 |
Ray Wilson : vocals, guitar, bass, keyboards
Steve Wilson : guitar, backing vocals
Amanda Lyon : vocals
Guest musicians:
Nir Z : drums
Brian Mc Alpine : accordion
Andy Hess : bass
Irvine Duguid : Hammond, Wurlitzer & strings
Taj Wyzgowski : guitar, slide guitar, mandolin
Paul Holmes : keyboards
John Haimes : bass
Adam Holzman : Wurlitzer
James McKintosh : percussion
Jenny Gardner : violin
David Patton : bass
Ornette Clennon : clarinet |
|
In 1994 maakte
Ray Wilson kortstondig furore met z’n band Stiltskin. Twee jaar
later volgde de grote doorbraak als nieuwe frontman van Genesis. De
opvolger van Phil Collins kon evenwel niet lang van het succes
genieten, want enkele tijd later (t.t.z. na het Amerika-debacle) kon
hij alweer z’n koffers pakken. Dan maar opnieuw een eigen band
beginnen (samen met z’n broer Steve – nee, niet die van PT) maar ook
ditmaal geen succes voor de man. In 2001 liet hij z’n eerste solo
escapade ‘Live and Acoustic’ op de wereld los en binnenkort
(22/4/2003) ligt zijn eerste volwaardige studio album op de plank.
Voor ‘Change’
liet Ray nogal wat volk opdraven (o.a. Nir Zidkyahu – gastdrummer op
‘Calling all stations’) en het resultaat mag er eigenlijk best
wezen. Neen, geen technische krachtpatserijen of complexe
hoogstandjes, maar wel een mooie selectie van eenvoudige
pop/rocknummers, allen gelardeerd met dat typische, geraspte RW
stemgeluid. Hoewel het album erg ‘mainstream’ klinkt, is het toch de
verdienste van Wilson dat hij nergens gepoogd heeft om zichzelf op
ongekend terrein te begeven, maar duidelijk opteerde voor datgene
wat hem schijnbaar het beste ligt : het schrijven en zingen van
simpele songs. Elk van de nummers kan trouwens moeiteloos in een
akoestische versie gebracht worden, met enkel piano of gitaar (én
smoelschuiver) als muzikale omlijsting. Het enige minpunt is dat er
geen échte uitschieters op ‘Change’ figureren, maar zwakke songs
staan er evenmin op. Wie zich ‘Not about us’ (van ‘Calling…’) nog
herinnert, heeft meteen een leidraad voor het materiaal op dit
album. Beter dan het gemiddelde zijn de titelsong, ‘Along the way’,
‘Another day’, dat in het refrein duidelijk refereert naar ‘Ordinary
world’ van Duran Duran en het ambient-achtige ‘The last horizon’.
Al bij al is
Ray Wilson erin geslaagd een kwalitatief prima album af te leveren
dat weliswaar geen al te hevige emoties zal losweken maar mogelijk
een breed publiek kan behagen. Een simpel, ongecompliceerd album dat
‘Change’ heet : moet kunnen ! |