|
Een progressief rock-album met als
enige instrumenten bas, drums en blazers, geef toe dat je het niet
veel in dit wereldje meemaakt. Maar blijkbaar kan het, alhoewel de
muziek van het Canadese Tripod dichter aanleunt bij jazz-rock dan
bij echte progressieve rock, zoveel is duidelijk. En onvermijdelijk
kom je dan ook uit bij bands als King Crimson, heel veel andere
referentiepunten zijn er niet, je mag deze band dan ook vrij
origineel noemen. Trouwens, zelf zijn ze niet zo opgezet met die
vergelijking met Crimson, ze noemen zichzelf een rock-band, maar dan
toch een heel speciale!
De muziek wordt gedragen door de
12-snarige bas van Clint Bahr, de verschillende blaasinstrumenten
(klarinet, dwarsfluit, saxofoon) en een stevige ritmische
ondersteuning door drummer Steve Romano. Het resultaat is een
dynamische en energieke sound, waarbij je niet onmiddellijk gitaar
en keyboards mist, zo vol klinkt de muziek op dit album. De gitaren
worden makkelijk vervangen door een batterij veelsnarige basgitaren
en de keyboards moeten de plaats ruimen voor allerlei
blaasinstrumenten.
En daar ligt misschien het het
probleem bij Tripod, je moet al heel toegankelijk zijn voor deze
mengeling van jazz-rock, fusion en progressieve rock. Liefhebbers
van de Canterbury-scene met vaandeldragers als Van der Graaff
Generator en Soft Machine zullen hier zeker vragende partij zijn, de modale progger daarentegen zal het wellicht moeilijk
hebben met de soms heel complexe en zenuwachtige arrangementen. Op
sommige momenten is de improvisatie wat teveel van het goede en
verliest men teveel de echte song uit het oog.
Het begin van het album is vrij sterk
met leuke sounds zoals in Dance of the Kabuki, muziek die zo
weggeplukt lijkt uit een speelfilm. Soms gaat het ook in de richting
van dat andere progtrio (weliswaar met andere instrumenten) ELP, de
stem van Bahr lijkt dan ook soms op die van Greg Lake.
Maar vaak worden ook nogal onnodige
intermezzo’s ingelast en zijn bepaalde goede nummers te kort,
waardoor je op je honger blijft zitten. Muzikaal zit het allemaal
snor, de technische vaardigheden van de drie heren staat buiten
kijf, vooral in de laatste nummers zoals 'As the sun' is er een
interessante wisselwerking tussen de ongebruikelijke
prog-instrumenten.
Kortom, dit debuutalbum is zeker de
moeite waard voor de echte liefhebber (sommigen zullen dit misschien
als een meesterwerk beschouwen), toch zal er aan de songstructuur
nog wat moeten geschaafd worden om een breder publiek aan te
spreken. Te volgen! |