|
In 1999 bezocht ik ProgPower en werd
in de kelder (Basement) getrakteerd op een gitarist die er met veel
schwung en technische vaardigheid zijn kunnen etaleerde. Dit bleek
Marcel Coenen te zijn, gitarist van Lemur Voice wiens cd ‘Insights’
ik ook wel kende. Dit is het begin van het verhaal van Sun Caged.
Marcel ontmoette in drummer Dennis Leeflang (ex Within Temptation)
een bondgenoot en samen besloten ze songs te gaan schrijven.
Na de split van Lemur Voice in de
zomer van 2000 wordt Sun Caged een echte groep. Er wordt gezocht
naar aanvullende muzikanten en de groep groeit uit tot een
veelbesproken live act in Nederland, lang voor er sprake is van een
eerste CD. Na de release van een derde demo in 2002 wordt er gekozen
voor Lion Music als label en het debuut kan worden opgenomen.
Daarnaast blijven de muzikanten actief op andere gebieden zoals op
tournee gaan met Bumblefoot (Ron Thal’s band) en Joost van den
Broek reist doorheen Europa met het Star One gezelschap van Arjen
Lucassen. Een rechtstreeks gevolg is dat Arjen dit debuut gemixt
heeft, een uitzonderlijke situatie.
Natuurlijk is er een sterrol weggelegd
voor gitarist Coenen die meerdere stijlen meester is en dat ook laat
horen. Maar Sun Caged is vooral een groep en dit is duidelijk te
horen. Het zijn allemaal composities met kop en staart waar ook de
zang prominent aanwezig is en de andere muzikanten evenzeer aan bod
komen. Progressieve metal van topklasse met een knipoog naar Dream
Theater (een vette knipoog zou ik stellen), Pain of Salvation, Cynic,
Liquid Tension Experiment en ja hoor, Faith No More.
Feit is dat Sun Caged een open oor
heeft voor de muziekwereld om hen heen en dit maakt dat ze ook
keihard uit de hoek kunnen komen, om enkele minuten daarna het roer
om te gooien naar meer ingetogen passages. Het titelnummer ‘Sun
Caged’ bijvoorbeeld vangt aan met zware riffs (ze zijn ook beïnvloed
door death metal, staat er echt in de bio!) en de zang is alsof Mike
Patton van Faith No More even ingehuurd is. Hoekige ritmes en een
druk temperament. En zanger André Vuurboom switcht makkelijk van de
moderne zangstijl naar echt zuivere uithalen die in de prog latent
aanwezig zijn. Ik blijf er bij dat Dream Theater het meest
vooropgestelde vergelijkingspunt is.
Zo kent ‘Home’ een druk intro maar ook
een oase van rust als je even verder luistert. ‘Hollow’ wordt
getypeerd door een piano intro en ‘Closing in’ vangt eveneens kalm
aan tot de riifs versierd worden met dominant toetsenwerk. De nodige
spanningsbogen worden ingebouwd alhoewel het toch wel even een
rustpunt vormt in het repertoire. ‘The eight day’ heeft dan weer
zo’n lekker zwaar intro alsof er een grunt gaat losbarsten, maar
neen hoor, dit wordt omgebogen in een toetsenparadijs en zang op een
traditionele manier. Er zit zoveel in, van hemelse gezangen tot
brede toetsenpartijen tot uitstekend stuwende ritmes. Er zit niets
anders op dan dit zelf te horen.
Dit is muziek
die je ofwel haat ofwel fantastisch vindt. Een tussenweg is niet
mogelijk. Waarom? Omdat het geen kabbelende achtergrondmuziek is
maar je kamer binnen dondert als een TGV. Ik vind dit prachtig. Ik
zou zelfs durven stellen dat ze de kwaliteit van het machtige Dream
Theater benaderen en dat voor een debuut. Het voorprogramma
binnenkort, heren? |