|
In 1994 kwam ‘Wild Honey’ uit, een
plaat als een streling die zou uitgroeien tot een klassieker in het
gothic genre. Al vind ik ‘gothic’ geen goeie benaming want we hebben
hier meer te maken met een death metal groep die vanaf midden jaren
negentig evolueerde naar atmosferische, donkere muziek vol
neerslachtigheid. Na ‘A deeper kind of slumber’ en ‘Skeleton
Skeltron’ waarin de soundscapes meer en meer het overwicht kregen op
het rock karakter, bevatte ‘Judas Christ’ terug een directere
aanpak.
Her en der gaan stemmen op dat ‘Prey’
de nieuwe ‘Wild Honey’ is. Dit doet me meteen denken aan de trieste
bedenking van menig muzikant dat de fans (en de pers) willen dat je
tienmaal dezelfde cd maakt. En zo werkt dat niet bij echte
muzikanten natuurlijk. Ik zou eerder stellen dat ‘Prey’ een synthese
is van de vier voorgaande albums en aldus de natuurlijke evolutie
van Tiamat laat horen. En bovenal veel mooie muziek bevat, want
‘Prey’ is een sterk album.
Opener ‘Cain’ is tevens de single; een
verrukkelijke compositie die na enkele aarzelende gitaarklanken het
kamerbrede, pompende geluid over de argeloze luisteraar drapeert.
Edlund zingt alsof de geest van Peter Steele bezit van hem genomen
heeft. In het refrein wordt het iets luchtiger. Doorheen alle
nummers loopt een rode draad van onderhuidse dreiging. ‘Wings Of
Heaven’ is ook opgebouwd rond tedere, kalme passages waarna heel de
groep invalt om het refrein meer glans te geven. ‘Divided’ heeft een
galant piano intro en is gewoon een slow vol melancholie. Hierin
duikt plots een zangeres op (slik), die in ‘Carry your cross and I’ll
carry mine’ zelfs de solo zang voor haar rekening neemt terwijl
Johan zich beperkt tot de backing vocals. Even vind ik dit toch wel
te braaf worden voor Tiamat, het lijkt wel of ik naar Radio 2
luister. Gelukkig is er een gezond tegengewicht in de vorm van een
exploderende gitaarsolo in datzelfde nummer en herpakt men zich al
vlug in het stevige ‘Light In Extension’. ‘Prey’ opent met de
klanken van een pendule klok en is een devoot gezongen track die
langzaam ten hemel opstijgt, het element ‘tijd’ als beperkende
factor op deze wereld!
Zo belanden we in de ‘Garden of
Heathen’ (heb je ‘m?) want op deze cd staan terug vele korte
sfeerstukjes. Een vermeldenswaardig item zijn tevens de gitaarsoli.
Veelal ontbreken deze in de gotiek en het werkt bijzonder
verfrissend om de groep geregeld te horen uitfreaken in slepend
gitaarwerk. De laatste drie nummers vind ik op dat punt gewoon
subliem. ‘Clovenhoof’ heeft een lijzig edoch sprankelend karakter
door open gitaarklanken die uitmonden in een vervormde solo.
Prachtig!
In de wat langere nummers als ‘Nihil’
en ‘The Pentagram’ (gebaseerd op een gedicht van Aleister Crowley)
wordt er nog dieper gegraven naar de eigen beproevingen des levens.
‘The Pentagram’ opent in majestueuze Pink Floyd traditie: toetsen
met zware gitaarnoten er overheen (stijl Shine on you crazy
diamond), declamerende nieuwsberichten, kortom een feest voor de
fans van verregaande atmosferische verstrooiing. En men neemt zijn
tijd voor een door merg en been gaande solo. En dan dalen we met een
doffe plof terug neder op aarde waar ‘Prey’ de onzichtbare ladder
tussen sterfelijkheid en eeuwigheid vertegenwoordigt.
Edlund is een intelligent
muzikant en een begenadigd componist. Zonder blikken of blozen durf
ik te stellen: kopen die hap! Ik kijk terug uit naar een Tiamat
concert met dit nieuwe materiaal. |