|
Uriah Heep
draait al zo’n 35 jaar mee, en ze doen het nog steeds goed. Ze maken
echter niet meer die betoverende albums van vroeger. Ergens in
Zweden zijn er een paar kerels die dit betreuren. Zij hebben de
perfecte oplossing gevonden: een band starten en zelf zo’n album
opnemen.
Vanaf de eerste noten van het titelnummer is het alsof je naar een
outtake van Heeps “Return To Fantasy” zit te luisteren. Dan
wordt een “Easy Livin’”- achtige riff ingezet, en wanneer Magnus
Lindgren begint te zingen, zou je denken dat David Byron uit de
doden is opgestaan. Dit is Uriah Heep van begin tot eind: de
complexe songstructuur, de achtergrondkoortjes, het intensieve
drumwerk, de zware Hammondklanken, dat o-zo-tedere tussenstuk,…
Alsof Black Bonzo elk Heep handelsmerk in dit ene
nummer wou stoppen.
En
daar houdt het niet op. Zonder kopieën van Heepnummers te
bevatten, staat dit album vol verwijzingen naar het vroege Heep.
Typische songtitels, het aanvoelen van de hoesillustratie, jazzy
ritmes, de karakteristieke backing vocals, de Hensley-achtige
Hammondsolo’s, het gebruik van de mellotron, dat gitaargeluid,… Er
is zelfs een knipoog naar het “Firely” / Lawton- tijdperk (raad eens
op wie de zanger hier lijkt?). Dichter bij een imitatie kan je niet
komen zonder dat het een kopie wordt. Zelfs wat hun imago betreft,
weigert de band te aanvaarden dat ze in de 21ste eeuw
leven: kijk maar eens naar de foto’s op de website; die zouden net
zo goed ergens in de jaren ’70 genomen kunnen zijn.
Maar
het is niet enkel dat ze proberen te klinken als hun grote
voorbeeld, ze doen het ook bijzonder goed. Dit is op zich een zeer
sterk album, dat me op geen enkel moment verveelt.
Na
de eerste indrukken begin je wel de verschillen op te merken.
Ondanks een gelijkaardige aanpak, klinkt de stem van Lindgren toch
wel heel anders dan die van Byron. Ook zijn de baslijnen heel wat
minder prominent dan die van de diverse Heep-bassisten. De
muziek heeft toch net niet dezelfde diepgang. En er duiken ook hier
en daar wat andere invloeden op (zoals het vroege Queen in “Freedom”).
Maar dit herinnert je er maar aan dat je eigenlijk naar Black
Bonzo zit te luisteren, en niet naar the real thing.
Vreemd genoeg vermeldt de bio nergens Uriah Heep, en ook op
de website wordt de naam niet genoemd. Toch kun je dit album niet
anders bekijken dan als een echte Heep-pastiche. Daar is
absoluut niets mis mee, maar het zou voor de band spreken als ze dit
tenminste ergens zouden erkennen.
Je
kan de band niet veel punten geven voor originaliteit, maar voor één
keer kan me dat eens absoluut niets schelen. Deze nostalgische trip
heeft me al zoveel plezier bezorgd, dat ik niet anders kan dan
Black Bonzo van harte aanbevelen. |