 |
Sylvia Erichsen: vocals
Jacob Holm-Lupo: guitars, keyboards
Johannes Saboe: guitars
Lars Fredrik Froislie: eyboards
Marthe Berger Walthinsen: bass guitar, tambourine
Ketil Vestrum Einarsen: flutes, microsynth, tambourine
Sigrun Eng: celle
Finn Coren: vocals (Soulburn)
Teresa K. Aslanian: ghost voice (Sally left) |
|
Dit is het
vierde album van de Noorse prog-rock band White Willow, maar ik moet
toegeven dat het voor mij de eerste kennismaking is. De groep
startte als een folk-rock band, maar evolueerde naar de muziek die
op Storm Season wordt gepresenteerd.
En wat voor
muziek! Liefhebbers van stevige symfonische rock zullen duimen en
vingers aflikken van deze vette kluif. Storm Season is zeker niet
onder één noemer te vangen. De folkgerichte oorsprong van de groep
klinkt hier en daar nog wel door, maar het is duidelijk dat de rock
de bovenhand heeft gekregen in de loop van de afgelopen tien jaar.
Het leuke aan dit album is dat er veel muziekstijlen worden vermengd
tot één bijzonder boeiend geheel. Folk, rock , symfonische rock,
gothic rock… ze vloeien allemaal in elkaar over alsof het
vanzelfsprekend is. Naast de magie van de veelgebruikte cello werd
er duidelijk gekozen voor ruig gitaarwerk, de ene keer in pure
rock-stijl, en dan weer gothic.
Het album
opent met het eenzame geluid van een fluit dat je even de indruk
geeft dat het hier om muziek van indianen van de Amerikaanse vlaktes
gaat. De invallende synthesizer maakt die indruk nog sterker, maar
wanneer de melodie wordt ingezet, weet je dat je op een dwaalspoor
werd gezet. Mysterieuze, langzame prog-rock met de zeer bijzondere
stem van zangeres
Sylvia Erichsen en een sfeer die sterk aan Paatos doet
denken. Vooral in Sally Left krijg je dat sterke Paatos of
Hooverphonic gevoel. Zeker het begin van het nummer is helemaal
Hooverphonic, maar de meesterlijke uitwerking van de song gaat veel
verder. Het nummer krijgt iets theatraals en de mysterieuze
sfeerschepping van de cello gaat over in een gitaarsolo waarin heel
weinig noten gebruikt worden, maar die de intensiteit heeft van de
solo in Comfortably Numb van Pink Floyd. In Endless
Science krijg je een melodieus, bijna lieflijk begin. De zang
heeft een ingehouden passie en de solo van gitaar en cello is
wondermooi.
Het geweld begint vanaf Soulburn dat ingeleid wordt door een
dreigende bas. De drums en een zware gothic gitaar vallen in en
maken plaats voor de –mannelijke – zanger. Dit nummer bevat keiharde
stukken met zware gothic rock met een schitterende vrouwenstem,
perfecte overgangen naar zachte stukken waar de ingehouden passie
vanaf druipt en een sterke gitaarsolo. Insomnia is dan weer
een trage progressieve rocksong met King Crimson invloeden,
die ook in Storm Season te horen zijn. In Nightside of
Eden word je eens te meer op zware gothische rockgitaar
getrakteerd. Het wonderlijke is telkens weer de manier waarop ze
schijnbaar moeiteloos van hard naar zacht en weer terug omschakelen,
en van gothic naar prog-rock, enzovoort. Te vermelden is ook de
knappe hammond-solo en de schitterende zang van Erichsen.
Nightside of Eden is een dijk van een nummer.
Storm Season
is een plaat die je van bij het begin intrigeert en die zich,
naarmate je ze meer beluistert, zal opwerken naar dat hoekje in je
cd-rek waar je favorieten staan. Dit is een meesterwerkje! |