|
Toen
we te horen kregen dat Hans Lundin opnieuw aan het samenwerken was
met z’n goeie vriend Roine Stolt dachten we met z’n allen dat het
met het album “Notes from the past” om een éénmalige reünie zou
gaan. Het enorme aantal positieve besprekingen zette Lundin aan het
denken. Ondertussen zou het contract met Musea binnenkort aflopen en
had Inside Out interesse getoond om de eerste drie Kaipa albums
opnieuw uit te brengen geremastered én voorzien van bonustracks. Als
bonusmateriaal kan materiaal gebruikt worden uit de drie singels die
de groep uitbracht en/of nummers uit het vierde en/of vijfde album
van de groep “Händer” en “Nattdjurstid”. Deze beide albums lieten
een ietwat ander Kaipa geluid horen en werden tot op heden niet op
CD uitgebracht. De plotse interesse in Kaipa naast het feit dat
Lundin opnieuw beroep kon doen op een aantal gerenommeerde namen gaf
hem extra energie om er volop tegenaan te gaan en bijgevolg
karrenvrachten nieuw Kaipa materiaal bij elkaar te schrijven.
Net
zoals op “Notes from the past” is ook dit keer de leadzang
gereserveerd voor Ritual zanger Patrik Lundström. We moeten tevens
melding maken van zangeres Aleena wiens ietwat naïeve stemgeluid
prachtig samensmelt met de Mellotron tijdens het nummer “A complex
work of art”. Door het toevoegen van drummer Morgan Ägren, die ooit
bij Zappa speelde, en Flower Kings bassist Jonas Reingold voegt de
groep een aantal interessante jazz referenties aan hun originele
muziek toe. De muziek van het hedendaagse Kaipa is nog steeds
opgebouwd rond dezelfde parameters zoals in hun begindagen dus
verwacht een royaal aanbod van pure seventies pracht en analoge
toetsen. Naast de vele uitgesponnen arrangementen krijg je ook een
pak ritmeveranderingen alsook drumbreaks. Dat laatste biedt volop
ruimte aan gesynchroniseerd bas- en drumwerk die uiteindelijk een
krachtig resultaat afleveren. In feite heeft het hedendaagse Kaipa
geen enkel probleem om, om het even welke referentie in hun muziek
te introduceren zoals je aan de Oosterse invloeden tijdens ‘Sonic
pearls’ kunt horen. De groep durft het ook aan om bepaalde akkoorden
harder te gaan spelen zoals tijdens ‘End of the rope’ waar we ook
wat Canterbury momenten noteren. Het mooie aan Kaipa is dat ze,
ondanks het feit dat ze over twee gastzangers beschikken, lange
instrumentale passages in hun muziek blijven vermengen. Het stuk
waar Roine’s hoog gestemde gitaar samenvloeit met het Hammond orgel
van Lundin is indrukwekkend, ook omdat het de grote klasse van
drummer Morgan Ägren in de verf zet. Zonder meer indrukwekkend zijn
Stolt’s slide gitaar en z’n subtiele, breekbare gitaarsolo’s.
Oorspronkelijk actief in de jaren zeventig blijft ook nu de
Mellotron een heel bijzondere plaats innemen in de geschiedenis van
Kaipa. Op dit nieuwe album krijgt het bijna heilige instrument een
zeer prominente plaats tijdens de intro voor ‘Across the big
uncertain’ dat ook uniek fretless werk van Jonas Reingold bevat
naast de vele mooie melodielijnen. ‘Distant voices’ laveert van
authentieke Yes-stukken tot pure improvisatie waarbij de basklanken
van Reingold pakweg identiek klinken als die van Squire ! Het album
eindigt met één van de sterkste gitaarsolo’s op het album
geruggensteund door opnieuw een royale dosis aan Mellotron. Nog maar
eens een bewijs dat hier pure symfonische rock geleverd wordt. Het
mooie aan dit nieuwe album is het feit dat ze aardig verschilt van
de voorganger “Notes from the past” terwijl het toch op en top Kaipa
blijft. Dit betekent dat Kaipa erin geslaagd is om een duidelijk
herkenbare stempel op de muziek te plaatsen terwijl het tevens
nieuwe wegen bewandelt. Voornamelijk wat ritmiek betreft durft de
groep het aan om dicht bij jazz en fusion aan te leunen zonder er
echt de nadruk op te vestigen. Het is het constante verweven van
diverse muzikale stijlen dat uiteindelijk de basis vormt voor “Keyholder”. |