 |
Nick d’Virgilio :
vocals, drums, percussion, loops, acoustic and electric guitars
Ryo Okumoto :
keyboards
Alan Morse :
electric and acoustic guitars, vocals
Dave Meros : bass |
|
Het was
vrijdag de dertiende toen ik deze schijf in mijn brievenbus vond.
Hopelijk was het geen omen. Het splinternieuwe Spock’s Beard album
vertoonde tenslotte niet alleen een fonkelnieuw logo, maar het was
ook de eerste CD zonder de motor van de groep: Neal Morse. Nu Nick
d’Virgilio in de voetstappen van Phil Collins en Dave Grohl treedt,
was ik zeker enorm geďnteresseerd om te horen hoe de groep het
vertrek van hun frontman opving. Zou het eindresultaat uiteindelijk
‘euforisch’ zijn en kon het album in de voetsporen treden van de
meest prestigieuze uitgave van de groep tot op heden, nl het dubbele
concept album “Snow” ?
Werken met een
kwartet in plaats van met een vijftal brengt zeker en vast
veranderingen met zich mee. Gelukkig zong Nick reeds verscheidene
stukken toen Neal nog lid was van de groep, dus dat maakt niet zo’n
groot verschil. Soms probeert Nick zelfs om Neal’s zangstijl over te
nemen, hetgeen niet slecht is, zolang hij er zijn eigen ziel kan
instoppen. Herinner je je Phil Collins nog toen hij het vaandel
overnam van Peter Gabriel en zijn stem identiek klonk ? Het
openingsnummer ‘Onomatopeia’ klinkt meer als een Foo Fighters
nummer, wat natuurlijk een zeer dapper exploot is, maar het is ook
verdomd gevaarlijk om er een nieuw album van een nieuwe line-up mee
te openen. Doorheen het ganse album klink gitarist Alan Morse veel
harder en agressiever dan ooit tevoren, maar hij weet, god zij dank,
ook wanneer hij zich moet inhouden en moet inspelen op de melodie in
plaats van zomaar harde akkoorden aan te slaan. “The Bottom Line” is
het soort muziek dat we vanaf het prille begin van de groep gewoon
zijn : groots arrangement, meerstemmige zang, mooie keyboard
passages, interessante muzikale veranderingen en meer Morse-achtig
naar het einde toe. Ik ben ervan overtuigd dat indien dit nummer het
album had geopend, veel fans onmiddellijk tevreden zouden zijn
geweest om te horen dat er niets veranderd is. Maar er zijn
veranderingen, geloof me. Luister maar eens naar de klank van de
drums tijdens het titelnummer. Zelfs de zang heeft een speciale
behandeling ondergaan, Alan levert een soort fusion-achtig
gitaarspel en Ryo valt zijn stel keyboards aan alsof hij de laatste
hiphop sensatie begeleidt. En dat alles komt voor de korte Rage
Against The Machine interventie. Ik had meerdere beluisteringen
nodig om dit te verteren. Ik ben bang dat ik het nog steeds moeilijk
vind om de naam Spock’s Beard op dit nummer te kleven !
Met “Shining
Star” proberen onze vrienden om het ideale FM-nummer af te leveren
en ze komen nogal dicht bij een onuitgegeven Eagles of Don Henley
nummer. OK als song, maar als nummer op een nieuw Spock’s Beard
album ? Bijna telkens opnieuw is het goeie ouwe Ryo die de Spock’s
trein terug op het goede spoor brengt, zoals hij aantoont tijdens
‘East of Eden, west of Memphis’ waarin hij een schitterende
keyboardsolo aflevert. Hoewel ik de teruggespoelde tape op het einde
niet begrijp. Een solo piano en een titel dat authentieke Spock’s
genialiteit belooft met ‘Ghosts of autumn’, ik moet hier om volledig
eerlijk te zijn zeggen dat het volgens mij Ryo is die dit nummer
volledig overheerst. Als ik ooit een echte klassieker hoorde dan is
het deze, met pure klasse van alle betrokken leden. Ik ben niet
helemaal zeker of de groep het als een noodzaak aanvoelde maar
geloof het of niet, dit nieuwe album bevat zijn eigen ‘epic’. Zes
kortere nummers vormen samen het lange “A Guy Named Sid”, dat eerder
funky begint. “You Don’t Know” komt over als een ingehouden bluesy
nummer dat nogmaals als een complete verrassing komt. Maar de
grootste verrassing komt er als Ryo (inderdaad, weer hij) enkele
synth-klanken aflevert die ik plaats in het “Tales From Topographic
Oceans” gevoelskader, die veranderen in krachtige Audioslave
momenten in “Judge”. Een vocaal hoogtepunt komt er in ‘Sid’s boy
choir’, een korte compositie in ‘barbershop’ stijl, dat het laatste
stuk van het episch nummer introduceert. “Change” is opnieuw een
rechtdoor rechtaan rocknummer dat eindigt in pure Spock’s traditie
met een zeer krachtig en bombastisch einde. Het laatste nummer
“Carry on” is een echte Neal Morse klassieker en ik twijfel zelfs of
het Nick is die zingt of dat Neal niet aan de bekoring kon weerstaan
om toch in de studio te komen. Dit is het soort materiaal dat we
(ik?) willen horen, hoewel het een beetje aan de zachte kant is.
Maar dit is meteen ook het einde van het album.
Opgenomen in
hun favoriete ‘Lawnmower and Garden Supplies’ studio, denk ik dat
Nick’s idee van progressieve rock meer lijkt aan te leunen bij dat
van zijn grote vriend, wijlen Kevin Gilbert. Als je naar het werk
van Kevin luistert, dan zul je toegeven dat dit niet het gemiddelde
proggehalte bevat, maar dat hij het perfecte huwelijk probeert te
vinden tussen de ‘seventies’’ prog en de hedendaagse muziek. Maar is
“Feel euphoria” een goed album ? Volgens mij is het geen slecht
rockalbum maar het is geen echt goed Spock’s album. Spock’s Beard is
Spock’s Sikje geworden en het zal een tijdje duren om die baard
terug te krijgen. Het kostbare metaal is er mogelijk nog steeds,
maar ze zullen veel zilverpoets nodig hebben om die oude glans terug
te krijgen. Live zal de groep op toer gaan met een extra drummer,
wat Nick zal toelaten om zich volledig te concentreren op zijn zang
terwijl hij ook nog wat drumwerk kan leveren gedurende de langere
instrumentale secties. Two Separate Gorilla’s ? Deden Phil en
Chester ook niet... |