|
Lekker
ouderwetse progressieve rock. Ray Wilson heeft een mooie stem en
weet hoe ze te gebruiken, dat bewees hij eerder al toen hij met
Genesis Calling all stations opnam als vervanger voor zanger Phil
Collins. Nu is hij aan zijn tweede solo-album toe.
In het
openingsnummer These are the changes laat hij enkele Amerikaanse
presidenten opdraven die hun kijk geven op een aantal opmerkelijke
gebeurtenissen uit het recente verleden. Ook Wilson heeft 9/11
blijkbaar niet onberoerd gelaten.
Inside is een
heruitgave van de hitsingle die hij eerder al met Stilskin had. Het
gaat er lekker ruig aan toe en deze versie moet zeker niet onderdoen
voor het origineel.
Typerend aan
deze plaat is vooral het ongecompliceerde karakter van de muziek.
Eerder korte nummers met een duidelijke lijn. Geen ellenlang
uitgewerkte thema’s, maar gewoon zeggen wat je te zeggen hebt, kort
en bondig, lijkt Wilson gedacht te hebben.
Vooral in
ballads zoals Sometimes komt de ietwat hese stem van Wilson goed tot
zijn recht. Sommige nummers doen wat denken aan het solowerk van
David Gilmour, maar dat doet niets af aan de originaliteit ervan.
De hoofdtoon
van The next best thing is ingetogenheid. Verwacht geen gillende
gitaarsolo’s of ruige riffs, maar wel kwaliteitsmuziek die dicht
aanleunt bij de roots van de pure rock en waar de hoofdrol is
weggelegd voor zang en gitaar. Natuurlijk worden er genoeg andere
instrumenten gebruikt om het geheel ‘vol’ te laten klinken. Op Magic
Train wordt warempel even een pure ‘Bob Dylan mondharmonica’
bovengehaald.
De echte
rockers kunnen nog even hun hartje ophalen met Pumkinhead. Daar
gooit Wilson alle registers open en laat je genieten van pure rock
zonder franjes.
Het laatste
nummer, tevens de titelsong, is een overbodig instrumentaaltje dat
eigenlijk misstaat tussen de overige nummers. Een schoonheidsfoutje,
zullen we maar zeggen.
The next
best thing is geen meesterwerk geworden, maar staat wel bol van
kwaliteit. |