|
Even kort het geheugen opfrissen : in
1981 excelleerde Kayak voor de (voorlopig) laatste keer met het
symfonische ‘Merlin’,
een semi-concept album waarvan de helft uit de Merlin-suite bestond
(zie ook de rubriek Mijlpalen op deze site). Deze suite werd door
velen (terecht) als het artistieke hoogtepunt van de groep
beschouwd; het was jammer genoeg tevens de zwanenzang (op het wat
overbodige ‘Eyewitness’ na) van één van de stekhouders van de
symfonische poplichting. Groot was mijn verbazing toen ze anno 1999
de draad met verleden weer oppikten, wat uiteindelijk resulteerde in
twee uitstekende studio albums ‘Close to the fire’ (2000) en ‘Night
Vision’ (2001). Ondertussen zat Ton Scherpenzeel op het idee te
broeden om de Merlin-suite te converteren in een heuse rock-opera en
zie : anno 2003 is ‘Merlin - Bard of the Unseen’ een feit.
De 5 songs uit de suite werden
aangevuld met 9 nieuwe nummers, allen gecomponeerd door Ton
Scherpenzeel. Pim Koopman schreef echter de muziek voor 4 van de 9
nieuwkomers. Qua rolverdeling vinden we leadzanger Bert Heerink
terug in de rol van Merlijn & Lancelot, Rob Vunderink als Mordred en
Cindy Oudshoorn als Morgaine Le Fay & Guinevere. De line-up van de
groep is ondertussen ook gewijzigd : Rob Winter werd vorig jaar
vervangen door Joost Vergoossen (van o.a. de Ilse De Lange band).
De eerste algemene indruk is
overweldigend : eindelijk krijgen de klassieke songs (waarvan de
nieuwe klassiekers in wording zijn) de behandeling die ze verdienen
en zorgt de symfonische omkadering voor een indrukwekkende
meerwaarde. Bijkomende verheugende vaststelling is het feit dat aan
de intrinsieke kwaliteit van de nummers niet geraakt werd door ze in
een symfonisch bad onder te dompelen. Integendeel zelfs, de nieuwe
arrangementen fungeren enkel als extra omlijsting en geven het
geheel een heel andere dimensie, zonder aan de eigenheid of
specifieke klankkleur van de nummers te raken. Luister maar naar de
eerste tonen van titelsong ‘Merlin’ en je weet meteen genoeg : dit
toch al uitstekende nummer wordt naar ongekende hoogten getild door
de prachtige orkestrale bewerking door Scherpenzeel & Koopman
(orkest van dienst is overigens het New Philarmonic Orchestra,
gedirigeerd door Gerbrand Westveen). Ook die andere klassieker
‘Niniane’ klinkt helemaal anders, hoewel aan de structuur van de
song niet geraakt werd. Idem dito voor de andere 3 oudere songs :
het is werkelijk frappant te constateren hoeveel mooier de
composities thans klinken en hoezeer ze zich lenen voor een
symfonische bewerking. Bij de nieuwe songs treffen we enkele
onvervalste pareltjes aan : het nauwelijks 3 minuten durende ‘The
Future King’ is een prachtig voorbeeld van compositorisch
meesterschap (een type voorbeeld van hoe een catchy song eigenlijk
hoort te klinken); het behoorlijke lange (nu ja, 8 minuten die zo
voorbij zijn, eigenlijk) en meeslepende ‘The Otherworld’ beschikt
over een refrein dat je gegarandeerd dagen aan een stuk zal neuriën;
het imposante, theatrale ‘The Last Battle’ of de hemelsmooie, in
duetvorm gezongen ballades ‘Friendship and Love’ (Lancelot en
Guinevere) en ‘Avalon’(Merlijn en Morgaine). En dan heb ik het nog
niet over het absolute hoogtepunt van dit album ‘When the Seer looks
away’ : een vertwijfelde Merlijn wordt genadeloos afgetroefd door de
meedogenloze Morgaine, angstaanjagend doch bijzonder overtuigend
vertolkt door dé revelatie op dit album : Cindy Oudshoorn. Zelden zo
van mijn sokken geblazen als door haar vocale inbreng. Op andere
nummers weet zij eveneens te imponeren, zij het iets meer ingetogen
tijdens haar interpretatie van de lieftallige Guinevere. Onthou
alvast die naam want zij gaat ongetwijfeld nog brokken maken.
Resten nog het snedige, door Vunderink
gezongen ‘Branded’, het folky ‘At Arthur’s Court’ en het
verkwikkende ‘The Purest of Knights’ (let ook hier op het prachtige
refrein) en dan komt er jammer genoeg een einde aan deze sublieme
muzikale interpretatie van enkele nog steeds tot de verbeelding
sprekende mythes.
Het moest er ooit van komen dat de tijdloos mooie
composities van Scherpenzeel & Koopman een passend orkestraal
kleedje aangemeten zou krijgen, maar dat het resultaat van een
dermate ongeëvenaarde schoonheid zou zijn, had ik persoonlijk niet
durven denken. En toch, niets is minder waar : ‘Merlin – Bard of the
Unseen’ is in alle opzichten een kwalitatief bijzonder hoogstaand
muzikaal werkstuk, dat tegelijkertijd een indrukwekkende en
rijkgevulde carrière perfect weet samen te vatten. Adembenemend
mooi… |