|
Tony Carey is de man achter één van de beste keyboardintro’s aller
tijden, op Rainbows “Tarot Woman” (uit hun “Rising” album).
Daar alleen al verdient hij een vermelding in de geschiedenisboeken
voor. Hij bleef maar een tweetal jaar bij de band, waarna hij een
(vooral in Duitsland) behoorlijk succesvolle solocarrière startte,
met knappe pop/rock albums als “Some Tough City”, “Blue Highway” en
“For You”. Hij is ook veelgevraagd als producer en sessiemuzikant,
en werkte o.a. met Joe Cocker en John Mayall.
In de jaren ’80 bracht hij ook twee albums uit onder de naam
Planet P Project, het titelloze debuut (1983) en “Pink World”
(1984). Vooral dat laatste, een concept (rond een jongen die mentale
superkrachten krijgt, de wereld redt, maar uiteindelijk corrupt
wordt) wordt hoog aangeschreven en wordt regelmatig vergeleken met
Pink Floyds “The Wall”. Ietwat overdreven, naar mijn mening,
maar toch absoluut een klasseplaat.
En nu, zo’n 20 jaar later, is Tony Carey terug met een nieuw
Planet P Project album. “1931” is het eerste van een trilogie
(getiteld “Go Out Dancing”), die zal focussen op de geschiedenis van
de 20ste eeuw. Aan delen 2 (“Levittown”) en 3 (“Out In
The Rain”) wordt al gewerkt.
Het album is niet echt nieuw te noemen. De muziek werd opgenomen
over een periode van ruim 10 jaar. Het was een tijdje verkrijgbaar
als gratis download en werd daarna op een eigen platenlabel
uitgebracht, vooraleer Progrock Records voor deze officiële uitgave
zorgde.
Tekstueel handelt “1931” over onderwerpen als fascisme, racisme en
terrorisme. Ja, behoorlijk zware thema’s en je kan er zeker van zijn
dat er meer vergelijkingen zullen volgen met Pink Floyd /
Roger Waters (niet enkel tekstueel, trouwens). Het zij zo,
zolang men maar beseft dat dit album echt wel op zijn eigen beentjes
staat.
“My Radio Talks To Me” gaat over propaganda via de radio en kent een
kippenvelmoment wanneer een speech van Hitler op de achtergrond
klinkt. Briljant nummer! “Join The Parade” en “Good Little Soldiers”
zijn al even goed, en hebben ook dergelijke sombere speechen. “Work
(Can Make You Free)” doet wat 80’s synthpop-achtig aan en is niet
het beste nummer, maar het album gaat daarna weer in stijgende lijn
en kent een paar schitterende momenten met nummers als “The Things
They Never Told Me” en het beklemmende “Waiting For The Winter”,
over de deportatie van de joden door de Nazi’s in Warshau. Het
emotionele “Where Does It Go?” sluit het album op een nogal
pessimistische wijze af, waarbij de vraag gesteld wordt: “wat hebben
we daar nu van geleerd?”
Als je bekend bent met het werk van Tony Carey, weet je wat te
verwachten. Het is minder poppy en meer prog dan het werk dat hij
onder zijn eigen naam uitgeeft, maar het blijft typisch Carey. Voor
sommigen zal het misschien wat gedateerd klinken; het heeft
inderdaad wel die 80’s synth-gedomineerde, elektronische feel.
Echte drums hadden het geheel ook wellicht wat levendiger kunnen
maken. Maar het stoort nooit en de samples, loops en elektronica
voelen juist aan op de meeste nummers. Het soms erg Floydiaanse
gitaarwerk (dat net iets te weinig voorkomt naar mijn smaak) klinkt
ook prima. Carey is misschien niet ’s werelds beste zanger, hij
heeft wel die schurende, erg kenmerkende stem die al zijn albums
iets speciaals geeft. Geen klachten hierover, dus.
“1931” is een éénmansproject en alle lof moet gaan naar Tony Carey
voor wat hij hier bijna in zijn eentje verwezenlijkt heeft. Maar
beeld je dit eens in met een echte band: een gitarist die wat meer
van die knappe solo’s speelt, een echte drummer,… Wat een
meesterwerk zou dit zijn. Maar ook nu is het al een meer dan
uitstekende plaat, één van de beste die Carey ooit geproduceerd
heeft, en die zeker niet over het hoofd mag worden gezien. |