|
De basis van
deze Noorse band werd reeds gelegd in 1992 door Thomas Hansen (zang,
gitaar). Na tal van stijl en naamsveranderingen (ze moeten zowat
het record hebben!), gebeurde het eerste vermeldenswaardige feit in
1999 wanneer de groep als Theater of Pain optreedt in Zweden voor
Dio, Manowar en Motorhead op een privé party. In 2001 wordt de
bandnaam uiteindelijk Gaia Epicus en een jaar later wordt een deal
gesloten met Sound Riot Records. Het blijft rommelen in de
bezetting. Morty Black, bassist TNT, speelt de baslijnen op dit
album dat werd opgenomen in de Godt Selskap Studios van november
2002 tot februari 2003. De groep wordt achtervolgd door pech want
het artwork loopt vertraging op door een HD-crash maar uiteindelijk
kan dit echte debuut einde mei dan toch uitgebracht worden.
‘Keepers of
time’ is een leuke opener vol vuur, al moet meteen gezegd worden dat
dit enorm refereert naar Helloween, ten tijde van ‘Keeper of the
seven keys’, de speed metal Helloween dus, want Gaia Epicus houdt er
flink de vaart in. En de symfonische power metal klinkt heel de CD
lang behoorlijk goed, terwijl de nummers makkelijk in het gehoor
liggen. We kunnen hier ook niet omheen de heroïsche koorzangen,
strakke melodieuze gitaarduels, donderende drums en het
verheerlijken van de robuuste krijger die ten strijde trekt om zijn
land en vooral zijn geliefde een beter leven te geven na de
overwinning.
Er wordt
echter niet constant op de snee gespeeld, ook een fiks aantal mid
tempo nummers met aanstekelijke meezingrefreinen sieren dit album,
zoals ‘Heavens gate’ en ‘Fire & ice’. De groep beperkt zich echter
niet tot dit aardse tranendal, maar weet ook een licht futuristische
sfeer te creëren in ‘Star wars’ en ‘Cyber future’. Met name dit
meer dan 9 minuten durende ‘Star wars’ is een track om even bij stil
te staan. Het is spannend opgebouwd, vertoont de nodige Iron Maiden
invloeden, vertoont zelfs progressieve trekjes door het toetsenwerk,
maar heeft bovenal een episch karakter door leuke koren en gitaar
vuurwerk. Mijn voorlopige favoriet.
‘Innovation’
is totaal andere koek. In dit instrumentale nummer krijgen we lange
stukken keyboards en koppige overgangen die vrij ‘gezocht’
overkomen, hier hebben we te maken met zuivere prog. Geef mij dan
maar een nummer als ‘Cyber future’ duidelijk beïnvloed door Iron
Maiden, een compositie met kop en staart. Naar het einde toe gaat
de muziek veel verder, luister maar eens naar het fantastische
middenstuk van ‘Freedom calls’ waar gothic toetsen een dreigende
sfeer uitstralen om dan uit te monden in speels, trollenachtig
gitaarwerk dat uitnodigt tot een folkloristisch dansje. Ook
afsluiter ‘Watch the sky’ kent zo’n licht episch karakter waardoor
er meer te smullen valt, het is erg goed opgebouwd in meerdere
sferen, nu eens ’n uitstapje naar de prog, dan weer schaamteloos in
de koekendoos van Iron Maiden tastend. Toch heeft de groep een
eigen geluid, juist door hun power metal te kruiden met onverwachte
wendingen en snufjes (en dan heb ik het niet over het elektronische
gilletje dat onverwacht opduikt na het einde van de CD). |