|
|
|
JIM GILMOUR: Great Escape |
| Cover |
Release |
Style |
![]() |
2006 | Progressive experimental rock |
| Label | ||
| http://www.progrockrecords.com | ||
| Website | ||
| http://www.jimgilmour.net | ||
| Contact | ||
| - | ||
| Playing Time | Cat. N° | |
| 57:19 | PRR137 | |
| Review by | Rating | |
| Reggie | 7,5/10 | |
| english | Review | |
|
Zijn naam mag dan wel niet zoveel belletjes laten rinkelen als bijvoorbeeld Keith Emmerson of Rick Wakeman, maar als de toetsenist van één van de bekendste en oudste progressieve rockgroepen, kan Jim Gilmour toch op een groot aantal fans rekenen. Hij begon zijn carrière bij Saga in 1980, toen zij het album “Silent Knight” opnamen. Daarop stond, onder andere, de tijdloze song “Don’t Be Late (Chapter 2)”, die tot op heden één van hun fans’ meest favoriete nummers blijft. Jim werkte zelfs mee aan een aantal composities op die CD, en hij heeft sinds het begin een grote invloed uitgeoefend op de sound van de groep. “Great Escape”, zijn tweede solo-plaat, is echter geen saga-achtige album geworden. Het is Jim Gilmour die gewoon zijn eigen ding doet, en je kan er invloeden op herkennen van Progressieve rock, Jazz, fusion, folk en klassieke muziek. De plaat is geproduceerd door John Bianchini (die ook de gitaren speelt), en Gilmour zelf. De drums werden gespeeld door Christian Simpson (Saga) en Roger banks (24K). In enkele nummers zingt Corrina Tofani enkele mooie melodieën. Het is een heldere productie, met enkele schitterende songs geworden. Als het thema voor “Great Escape”, heeft Gilmour zijn vele escapades in de Canadese wildernis gebruikt. Voor mij is hij er absoluut in geslaagd om een mooie combinatie te maken tussen zijn vele muzikale ideeën en zijn ervaringen opgedaan tijdens zijn vele campingtrips. Dit alles resulteert in een gevariëerde en muzikaal interessante plaat, die je zowaar in de juiste stemming brengt. Songs zoals “No Sign” en “Algonquin” zijn fantastische rockers, maar ze hebben ook duidelijke invloeden uit de jazzwereld. Vooral zijn experimenten met fusion zijn zeer opvallend in nummers als “Radiant Lake” en “Last Portage”. Deze laatste schijnt 13:28 minuten te duren, maar stopt al na ongeveer 7 minuten, gevolgd door een stilte van 90 seconden. Op het laatste deel speelt Gilmour wat je zou kunnen noemen een “interessante” piano-improvisatie. “Wasteland” en “The Northwind” zijn dan weer perfecte voorbeelden van rustigere songs, die door Gilmour ongelooflijk gevoelig en melodieus gebracht worden. Met “Great Escape” bewijst Jim Gilmour dat hij even goed, of misschien wel beter, toetsen kan spelen dan de andere groten in het genre. Zijn stem klinkt niet perfect, maar ze past wel goed bij zijn stijl. Zijn sound is nog altijd zijn handelsmerk, en die is dan ook onmiddellijk herkenbaar. Zijn technische kunststukjes zijn trouwens erg inspirerend voor keyboard-fans. Een sfeervolle cd! |
||
|
Musicians |
||
|
Jim Gilmour: Keyboards and Vocals John Bianchini: Guitars Christian Simpson: Drums (on tracks 3, 4 &6) Roger Banks: Drums (on tracks 1, 2, 5, 9 & 10) Corrina Tofani: Additional Vocals |
||
| Tracklist | ||
|
No Sign (7:21) |
||
| Discography | ||
|
Safety Zone (with GNP) (1987) |
||
|
Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected. |