|
Eén van de
revelaties tijdens de Doomination of Europe tour 2003 in februari
was de tweede groep die het podium betrad : The Prophecy. Ze komen
uit Halifax en dit betekent dat ze de doom met de paplepel ingegoten
kregen want uit deze buurt komen immers de 3 pioniers van dit
muziekgenre : Anathema, My Dying Bride en Paradise Lost. Zijn deze
pioniers inmiddels afgestapt van hun oorspronkelijk genre, The
Prophecy houdt de vlam brandende en heeft een CD uitgebracht die
terug grijpt naar de vroegere sound.
Ik kan amper
geloven dat deze CD in eigen beheer is uitgebracht want de klank is
zo fantastisch dat je het niet voor mogelijk houdt. Produced and
mixed by Al Smith, lees ik op de hoes. Ongelofelijk ! Dat is een
man die in 1998 in Tilburg sound engineer was bij het Anathema
concert ! De wereld is klein nietwaar ! Zes lange nummers voeren ons
doorheen een mysterieus maar lieflijk muzieklandschap. Als een pas
ontloken bloem in de eerste zonnestralen barst het eerste nummer
‘Ashes’ los in volle glorie. Stevige riffs vormen de basis met een
sporadische grunt, maar het zijn vooral de warme keyboards klanken
die zorgen voor een behaaglijk gevoel van warmte. Halverwege dit
nummer duikt er cleane zang op en melodieuze gitaarlijntjes, het
klinkt allemaal perfect harmonieus en ’t is geen wonder dat het
publiek destijds in de frontline meteen gewonnen was voor deze
groep.
Ook ‘The
killing fields’ kent meerdere sferen. ’n Schreeuw begeleidt de
nu-metal piepjes gitaar, grove zang, het ritme gaat in galop de
einder tegemoet. Dan begint Greg O’Shea melodietjes te spelen.
Hoekig spel en virtuositeit gaan in elkaar over, met de gitaar die
net komma’s plaatst waar je het verwacht. De laatste 2 minuten van
dit nummer laten ons akoestische gitaar en een fluisterstem horen.
Het bevat zoveel momenten van herkenbaarheid voor de doomfan, alsof
je thuiskomt en het orkest speelt je favoriete deuntje in net die
andere versie. ‘O sweet oblivion …’ al vaker gehoord, maar toch …
net even anders.
Hoogtepunt van
de CD vind ik momenteel het derde nummer ‘The prophecy’. Trager van
opbouw, weeklagende heldere zang en vooral de dominant aanwezige
gitaar, die huilt, soleert, krabbelt maar immer ons meevoert naar
andere plekken dan deze verdorven wereld. Het heeft een eerder
ingetogen karakter en kent naar het einde toe een omwenteling in
folky zin, ook de zang. Alsof ik ineens een Ierse groep hoor …
‘Dawn’
handhaaft een vrij bombastisch karakter met brede toetsenpartijen en
de oermens in zang en drums. Veel tempo wisselingen, evenzeer wordt
er makkelijk geswitcht tussen verschillende muziekgenres, gaande van
akoestische passages naar death/doom en het nummer dat het dichtst
de huidige MDB benadert.
‘Blackened
desire’ jaagt flink door en is een nummer om even af te reageren op
je rotjob. Het slotnummer ‘Till light enshrouds’ is dan eerder
sferisch met gitaren als het Amerikaanse volkslied (hallo Hendrix)
om even later de vredige sfeer te proeven van een weids akoestisch
landschap met heldere zang.
Wat me opvalt
aan deze CD is dat ze warmte uitstraalt, de bezieling van echte
muzikanten, nog niet opgeslokt door enig commercieel streven. Zowel
verleden en moderne invloeden zijn gebundeld in hun eigen visie, en
dat is heel wat. Rest me toch nog te vermelden dat ik de solo
gitarist Greg O’Shea uit een speciaal hout gesneden vind want wat ie
hier doet met de muziek van zijn band vind ik super. |