|
Eloy
is een beetje een buitenbeentje. Deze krautrock proggers
worden nogal eens over het hoofd gezien wanneer de klassieke bands
van de jaren ’70 worden opgesomd; volledig onterecht, overigens. Ik
vrees dat ik zelf ook schuld moet bekennen: de laatste keer dat ik
naar de band luisterde, dateert nog van de tijd van de vinylplaten,
en dat is toch al wel eventjes geleden. Maar wanneer er knap
uitgevoerde, geremasterde uitgaven verschijnen van een aantal van
hun platen, lijkt de tijd rijp om terug in de tijd te duiken en de
groep te herontdekken. Na de heruitgaven van hun vroegste werken een
paar jaar geleden, is het nu eindelijk de beurt aan twee van hun
meest gerespecteerde platen, “Dawn” en “Ocean”, plus hun enige
officiële live-album.
“Dawn”
(1976) betekende een nieuwe start voor de band, die met
zanger/gitarist Frank Bornemann nog slechts één lid overhield uit de
vorige bezetting. De nieuwe muzikanten bleken een schot in de roos.
De bas van Klaus-Peter Matziol is fantastisch en Detlev Schmidtchen
laat een heel arsenaal van toetsen los: synths, mellotron, moog,
piano, Hammond,…, zoals het een rechtgeaard progtoetsenist past. Ex-Scorpions
Jürgen Rosenthal (die ook mee de teksten schreef) zorgt hier voor
een zeer prominent drum- en percussiegeluid. Samen met het soms
Floydiaanse gitaarwerk van Bornemann en zijn specifiek
stemgeluid, zou dit het ‘klassieke’ Eloy worden. Bornemann
mag dan geen geweldig zanger zijn, hij heeft wel een uniek
stemgeluid, dat heel goed past bij de muziek. Het zware Duitse
accent is natuurlijk iets waar je wel aan moet wennen, maar na een
tijdje gaat het een essentieel onderdeel uitmaken van dat typische
Eloy-geluid.
Het geluid van
een onweer, ondersteund door een klassiek orkest, opent dit
bombastisch concept en zet de toon voor de rest van de album. De
muziek van Eloy is hier een eigenzinnige mengeling van space rock,
progressieve rock en hardrock en (op deze plaat) klassiek, waarin
vooral de lange, dromerige stukken opvallen, met mooie
klankentapijten en vaak begeleid door gesproken passages. Bijzonder
knap!
“Ocean”
(1977), nog zo’n hoogdravend conceptalbum, is misschien wel hun
meest gelauwerde werkstuk, hoewel ik het zelf iets minder hoog
inschat dan “Dawn”. Dit album verkocht in Duitsland beter dan
Queen en Genesis, wat toch niet niets is. Zonder het
symfonisch orkest krijgen de toetsen hier nog meer ruimte en
Schmidtchen maakt daar dankbaar gebruik van. Het album doet het
verhaal van de op- en ondergang van het mythische Atlantis, en telt
slechts vier nummers. Een typischer voorbeeld van jaren ’70 muziek
zul je niet vaak vinden. Wat denk je bijvoorbeeld van een nummer met
een pretentieuze titel als “Atlantis' Agony At June 5th –
8498, 13 p.m. Gregorian Earthtime”? Een nummer van ruim een
kwartier, waarvan een groot deel wordt opgevuld met gesproken tekst,
en dat een aanhoudend synthesizergeluid bevat dat minutenlang duurt.
“Live”
(1978) bevat vooral nummers van deze twee albums en is best boeiend,
maar niet echt essentieel. Hierna zou nog één album volgen met de
klassieke bezetting, het vermaarde “Silent Cries And Mighty Echoes”
(1979), waarna de groep een heel andere richting zou inslaan.
Muzikaal
klinkt dit allemaal geweldig, maar de groteske concepten, de soms
potsierlijke teksten en dat zware accent van Bornemann zijn dingen
die wellicht heel wat mensen zullen afschrikken. Op één of andere
manier blijkt het plaatje echter wel te kloppen en als je met die
zaken kunt leven, kun je “Dawn” en “Ocean” echt wel als klassiekers
in het genre beschouwen. Ik betrap me erop dat ik nog steeds enorm
zit te genieten van deze platen en de remasters zijn dan ook meer
dan welkom, vooral omdat ze ook zeer mooi zijn uitgevoerd: de
boekjes bevatten de teksten, heel wat foto’s en uitgebreide info (in
het Duits) over het tot stand komen van de platen. Als “Silent Cries…”
nu nog eens opnieuw werd uitgegeven, zou ik helemaal een gelukkig
man zijn. |