|
Steve Adams
draait al een tijdje mee in het muziekwereldje, waarbij hij vooral
als sessiemuzikant erg gewaardeerd wordt. Begin jaren ’90 voegde hij
zich bij Pete Bardens’ (Camel) band, met wie hij in 1994 met
dat andere ex-Camel-lid Andy Ward en enkele Caravan-leden
de band Mirage vormde (later getransformeerd tot Pete
Barden’s Mirage).
Adams levert
met “Camera Obscura” – zijn derde solo-album - een zeer goede,
gevarieerde plaat af, die misschien nog het meest doet denken aan
het werk van Steve Hackett. De band bestaat uit Adams en twee
jongedames (!): Desha Dunnahoe (bass, toetsen) – die ook al samen
met hem in Pete Barden’s Mirage speelde - en Karen Teperberg
(drums). Ze worden bijgestaan door een aantal gastmuzikanten.
De plaat is
grotendeels instrumentaal, en Adams bewijst hier dat ook dat zeer
boeiend kan zijn. Het begint al zeer knap met “In A World With No
Sky”, waarop een X-Files-achtig synthesizerdeuntje wordt versterkt
met krachtige gitaarakkoorden. Op het bluesy “The Door Stays Open”
krijgt het trio versterking van toetsenist Steve Mattern, die een
zeer prominent hammondgeluid neerzet. Dit nummer is opgedragen aan
de overleden Pete Bardens en vertoont dan ook niet toevalling
gelijkenissen met Camel. Heel knap is ook de cover van Steve
Hacketts “Jacuzzi”, waarop gastfluitiste Mary Dagani een
prachtprestatie neerzet. Adams gaat trouwens op “Perelandra” verder
in onvervalste Hackett-stijl. Op het Vai/Satriani-achtige “Gnomes
Uncombed” laat Adams horen dat hij ook kan shredden als de besten,
wat hij overigens ook uitgebreid toont in “Diminished Capacity”,
waarin hij in duel gaat met de Belgische gastgitarist Philippe
Thibaut.
Naast al die
instrumentale pracht staan er op “Camera Obscura” ook een paar
gezongen tracks, en die vormen misschien wel de grootste verrassing.
Adams blijkt namelijk over een zeer aangenaam stemgeluid te
beschikken. “Silent Divide” zou zo van een Alan Parsons album
kunnen komen, ook al omdat Adams’ stem perfect in het Parsons-straatje
ligt. “Fragile” is een traag en gevoelig nummer, met een mooie tekst
en een fraaie gitaarsolo. Save the best for last, moet Adams
gedacht hebben: het bijzonder knappe “Wisteria” doet weer wat aan
Camel denken en sluit de plaat perfect af.
Eindelijk
nog eens een gitarist die niet een hele plaat enkel zijn kunstjes
staat te vertonen. Hij speelt zeer goed en toont uitgebreid zijn
veelzijdigheid, maar hij schenkt daarnaast voldoende aandacht aan
goede composities én hij laat ook ruimte aan de andere instrumenten.
Zo hoort het! Knappe plaat. |