|
Kan ik deze CD
‘John Wetton goes progressive’ noemen, of heeft zijn verleden hem
reeds genoeg krediet gegeven in de progressieve wereld. Als je weet
dat hij reeds meespeelde met Family, King Crimson, Roxy Music, UK en
Asia, dan kan je zijn progressieve roots niet ontkennen.
Maar sedert zijn
solo albums, was hij altijd een beetje meer AOR. En nu heeft hij dus
een stap in de richting van onze geliefde muziekstijl gezet. Ik denk
niet dat John zijn muziek veranderde, maar de meer progressieve
klank kwam er vooral dankzij de muzikanten die hij opriep om mee te
spelen op dit album. Ze komen allemaal van meer progressieve
groepen. Vooral Clive Nolan, die zelfs een nummer meeschreef met
John, drukt zijn stempel op de muziek, want hij speelt alle toetsen
in en produceerde zelfs het album samen met John en Karl Groom.
(gitarist
en producer van Threshold). John Mitchell en Steve Christey (Jadis),
Martin Orford (Jadis, IQ), Peter Gee (Pendragon) en Hugh McDowell (ELO)
dragen allemaal bij aan de meer symfonische klank van dit album.
“Mondrago”, een instrumentale ouverture, start reeds zeer symfonisch
met een complete synthesiser geluidsmuur.
“Rock of Faith” begint met een zeer kalme koorklank.
De rest van het
nummer geeft mij een sterk “Mike and the Mechanics” gevoel.
John heeft een beetje het timbre van Paul Carrack.
“A new day” is opnieuw een ballad, maar deze keer met een steviger,
hardere ondersteuning van de gitaren.
Het nummer bevat
een mooie lange gitaarsolo, doorspekt met een zeldzaam ‘ELO’
keyboard rifje.
“I’ve come to
take you home” start rustig met piano en strings maar het refrein
doet mij teveel denken aan “Wind Of Change “ (Scorpions).
In “Who will
light a candle?” zingt John bijna een a capella, want hij wordt
enkel begeleid door de strings. Het groeit steeds maar in sterkte,
passie, volume en orkestratie tot een climax om dan terug te vallen
op het kalme stuk op het einde.
Politie sirenes
en een funky gitaar starten de volgende track, “Nothing’s Gonna
Stand in Our Way”, maar het verandert vlug in een trager nummer,
ondersteund door een Hammond orgel.
Het eindigt met dezelfde klanken als de intro.
Jammer dat ze met
die klanken niet meer gedaan hebben.
“Altro mondo” is
een instrumentaal nummer met zachte string en koor geluiden. Dit is
opnieuw een bewijs van de meer symfonische klank van dit album. Maar
de belletjes geven het een iets te kerstmisachtig gevoel.
Het volgende nummer “I Believe In You”, is het beste van de CD. Het
middenstuk klinkt als een groots ‘Supertramp’ nummer, vooral dankzij
de sax solo, maar ook de gitaarsolo gaat op dit stramien verder.
Martin Orford zet met de fluitsolo nog de puntjes op de i.
“Take me to the
waterline” is een goede slow om mee te zingen, maar dan ook niet
meer dan dat.
“I Lay Down” is
nog maar eens een duet van John met de strings. De tweede helft van
het nummer wordt ingeleid door een akoestische gitaar die wordt
overgenomen door een electrische gitaar om het nummer nog eens te
herhalen maar dan met begeleiding van de groep.
Het laatste nummer is nog een kort a capella wiegeliedje.
Dit is het beste John Wetton album sinds “Battle Lines”.
Het bevat
echter teveel ballads, in feite is het ganse album één ballad. Maar
alle ballads zijn van een kwaliteit om te gaan zitten, te relaxen en
te genieten. “Battle lines” had meer dynamische en vluggere nummers
die af en toe nog eens losbarstten, vandaar dat ik dat nog beter
vond.
Maar dit album komt dicht in de buurt. |