|
Vermoedelijk is hier nooit echt onderzoek naar
verricht, maar GENESIS moet in de progwereld wellicht de meeste
navolgers hebben gehad. PLACKBAND, NEUSCHWANSTEIN, THE MUSICAL BOX,
THE GENESIS PROJECT zijn nog maar een kleine greep uit de groepen,
die Peter Gabriel en kompanen als grote voorbeeld hebben genomen. Om
op die manier origineel uit de hoek te komen, moet je dan ook van
goeden huize zijn. Echt overtuigend vond ik het vroeger materiaal
van THE WATCH (Ghost uit 2001 en
Twilight als NightWatch uit
1997)
niet, vooral de vocale partijen maakten niet zo’n grote indruk op
mij. Maar met deze nieuwste cd schijnt alvast dit euvel verholpen,
de zang van Rossetti klinkt beter dan ooit en moet nog in weinig
onderdoen voor peetvader Gabriel.
Opvallend op Vacuum is alvast de overweldigende invloed van de
keyboards: de mellotrons, Hammonds en andere piano’s vliegen je om
de oren, en dit jammer genoeg een beetje ten koste van het
gitaarwerk. Hier en daar laat Ettore wel horen, dat hij ook
schitterende Hackett-solo’s uit zijn mouw kan schudden, maar dat had
best wat meer gemogen.
Reeds vanaf het ingetogen Hills, begeleid door een sobere piano, heb
je het gevoel te luisteren naar een verjongde Gabriel, zelfs het
stemtimbre klopt volledig. In ‘Damage Mode’ worden de registers
opengetrokken, je waant je zowaar in volle ‘Lamb’-periode,
melodieuze prog, afgewisseld met wat steviger partijen, nog eens
extra in de verf gezet door de dwarsfluit van Rossetti. De
mellotron-klanken bezorgen elke progfan gegarandeerd kippevel, en
aan het einde nog een Hackettiaans intermezzo als toetje.
Wat Vacuum vooral beter maakt in vergelijking met hun vorig
materiaal is dat ze een perfecte balans hebben gevonden tussen de
complexiteit van de muziek en de herkenbaarheid van de song, een
nummer als ‘Wonderland’ heeft een behoorlijk catchy refrein. Dit
heeft zo zijn gevolgen voor de duur van de nummers, voor ‘epics’
zoals ‘Firth of Fifth’ lijkt geen plaats op dit album. ‘Shining Bald
Heads’ is een buitenbeentje, in die zin dat hier naast de
gebruikelijke invloeden toch ook andere referenties door het hoofd
spoken, zoals Kayak, 10cc (zelfs Act…luister maar eens naar het
pianootje) en EL&P: een zeer interessant nummer en het bewijs dat de
groep nog andere wegen kan inslaan.
Out of the Lands start heel rustig met zang, enkel begeleid door
akoestische gitaar en synthesizer, maar al vlug vallen de andere
instrumenten in en volgt er opnieuw een typische Watch-song. Over
het ganse album valt trouwens ook het stevige drumwerk op, vooral
het gevoelig spel op hi-hats en cymbalen is prachtig.
Goddess mag dan wel een relatief kort nummer zijn, maar door de vele
tempowisselingen, wendingen, het herkenbaar refrein en de
uitstekende keyboard-partijen (Wakeman, Emerson) is dit alvast één
van de hoogtepunten op Vacuum.
Na het melodramatische ‘Deeper Still’ wordt de titeltrack geserveerd,
een perfecte synthese van alles wat hierboven reeds werd gezegd,
uiteraard volgt The Watch nog steeds hun inspiratiebron, maar een
kopie is het allerminst geworden. Dit album put zijn kracht vooral
uit zang en keyboards, die hier een duidelijke hoofdrol opeisen. Ik
durf te wedden dat op een volgend album de andere instrumenten meer
aan bod zullen komen en dat The Watch nog meer een eigen gezicht zal
krijgen. Dit album is voor mij een aangename verrassing.
|