|
Dark at Dawn: een
groepsnaam die meteen de neuzen in de richting van de gothic metal
doet wijzen. Niet deze met frele zangeresjes maar het soort dat mij
met veel plezier vanuit Finland bereikt. Donkere cover, duistere
teksten en een sterk repertoire met een hese maar goede zanger. Om
in de buurt te blijven, de groep komt uit Duitsland, doet me dit aan
Crematory denken. In de bio wordt dit als ‘dark romantic power metal’
omschreven, maar omdat ik dan meteen vrees voor een zoveelste
Helloween/Gamma Ray kloon wil ik jullie vlug even vertellen dat ze
er met die beschrijving flink naast zitten.
Ze zijn niet aan
hun proefstuk toe. De groep bestaat al sinds 1993, maar telde toen
vijf muzikanten. Na twee demo’s kwam er een mini CD ‘Oceans of time’
(1995) die hen een groot aantal concerten en airplay op de radio (!)
bezorgde. Zelfs een eerste maal Wacken Open Air. Einde 1999 was de
tijd rijp voor een eerste full lenght CD ‘Baneful Skies’. In de
zomer van 2000 werden de festivals stormenderhand veroverd. Een
tweede CD werd uitgebracht in 2001 ‘Crimson frost’.
Nieuw materiaal
werd vervolgens geschreven en na talrijke onderhandelingen komt ‘Of
decay and desire’ uit bij AFN Records. Het album is door Andy
Classen voorzien van een vette mix, waarna de mastering gebeurde
door Mika Jussila in de Finse Finnvox studio. Dan weten we meteen
dat dit goed zit want het Portugese Desire kwam daar onlangs ook
naar buiten met een fantastisch product. Het niveau van Desire wordt
niet gehaald, deze muziek is ook veel lichter, maar wat deze
Duitsers laten horen zal menigeen bevallen.
Zo zijn ‘The
Sleepwalker’ en ‘Warriorqueen’ aangename up tempo nummers waar het
flitsend gitaarwerk constant op de hielen zit van zanger Buddy (in
feite heet ie Thorsten –met h- waarschijnlijk om verwarring met het
brein van deze groep te vermijden noemt men hem ‘Buddy’). Een moment
om de aanstekers boven te halen is ‘Luna’ waar Buddy wordt
bijgestaan door zangeres Anissa. Deze zal later nog in een paar
nummers opduiken maar gelukkig is dit met smaak toegepast zodat we
van een gepast ornament kunnen spreken en geen jodelende diva.
Schitterend bas- en drumwerk trouwens in ‘Maid of stone’, waar de
tekst zich soepel doorheen het stevige basiswerk wringt. Heel het
album blijft boeien al moet ik eerlijkheidshalve toch vermelden dat
de stem van Buddy uiteindelijk redelijk eentonig gaat klinken. Maar
dit is dan ook de enige kritische bedenking (en geen hint dat ze
meer vrouwelijke vocalen moeten inlassen!!!) want verder is dit heel
OK. ‘Forever’ is het meest toegankelijke nummer met een refrein dat
je bijblijft en een leuk keyboards melodietje. Ach, heel de CD
klinkt gewoon lekker zonder wereldschokkend te zijn. |