|
Bij deze
bespreking zit ik met de handen in het haar. Wat een gepaste
openingszin na een blik op de hoes. Herhaalde malen sloeg de
verveling toe maar ik kan me voorstellen dat dit de Amerikaanse
zalen nog steeds laat vollopen met pseudo stoere binken die hun lief
bovendien kunnen meebrengen omdat het niet te hard klinkt. Dit is
beschaafde rock met spierballen, een hoop macho gezwaai en
vingervlug gitaarwerk. Want inderdaad, als we dit objectief bekijken
wordt er kundig gemusiceerd en de opname is digitaal geremastered,
dus daarover hoeven we ook niet te zeuren.
Re release
inclusief vier bonus tracks, bloklettert men. Maar liefst drie
jaartallen staan er op de hoes: 2003, 1993 en 1988. Ik ga ervan uit
dat dit uit 1988 afkomstig is, de glorietijd van de hair bands op
MTV die dit soort radiovriendelijke rock produceerden. En
toendertijd waarschijnlijk alleen verkrijgbaar via dure
importkanalen.
Op het technisch
kunnen van de muzikanten valt niets aan te merken. Maar het is niet
omdat men foutloos kan schrijven, dat men er in slaagt een boeiend
verhaal ineen te boksen. En zo zijn de composities op dit album ook
de zwakste schakel. Aanvankelijk denk ik aan groepen als Tesla en
Mr. Big (zonder dat dit echter het peil van deze groepen haalt).
Shortino heeft een soulvolle stem, er is vingervlug gitaarwerk en
‘Body & soul’ opent lekker met akoestische gitaar. De bluesy
ondertoon maakt het behoorlijk tof. Mensen die tuk zijn op goedkoop
sentiment pinken vast een traantje weg bij de slow ‘Forgotten child’
waar Bobby Kimball voor een goede tweede stem zorgt. Stevige
pomprock op Amerikaanse leest geschoeid en Northrup is een
begenadigd artiest die van jetje geeft op zijn collectie gitaren.
‘Remember me’ is dan weer een slow, maar ditmaal instrumentaal. Maar
dan hebben we een aantal meezingers als ‘The kid is back in town’ en
‘Girls like you’ met poepcommerciële koortjes die erg banaal
klinken. ‘Pieces’ is nog acceptabel, het vangt traag aan en biedt
iets meer variatie.
Vreemd genoeg
bevallen de bonus tracks me nog het best. ‘Holy man’ is erg bluesy
en wordt pas echt knap als de sitar eraan te pas komt. En ‘Used to
be’ is eveneens sterk en prachtig gezongen. Deze bluesinvloeden gaan
de groep veel beter af en Shortino verandert plots in een zanger
zonder geforceerde geknepenheid maar met een warme stem.
En ‘Wishing well’ is geen cover van The Free.
Opgeblazen
(föhn)lucht en enkele mooie momenten dus. |