|
‘King Crimson has
reinvented its wheel. Before, there was a wheel. Now, there is a
wheel. In between is suffering.’
Moeilijk om aan deze stelling van
Fripp een touw te knopen. Of wat dacht u van deze
eigenzinnige CV van King Crimson : 1969-began/1969-ended/1970-kept
going in a messy fashion/1971-began again/1972-ended
again…1999-began again/2003-begins again, again. Vrij simpel,
niet ?
‘The Power to Believe’ is het
resultaat van drie jaar ‘Crimsonising’ door ‘Line-up Six’, zoals
Fripp zijn huidige band omschrijft. Een beetje onpersoonlijk
misschien, maar het wijst er duidelijk op dat King Crimson een
project geworden is, dat momenteel bevolkt wordt door Fripp himself,
Trey Gunn, Adrian Belew en Pat Mastelotto (op een blauwe maandag nog
deel uitmakend van Mister Mister). Wat het viertal hier presteert,
kan af en toe beluisterd en mag bijwijlen zelfs gehoord worden. Op
één of andere manier blijft de muziek van KC mij intrigeren, ondanks
de vaak dissonante geluidsfragmenten, die niet altijd een heilzaam
effect op het gehoor hebben.
‘She carries me through days of apathy…’
prevelt Belew met een lijzig computerstemmetje in de openingssectie
van deze nieuwe KC. ‘Level five’ trekt alle registers open en doet
me, qua intensiteit, denken aan ‘Red’ (van het gelijknamige
album-zie ook ‘mijlpalen’ op deze site). Fripp en Belew tekenen
fraaie en inventieve gitaarlijnen uit, die nu eens samenlopen, dan
weer separaat hun eigen gang gaan. Mastelotto’s creatieve drumwerk
wordt her en der kortstondig aangevuld door een drumcomputer, dit om
het geheel nog wat extra schwung te geven. De term ‘song’ is een
relatief begrip voor Fripp & Co, maar met ‘Eyes wide open’ wordt
toch een geslaagde poging ondernomen iets van die strekking af te
leveren. Tussen het fragiele gitaargetokkel in is zowaar een
melodielijn waar te nemen en best nog een mooie ook. Veel
elektronische percussie vind je dan weer terug op ‘Elektrik’, waar
het als achtergrond voor de repetitieve gitaarklanken fungeert. Voor
echt vuurwerk is het wachten tot de slotpassage van het nummer, maar
het is wel een spetterend festijn in de aloude Crimson-traditie. Het
touren met Tool heeft duidelijk tot een kruisbestuiving geleid, want
hoe kan je anders de rauwe krachtpatserij op ‘Facts of life’ en
‘Happy with what you have to be happy with’ verklaren ? Vooral van
dat laatste nummer zal de doorsnee metal-fan wel pap lusten, hoewel
het refrein in vocaal opzicht enigszins verrassend uit de hoek
komt. Beeld je bij ‘Dangerous Curves’ een helse rit langs een
bochtig parcours in, terwijl het gaspedaal verder ingeduwd wordt
naarmate de laatste (fatale) bocht nadert…spannend stukje muziek,
met ijle synthklanken, nerveus gitaargefrunnik en langzaam
aanzwellend en finaal exploderend tromgeroffel als protagonisten.
Doet me qua sfeerschepping wat aan het werk van Giorgio Moroder
denken, net als ‘The Power to Believe II, III en IV’ die behoorlijk
wat kosmische geluiden bevatten.
‘The
Power to Believe’ is een taaie brok muziek voor de doorsnee progfan.
Conventioneel is het niet (maar da’s wel hét handelsmerk bij uitstek
van dit project, zeker ?) en grillig nog steeds, maar het blijft hoe
dan ook een intrigerende en intense beleving van iets wat je echt
wel progressieve muziek kunt noemen. En nu een stevige borrel,
graag… |