 |
Alessandro Corvaglia : zang
Agostino Macor : toetsen, gitaar
Andrea Monetti : dwarsfluit
Fabio Zuffanti : bas, bas pedalen, akoestische gitaar, percussie
Marco Cavani : drums, percussie
Gasten:
Nick Le Rose : gitaren
Antonella Trovato : oboe
Nani Tudor : ‘flessibile’
Crescenzo Amodio : ‘martello pneumatico’
Robbo Vigo : protools, geluiden |
|
Met
dit tweede album van het rond Fabio Zuffanti opgezette gezelschap
komt het voortbestaan van Finisterre meer en meer in het gedrang.
Zuffanti heeft namelijk met La Maschera di Cera de ideale groep
gevonden om zijn kruisbestuiving tussen hedendaagse prog en zijn
adoratie voor de Italiaanse grootmeesters uit de seventies te
etaleren. Bij meerdere beluisteringen mag je gerust stellen dat dit
tweede album aanvult waar het debuut is gestopt terwijl er dit keer
meer ruimte werd gecreëerd voor experiment. Op een subtiele manier
worden Finisterre en Hostsonaten trekjes omhuld door de essentie van
de Italiaanse symfo middels elementen uit de rijke carrière van Il
Baletto di Bronzo, Museo Rosenbach, Osanna, Locanda Delle Fate,
Biglietto per l’Inferno, Rovescio della Medaglia en andere illustere
grootheden. Dwarsfluit en mellotron beklemtonen als het ware het
contrast tussen het breekbare en het bombastische, twee uitersten
die perfect het gevoel van de analoge Italiaanse symfo belichamen.
Doorheen het rijke klanktapijt zit de mooie stem van Alessandro
Corvaglia geweven die het theatrale in de muziek introduceert. De
kristalheldere productie zorgt er voor dat harde stukken
probleemloos kunnen overschakelen naar ingetogen gedeeltes op
eenzelfde manier als King Crimson in hun beginperiode. In het
titelnummer roept de mellotron een angstwekkend gevoel op alsof
donkere wolken zich boven je hoofd samenpakken. Eveneens donker qua
sfeer is de korte solo ‘Il Canto Dell’Inverno’.
Beeld je even de funky clavinet uit Wakeman’s “Merlin” periode in in
combinatie met de dwarsfluit van Ian Anderson en je krijgt de
ruggengraat voor ‘Ai Confini Del Mondo’. Naar het einde van het
nummer toe smelten piano, synths en fluit samen teneinde een soort
‘Los Endos’ finale af te leveren. De hoofdmoot op dit nieuwe album
bestaat in feite uit één lang epos welke in twee stukken is
onderverdeeld. Het tweede, langste deel bevat zowat alle
ingrediënten uit het logge prog kookboek met een overwegende rol
voor de repetitieve bas van Fabio Zuffanti. De muziek zwelt aan tot
alle instrumenten uitmonden in een soort muzikale oerknal en een
piano de kalmte herstelt. Het album eindigt met het eerder korte ‘La
Consunzione’ dat afgezien van het ontbreken van lange improvisaties
precies de kerngedachte van La Maschera Di Cera in zich knevelt.
Naast iconen als The Watch en Mangala Vallis is dit de zoveelste
parel aan de Italiaanse prog kroon. Als Fabio Zuffanti op deze
manier muziek blijft maken dan prijkt dit wassen hoofd (la maschera
di cera) straks in het befaamde Madamme Tussaud’s ! |