|
Het moest er ooit van komen : de
muzikale wegen van 2 protagonisten van de huidige proglichting
hebben mekaar gekruist en het resultaat is een stuk toegankelijker
dan Po90, minder complex dan FLK en gezegend met een voller en
breder klankspectrum dan Transatlantic (zo een vergelijking zich zou
opdringen). Wat enkele jaren geleden als een soloproject van Andy
Tillison (Po90) het levenslicht zag, evolueerde gaandeweg tot een
kruisbestuiving met het muzikale brein van een andere hoofdrolspeler
in de huidige progscène : Roine Stolt (The Flower Kings).
Onvervalste progressieve rock van het zuiverste kaliber is wat ‘The
Tangent’ ons thans voorschotelt en bekijk even het lijstje van
gastmuzikanten alvorens het water uit de mondhoeken te verwijderen :
David Jackson (VDGG), Jonas Reingold & Zoltan Csorsz (FLK), Sam
Baine (Po90) en Guy Manning…het zijn deze rasmuzikanten die de
muzikale droom van Tillison vorm gegeven hebben en ‘The music that
died alone’ tot een heus meesterwerk gekneed hebben.
‘In darkest dreams’ opent de
feestelijkheden en doet dat op grootse wijze, enigszins knipogend
naar het debuut van Transatlantic en discreet verwijzend naar Yes.
Groot verschil met onze transatlantische vrienden is de afwezigheid
van grote ego’s, waardoor het geheel veel organischer en
authentieker klinkt en minder als een samenraapsel van individuele
klasseflitsen.
Nu kun je van een kwartet dat voor
driekwart uit FLK-leden bestaat, verwachten dat de muziek wel een
uitgesproken Zweeds tintje krijgt, maar Tillison slaagt erin het
drietal stevig in het gareel te houden. Het zijn met name de
bijdragen van de overige 3 leden die deze feestdis een extra
Michelinster doen opleveren. Baine tovert mooie, jazzy klanken uit
haar piano, Manning hanteert op subtiele wijze de akoestische gitaar
en wat Jackson op sax en dwarsfluit laat horen, is bij momenten niet
van deze wereld. Het is vooral zijn inbreng die dit nummer, dat bol
staat van verwijzingen naar de hoogdagen van de progressieve rock,
letterlijk en figuurlijk nieuw leven inblaast.
Na zo’n eruptie van symfonische
klanken is met ‘The Canterbury sequence’ een welgekomen rustpauze
aangebroken en dat zal liefhebbers van het genre (de titel van het
nummer windt er geen doekjes om) ongetwijfeld verheugen. Jackson op
dwarsfluit en Baine op piano leveren samen een prachtig staaltje van
hun kunnen af en ook Stolt en Reingold lijken zich bijzonder goed in
hun sas te voelen bij dit soort muziek.
‘Up-hill from here’ gaat resoluut een
versnelling hoger en wordt strak en snedig gespeeld. Zowel Tillison
(op Hammond) als Stolt freaken er duchtig op los en dat levert
behoorlijk wat vonken op.
De initiële opzet van Tillison was het
schrijven van een écht progressief album in de geest van de jaren
zeventig. Om dit alles nog extra te accentueren, schreef hij een ode
aan de pioniers van de symfonische/progressieve rock en gaf hij
uiting aan zijn verlangen om deze muziek te blijven koesteren,
ondanks alle tegenkantingen die het genre sinds eind jaren zeventig
blijven teisteren. ‘The music that died alone’ is een prachtig
gekozen titel en geeft op treffende wijze weer hoezeer Tillison aan
dit genre verknocht is. Een hartverwarmende, eerlijke en sublieme
song, die op passende wijze een slotakkoord breidt aan deze
fantastische muzikale reis doorheen het progressieve patrimonium van
weleer.
Albums als
‘The Music…’ bewijzen eens te meer dat prachtige muziek van alle
tijden is en eigenlijk nooit gedateerd klinkt. Zelden is een groep
er zo in geslaagd de tijdsgeest van toen om te zetten in een
eigentijdse, allesbehalve ouderwets klinkende variant als ‘The
Tangent’ met ‘The Music that died alone’. Een absolute topper in het
genre ! |