 |
Carl Groves : guitars, keyboards, vocals
Michael Daring : guitars, vocals
Patrick Henry : bass
Kevin Thomas : drums, vocals |
|
In tegenstelling tot geestverwanten
Echolyn (en in mindere mate Spock’s Beard) is de eveneens
Amerikaanse band Salem Hill nog niet echt doorgedrongen tot de
eredivisie van de hedendaagse progliga. Jammer en vooral onterecht,
want albums als ‘The Robbery of Murder’ en ‘Not everbody’s gold’
wachten nog steeds op algemene en wijdverbreide erkenning. Hopelijk
zal hierin verandering komen met het nieuwe conceptalbum ‘Be’.
Het muzikale spectrum van Salem Hill
laat zich niet zo gewillig afbaken (en da’s al een compliment op
zich), maar wordt duidelijk beheerst door vakmanschap en een
uitgesproken zin voor melodie en harmonie. Vorige albums blonken
tevens uit door een uitgekiend evenwicht tussen kalmere popsongs en
behoorlijk stevige rockers en dat is met name op ‘Be’ wel even
anders. Het zal allicht met het concept als dusdanig te maken
hebben, maar de cd klinkt rauwer, agressiever en steviger dan alle
voorgangers. Als je even begint te grasduinen in de teksten, merk je
dat thema’s als vervreemding en vereenzaming, ingebed in een
sarcastische visie op de mensheid, prominent aanwezig zijn. In
tekstueel opzicht mag het misschien al kommer en kwel zijn wat de
klok slaat, in muzikaal opzicht blijft de groep gensters slaan en
kiest ze, zoals daarnet al gesteld, voor een meer rockgerichte
aanpak, waarbij de klemtoon vooral op het gitaarwerk van Groves en
Daring komt te liggen. Toegegeven, het album is minder toegankelijk
dan bvb. ‘The Robbery’, maar geef het enkele luisterbeurten en je
bent gegarandeerd verk(n)ocht. De relatief korte songs (15 stuks in
totaal) passen als minutieus bewerkte stukjes van een grote
legpuzzel naadloos in elkaar. Een aantal van die stukjes zijn zeker
een aparte vermelding waard. De wondermooie samenzang in ‘So Human’
bijvoorbeeld, dat wat van Gentle Giant weg heeft. Of het sterk naar
Kansas neigende en goed in het gehoor liggende ‘The Red Pool’. Een
kleine randbemerking tussendoor : de volgorde, zoals aangegeven in
het bijhorend boekje, wordt niet al te strikt gevolgd dus komt er
wel wat zoekwerk aan te pas. Over contrasten gesproken (en dat
blijft het sterke punt van de groep) : het fragiele ‘Seattle’
(piano, bas & zang) wordt ei zo na weggeblazen door het stevig uit
de kluiten gewassen ‘Apollyon’, terwijl Crowded House even om de
hoek komt kijken op ‘The perfect light’. ‘Love won’t save the world’
is gezegend met een mooi klassiek pianomotiefje en een korte maar
subtiele gitaarsolo, een beetje à la Alan Morse op ‘Solitary Soul’ (Spock’s
Beard - Snow). Op de stevige rocker ‘I didn’t come for you’ laat
Groves (of Daring ?) zich andermaal volledig gaan. Het neusje van de
zalm zit ‘m deze keer in de staart, eigenlijk. Op het mijmerende,
wat droefgeestige ‘Beings’ laat Groves een donker schaduwplekje van
zijn bovenkamer zien : ‘So what is life but a breath ?
A tortured trance, a dance to death.’
Adembenemend mooie en subtiele gitaarsolo aan het slot van het
nummer…’Regard me’ is de reprise van ‘Reflect’, maar dan met een
prachtig symfonisch slotakkoord, dat herinneringen oproept aan ‘The
wild places’ van wijlen Duncan Browne.
‘Be’ is meer
dan een waardige opvolger van ‘The Robbery of murder’ (in termen van
conceptalbums wel te verstaan). Hoewel de groep meer rockt dan ooit
tevoren, blijft ze haar progressieve roots trouw. En songs schrijven
kunnen ze als de beste. In dat opzicht sluit ‘Be’ wel goed aan bij
z’n voorgangers. Sterk staaltje van muzikaal vakmanschap ! |