|
‘Progrock’ is een term die je al jaren
niet meer terugvindt in de geschreven pers. De oudere generatie is
er vies van (wegens de connotatie met de zo gehate dino’s van de
jaren zeventig) en de jongere garde kent het eenvoudigweg niet of
amper. Toch is het opvallend dat deze term of omschrijving de
laatste tijd wel degelijk begint door te sijpelen in de ons
omringende media en daar zijn groepen als Muse of The Mars Volta
gedeeltelijk verantwoordelijk voor. Niet dat ze onversneden progrock
spelen zoals de doorsnee liefhebber het graag heeft, maar er zijn
toch duidelijke referenties naar het genre.
The Mars Volta is zo’n groep die van
alle markten thuis is. Ze typeren is geen sinecure, maar ik probeer
het even : exotisch-psychedelische progressieve (punk)rock. Een
muzikale smeltkroes van diverse stijlen dus, en vooral : een uiterst
explosief mengsel, waar zelfs hun weelderige haardos stijf omhoog
van komt te staan.
Zelf komen ze er openlijk voor uit dat
groepen als Genesis (weliswaar ten tijde van Gabriel) en King
Crimson belangrijke invloeden geweest zijn, maar het muzikale
spectrum dat ze bestrijken is veel ruimer en daarom des te
boeiender. Hoewel de paddestoelen nooit ver uit de buurt zijn en de
muziek regelmatig ondergedompeld wordt in een psychedelisch badje,
is het wel zo dat als de rook om hun hoofd is verdwenen, er een
buitengewoon opwindende band te voorschijn komt die, qua vrijgekomen
hoeveelheid energie, de vergelijking met Muse best kan doorstaan.
Het album handelt over mentor en
vriend Julio Venegas die na een overdosis heroďne in coma raakt,
weer ontwaakt en daarna zelf beslist om definitief naar het rijk der
dromen af te dalen. Tijd om even in te dommelen wordt je geenszins
gegund … na de wat zweverige intro ‘Son et lumičre’ is het alle hens
aan dek geblazen voor een eerste adrenaline opstoot van jewelste, ‘Inertiatic’.
Dit exotisch gekruide stoofpotje bestaat uit 3 hoofdingrediënten :
het zuivere, hoge en krachtige stemgeluid van Cedric Bixler Zavala,
het snokkende, opzwepende gitaarspel van Omar Rodriguez-Lopez en het
strakke, loepzuivere en razendsnelle drumwerk van Jon Theodore.
Vooral laatstgenoemde maakt indruk, alsof hij gezegend (of
vervloekt) is met een Kalashnikov in elke arm.
‘Roulette dares’ bouwt verder op
hetzelfde stramien en belicht de ook meer melodieuze kant van
Rodriguez-Lopez’ gedreven gitaarwerk. Via het wat bizar klinkende
‘Tira me a las aranas’ (denk even aan de bevreemdende
geluidscollages op ‘The Lamb…’) belanden we bij het behoorlijk sexy
en vanuit de onderbuik geschreven ‘Drunkship of lanterns’, waar heel
wat Latin invloeden in verwerkt zijn en met gastbassist Flea (jawel,
die van The Red Hot Chili Peppers) op en top in zijn nopjes.
Hoogtepunt is ongetwijfeld ‘Eriatarka’, het meest proggy nummer op
deze cd. Wie goed luistert, neemt in het machtige refrein zowaar een
mellotron waar, maar het is vooral genieten van de fraaie melodieën
en het heerlijk gevarieerde gitaarwerk. ‘Cicatriz’, het langste
nummer op ‘De-loused’, knipoogt in de aanvangsfase een beetje naar
Led Zeppelin, lijkt dan na een 4-tal minuten even in een
psychedelisch dalletje verzeild te raken om 5 minuten later ‘Santana
meets Fripp’sgewijs de draad met het begin weer op te nemen. Het
punkrockverleden van de groep wordt herdacht in ‘This apparatus must
be unearthed’ terwijl op het iets kalmere ‘Televators’ de
akoestische gitaar haar intrede doet. ‘Take the veil cerpin’ vat het
hele album goed samen : flitsende breaks en messcherpe riffs die als
een tsunami over je heen walsen, afgewisseld met bizarre soundscapes.
Het is misschien wat voorbarig te
stellen dat TMV de aanjagers zijn van een progressief reveil binnen
het establishment (grote labels, massamedia) maar feit is dat deze
frisse, eigentijdse benadering van progrock zeer aanstekelijk werkt
en hopelijk wat ruimte creëert voor andere progbands, die al langer
op erkenning zitten te wachten.
‘Viagra’ is
thans ook in een progvariant verkrijgbaar : ‘De-loused in the
comatorium’ van The Mars Volta ! |