 |
Veke Berg: bass
Algot Davi: Accordion, Flute, Vibraphone
Bo Dean: Hammond organ
Redar Gitsdorf: Guitar
Inge Naning: Rhodes Piano, Minimoog
Britt Marie: Percussion
Hadde Wattnät: Drums
Alf Willberg: Soprano Saxophone |
|
Dit is één van de eigenaardigste albums dat
ik ooit besproken heb.
Het betreft namelijk een album dat een compilatie bevat van nummers
van een groep die nooit bestaan heeft. Alles is ontsproten aan het
(af en toe gekke) brein van Tomas Bodin, toetsenist van The Flower
Kings. Swedish Family is een fictieve groep die al 10 albums zou
uitgegeven hebben en ooit top of the bill was in de Zweedse
progressieve rockwereld. En uit die 10 niet bestaande albums krijg
je nu een compilatie voorgeschoteld.
Let op, je wordt niet bedrogen, want het album bestaat wel degelijk
en de muziek weerspiegelt inderdaad de progressieve rock uit die
tijd. Enkel de niet bestaande namen van de muzikanten zetten je nog
even op het verkeerde been. Maar achter die namen schuilen heel wat
oude bekenden. Zo zijn bijvoorbeeld Veke Berg (bas) en Redar
Gitsdorf (gitaar) allebei pseudoniemen voor Roine Stolt. Bo Dean en
Inge Naning zijn allebei Tomas Bodin en Hadde Wattnät is niemand
anders dan Hasse Bruniusson. Britt Marie is de vriendin van Tomas en
ik veronderstel dat Alf Willberg een andere naam voor Ulf Wallander
is. Misschien kunnen we dit album zien als een soort retrospectieve
van The Flower Kings, hoewel ze er natuurlijk niet allemaal bij
zijn.
Het album start nogal jazzy met de gitaar van Redar, maar
“Stoneheart” wordt een stuk melodieuzer als de Hammond van Bo
invalt, alsof de Hammond de jazzy gitaar compenseert. Dit is meteen
al één van de beste nummers van de CD met een mooi gevuld, bijna
symfonisch einde. “A Man Without Mind” begint als een symfonisch
nummer maar krijgt al vlug een folky sfeer door het inschakelen van
een accordeon. De afwisseling tussen die folkgedeeltes en de
symfonischer stukken maken van dit nummer een progressief geheel.
“The Gothenburg Heros” begint als een volkslied op accordeon. Later
neemt de groep de melodie over, wat al een stuk beter klinkt, maar
toch geraak ik dat schlager gevoel niet kwijt. Op het einde doet het
nummer mij denken aan “In Dulci Jubilo” van Mike Oldfield.
“Waltz Of Sadness” is een heel trage, droevige wals op accordeon,
sax en vibraphone. Ook “The Last Goodbye” is een trage wals, maar
dan iets vlugger dan de vorige. Zelfs “From the Foot” bevat nog het
¾ ritme maar deze keer wordt het gespeeld door de ganse groep en
klinkt het opgewekt en ‘groovy’.
“The Summerdress” is een traag, melancholisch folknummer met
accordeon. “The Flu” heeft een Camel sfeertje met vooral veel
Hammond orgel, wat het meteen catapulteert als beste nummer van het
album. Ook Roine, sorry, Redar haalt nog eens een prachtsolo uit
zijn gitaar.
”Östuna Anthem” verklaart zichzelf, het is een volkslied voor Östuna,
een dorp in Zweden.
”The Agent Dance” is opnieuw één van de betere nummers en bevat veel
Hammond en prachtig drumwerk van Hadde.
Blijkbaar waren de opnames van “Always Grumpy” verloren geraakt en
werd het nummer opnieuw opgenomen door The Flower Kings, hoewel het
helemaal niet zo klinkt. Een mooi nummer met veel sax en accordeon.
Bo Dean slaat nog even aan het experimenteren in “Brunos Erotica” om
de CD af te ronden.
Een CD die vooral veel folkinvloeden en progressieve invloeden heeft
uit de seventies, maar dat was natuurlijk de bedoeling. Als je van
folk, accordeon en progressieve rock uit de seventies houdt dan moet
je niet meer twijfelen. Als je de CD beluistert, duw dan niet te
vlug op de skip toets, want veel nummers starten kalm, met
accordeon, maar komen pas los in het tweede gedeelte. Opnieuw een
geslaagd project uit de inmiddels indrukwekkende TFK hoek. |