel dat
Morse via dit verhaal wil duidelijk maken dat hij als gelovige het
niet altijd eens is met ‘de kerkelijke instanties’.
Morse heeft altijd wel een voorliefde gehad voor epics, maar deze
keer heeft hij wel echt zijn best gedaan, 3 epics met ééntje van
bijna een half uur, enkel de piano-geöriënteerde ballad ‘Heaven in
my heart’ is een uitzondering.
Een nogal bombastische introductie wordt vrijwel ogenblikkelijk
gevolgd door een stevig samenspel tussen gitaar en drums, een
voorproefje van de progressieve hard rock op dit album. De fans
moeten echter geen schrik hebben, het blijft een progressief
meesterstuk met invloeden allerhande, de complexiteit van The Flower
Kings, Genesis, de samenzang van Gentle Giant, Yes en als je goed
luistert hoor je zelfs even The Beatles. Gilbert laat ergens
middenin de song ook zijn uitzonderlijk talent horen, een stukje met
een als viool klinkende gitaar doet tevens denken aan UK en de
onvermijdelijke Alan Holdsworth. En na een rustig stukje komt aan
het einde nog een fantastische gitaarsolo, voor mezelf is die Paul
Gilbert toch een openbaring, blijkbaar kan hij alle stijlen aan.
Het begin van ‘The Conflict’ zou zomaar uit een metal-album kunnen
geplukt zijn met nog wat heerlijke shredding van Gilbert erbovenop.
Eigenlijk klinkt dit album eigenlijk als een iets hardere versie van
‘Transatlantic’, niet zo verwonderlijk gezien de huidige
samenstelling van de groep. Morse verloochent ook zijn eigen roots
niet, zo klinkt als Spock’s Beard uit de beginperiode. De kalme en
heavy passages wisselen elkaar dan heel snel af, tot een prachtig
stuk op akoestische gitaar zowaar een nummer in latino rock met een
aantal leuke solo’s op gitaar en piano als gevolg. En vergeten we in
al dat moois de virtuoze en bij momenten speelse drumpatronen van
onze vriend Mike Portnoy niet. Aan het einde van dit nummer bewijst
dat hij als metalgitarist ook melodieus kan spelen, luister intussen
ook naar de prachtige zang.
‘Heaven in my Heart’ klinkt wat zeemzoeterig, overigens een beetje
in de stijl van de ballads van Alan Parsons Project. ‘The Conclusion’
start met wervelend spel op bas, drums en keyboards met een sound
typisch voor groepen als The Flower Kings en Karmakanic. Na ongeveer
6 minuten wordt op grandioze wijze het thema van het eerste nummer
hernomen met fenomenaal drumwerk en wat Genesis-klanken als toetje.
Opvallend is ook dat Morse heel vaak AOR-momenten ingebouwd heeft,
waardoor referenties naar Kansas en Styx niet uit de lucht zijn.
Morse heeft me met dit album volledig overtuigd van het feit, dat
hij nog niks van zijn compositorisch talent verloren heeft. En met
Gilbert heeft hij werkelijk een briljant muzikant binnengehaald.
Zolang hij echter extreemkatholieke genootschappen opzoekt voor zijn
live-prestaties, zal ik het moeten houden bij de cd’s, die hij met
de regelmaat van een klok blijft uitbrengen. Maar als het niveau
blijft zoals deze ‘Sola Scriptura’, dan heb ik daar geen enkel
probleem mee.
|