|
“This work
inaugurates a new musical trend named ‘Metamorphic Music’, whose
influence on the environment shall condition the listener in order
to produce a succession of exterior and interior transmutations”.
Kijk, ofwel hebben we hier te maken
met een stelletje pseudo-intellectuele blaaskaken (vind je wel vaker
op het exclusieve domein der Progressieve Kunstbeoefenaars), ofwel
gaat het hier om een stel virtuoze muzikanten dat binnen de
progressieve stroming een nieuwe zijtak ontdekt heeft (althans, dat
beweren ze toch). De muziek van Syrinx wordt enkel gedragen door
akoestische gitaar, bas, drums en toetsen en heel sporadisch worden
ook andere instrumenten toegelaten in het muzikale universum van de
groep. Drie stopwoorden die de deelnemers aan dit project gebruiken
om hun kunstvorm te omschrijven zijn : rijk, complex en melodieus.
Waarvan akte, maar een uniek gegeven binnen het proggenre is het
zeker niet.
‘Reification’, de titeltrack,
beantwoordt wel aan hogervermelde omschrijving : bijna 17 minuten
lang wordt de luisteraar getrakteerd op kwalitatief bijzonder
hoogstaande progressieve muziek die geen seconde verveelt. De
veelvuldige themavariaties passen naadloos in elkaar; het tempo
wordt al die tijd strak en hoog gehouden en het is genieten geblazen
van het technische vernuft waarmee de muzikanten onophoudelijk
uitpakken. Wat vooral opvalt, is de slagenregen van de drummer, die
een enorme variëteit in zijn spel weet te leggen. De toetsenman
creëert bijwijlen een kosmisch sfeertje met breed uitgesmeerde
klanktapijten, waardoor de muziek een hypnotiserende, bezwerende
dimensie krijgt. De gitarist speelt met veel ‘naturel’ en zorgt voor
de melodieuze touch; de bassist is hoe elke goeie bassist hoort te
zijn : discreet, functioneel maar vooral : onmisbaar ! U leest het
al : de namen van de groepsleden moet ik u schuldig blijven.
Waarschijnlijk past dit in het concept van ‘Syrinx’ : wie ze zijn,
wat ze doen en waar ze vandaan komen, is van ondergeschikt belang.
‘The transcribers’ worden ze genoemd…tijd om de wenkbrauwen te
fronsen en even te slikken…en dan blijkt dat de 4 muzikanten zich
toch wat lijken te verslikken in hun eigen hoogmoed : ze blijven te
lang voortborduren op het door hen geconcipieerde stramien zodat
verveling langzaam maar zeker begint toe te slaan. Zowel
‘Emanescence’ als ‘Le 20ième cercle’ en ‘Orbis ubique’ zijn maar een
schim van het openingsnummer en ondanks enkele geslaagde passages
zijn ze behoorlijk overbodig. Pas helemaal op het einde slaan ze
keihard terug : ‘L’hypostase des archontes’ is net als het
openingsnummer een intrigerend en enigmatisch muziekstuk, waarbij de
muzikanten alle facetten van ‘Syrinx’ nogmaals tot volle ontplooiing
laten komen.
Dit is geen
hapklare brok progressieve muziek, maar een wat aparte (zij het niet
echt originele) muziekvorm die bij de aandachtige luisteraar
verschillende impressies zal losweken. Misschien moet ik de
definitie van ‘Metamorphic Music’ toch nog ’s goed lezen… |