|
Mea culpa, deze Duitse groep was tot voor kort een nobele onbekende
voor mij, niettegenstaande deze heren al aan hun zesde album toe
zijn en zelfs omschreven worden als een ‘cult’ progressieve rock
band. ‘The Art Of Navigating By The Stars’ is in feite een ‘come
back’, vermits er intussen 8 jaar verstreken zijn sedert het
verschijnen van hun laatste schijf. In het verleden werden ze vooral
vergeleken met Rush, zowel qua stijl als qua bezetting. Maar de
voornaamste breuk met het verleden is ingegeven door het aantrekken
van een nieuwe zanger. Een schot in de roos, want zanger/drummer en
Rotterdammer Arno Menses zingt hier de pannen van het dak,
loepzuiver en meerstemming, hij neemt alle zangpartijen voor zijn
rekening, trouwens benieuwd hoe ze dit bij live-optredens oplossen.
Qua zang leunt het aan bij Kansas en de samenzang van Crosby,
Stills, Nash & Young, muzikaal is het moeilijk te omschrijven,
beschouw het als een mix van symfonische rock en progressieve metal,
waarin complexiteit en melodie elkaar moeiteloos terugvinden. Vooral
de ritmesectie, gevormd door de broertjes Holzwarth, geven extra
pigment en power, vooral het werk op de dubbele basdrum is bijzonder
inventief. Het gitaarwerk van Markus Steffen heeft een eigen geluid,
maar vergelijkingen met Yes, Metallica en andere U.K. zijn zeker
niet uit de lucht gegrepen.
De sobere hoes met een baby op de voorgrond was blijkbaar de
inspiratiebron voor de korte introductie van het album, onmiddellijk
gevolgd door het langste en misschien tegelijk ook het beste nummer,
in ieder geval zeer representatief voor de schitterende muziek van
Sieges Even en met een duistere intro à la Dream Theater Vol emotie
gezongen met een dreunende ritmesectie als ondersteuning zit ‘The
Weight’ volgepakt met ritmeveranderingen, terwijl de gitaarpartijen
vaak doen denken aan het betere werk van Allan Holdsworth. En o ja,
de groep maakt op geen enkel moment gebruik van keyboards, en gek
genoeg krijg je het gevoel dat dit absoluut geen meerwaarde zou
brengen, zo vol klinkt het geluid nu reeds. Dit heeft veel te maken
met de dynamische manier van spelen van gitarist Markus Steffen, die
veelvuldig gebruik maakt van speciale effecten.
Eigenlijk is het album een aaneenschakeling van ‘sequences’, een
muzikaal concept waarin bepaalde thema’s steeds terugkeren.
Misschien maakt dat de nummers iets minder herkenbaar, maar dat kan
amper een probleem genoemd worden. ‘The Lonely view of the Condors’
start heel rustig, maar gaat al snel over in een typisch
‘Rush’-nummer, afgewisseld met fragmenten die je op de betere
AOR-albums kunt vinden, want gevarieerd is dit album zeker. Zo lijkt
‘Unbreakable’ een akoestische ballad te worden, maar halverwege
lijkt Steve Howe het commando over te nemen, de gitaarsolo’s zijn
trouwens allen uitstekend, zonder te vervallen in oeverloos
gepingel. Sommige nummers bevatten hier en daar wat poppy elementen,
maar deze zijn perfect geïntegreerd in het geheel…’Dream Theater
meets pop’, daar lijken deze heren wonderwel in te slagen.
Ongetwijfeld is dat ook het geval in Stigmata, waarin de intro
trouwens geïnspireerd is door Marillion en Yes. Overigens moet ik af
en toe ook wel denken aan de complexe songstructuren van een Pain of
Salvation, ook al vanwege de uitstekende zangkwaliteiten van de
respectievelijke zangers van beide groepen. ‘Blue Wide Open’ vormt
een ‘akoestisch’ rustpunt op het album, waarna alle registers weer
worden opengetrokken, eigenlijk gaat dit gewoon door tot het einde
van het album.
Op de productie is verder helemaal niks aan te merken, daar kunnen
zelfs veel bekendere groepen nog iets van leren. Kortom, de heren
hebben acht jaar gebroed op dit ei, maar het loonde zeker de moeite.
Of ze de kunst van het zweven doorheen de sterren onder de knie
hebben kan ik niet bevestigen, maar een ijzersterk album maken zit
duidelijk binnen hun mogelijkheden. En nu nog uitkijken naar een
spetterend live-optreden in onze kontreien! |