|
Eloy
was in hun thuisland Duitsland misschien ontzettend populair,
daarbuiten is de groep de cultstatus eigenlijk nooit ontgroeid. Het
zware Duitse accent van zanger Frank Bornemann zal daar wel voor
iets tussenzitten, want dat maakt het voor anderstaligen toch wel
moeilijk om de band serieus te nemen. Als je daar echter mee leert
leven, merk je toch wel dat Eloy heel wat te bieden had.
De groep ontstond
in 1969 en ontleende haar naam aan het futuristische volkje uit H.G.
Wells’ roman “The Time Machine”. Het science fictionelement was
trouwens een factor die in heel de carrière van de band in de
songteksten zou terugkomen. Hun debuut, “Eloy”, verscheen in 1970,
maar had nog weinig te maken met waar de band later voor zou staan.
Voor de meeste fans begint de geschiedenis dan ook bij hun tweede
album…
Op “Inside”
(1973) horen we vooral waar Eloy zelf graag naar luisterde.
De invloeden uit de hard rock, prog en psychedelica uit die tijd
liggen er hier nog dik bovenop. Op de ruim 17 minuten durende
opener, “Land Of No Body”, is dat vooral Jethro Tull, niet in
het minst omdat Frank Bornemann duidelijk zijn best doet om als Ian
Anderson te klinken. In het instrumentale gedeelte tegen het einde
van de song horen we in de drums en de toetsen dan weer Deep
Purple bovendrijven; er volgt ook een Blackmore-achtige solo en
wanneer Bornemann dan nog begint te krijsen als een jonge Ian Gillan,
is het helemaal duidelijk waar ze de mosterd haalden. Een Pink
Floyd- toets is ook hoorbaar. Die invloeden zijn ook op de rest
van de plaat onmiskenbaar (in “Future City” komt zelfs een stukje
voor dat zo uit Tulls “Aqualung” lijkt geplukt). Hoewel
Eloy hier nog duidelijk op zoek was naar een eigen geluid, is
“Inside” best wel een goede plaat.
“Floating“
(1974) is meer van hetzelfde; bijna letterlijk dan, want de band
lijkt zich hier toch wel te herhalen, hoewel de plaat iets steviger
is. De composities schieten echter wel een beetje tekort, met
“Castles In The Air” als enige memorabele nummer. Voor de rest horen
we heel veel instrumentaal geweld, met interessante stukken, maar
met nummers die nergens naartoe lijken te gaan. Algemeen is dit
album voor mij dan ook iets minder interessant dan zijn voorganger.
Als enige van de remasters (tot nog toe) staan er wel een aantal
livenummers op als bonus, maar echt opwindend zijn die niet, wegens
een toch wel povere geluidskwaliteit.
“Power And The
Passion”
(1975) was de eerste poging tot een conceptalbum. Het vertelt het
verhaal van een jongeman die terug in de tijd reist naar de
Middeleeuwen en daar een romance beleeft. Muzikaal betekende dit
album ook een hele ommezwaai. De hard rock van de vorige twee platen
is nog wel hoorbaar in o.a. “Daylight”, maar de nadruk ligt toch
meer op het creëren van een bepaalde sfeer. De mooiste voorbeelden
daarvan zijn “The Bells Of Notre-Dame” en “Love Over Six Centuries”;
de lange, dromerige stukken, met gesproken passages zouden het
handelsmerk van de band worden op latere albums als “Dawn”
en “Ocean”.
“Power…” haalt nergens het niveau van die meesterwerkjes, maar als
vingeroefening is deze plaat best wel genietbaar.
De
remasters zijn zeer mooi uitgegeven. Sommige hoesillustraties werden
een tikje aangepast door het bekende Eloy-logo te gebruiken.
Op de rug van elke CD is een stukje te vinden van wat dat logo moet
vormen als je alle geremasterde (EMI-)albums bijeenkrijgt. De
boekjes bevatten foto’s, de songteksten en uitgebreide en
interessante liner notes, spijtig genoeg enkel in het Duits. Voor de
Engelse vertalingen kan je op hun website terecht. |