|
De laatste jaren behoort Engeland
zeker niet meer tot het kruim van de progressieve rock, er zijn nog
wel enkele vaandeldragers zoals Pallas, IQ en Pendragon, maar de
tijden van weleer (vooral de jaren 70) zijn voorgoed voorbij. Het is
dan ook met meer dan gewone belangstelling dat ik de debuutcd van
het Engelse trio Blue Drift in de cd-lade stop, zonder daarom
vooringenomen te zijn. De groep wordt gevormd door John Lodder,
diens broer Dave Lodder (vroeger The Morrigan) en drummer Arch (nog
steeds The Morrigan).
‘Cobalt Coast’ is een progressief
instrumentaal album geworden, met raakpunten aan art-rock,
jazz-rock, ambient en zelfs prog-metal. Geen makkelijke kluif dus,
want de muziek is bij momenten vrij complex, maar bevat toch genoeg
‘catchy’ momenten om te blijven boeien.
Slingshot Round The Moon is typische Engelse Camel-like symfonische
rock met heel veel keyboards en sluit tevens aan bij de Zweedse
progressieve scene met Cross en Grand Stand (ook in het volgende
nummer hoor ik dezelfde invloeden).
Cobalt Coast start heel rustig met een ambient sfeertje, waarna een
vervormde gitaar de hoofdrol overneemt en een heel melodieuze song
neerzet.
The Eighth Room is vrij hard en neigt
dan ook naar progressive metal, het klinkt af en toe wat oosters en
krijgt ook een jazzy tintje mee, vooral door de interactie tussen
bas en Hammond. Dave Lodder bewijst een uitstekende gitarist te zijn
en heeft blijkbaar goed geluisterd naar enkele illustere voorbeelden
zoals Joe Satriani en Al Dimeola.
Freak Weather start een beetje vreemd
in de stijl van de Amerikaanse rock ten tijde van de Doobie
Brothers, maar staat bol van ritmeveranderingen maar ook van
wijzigingen in gemoedstoestand. Zo krijg je na enkele minuten terug
een rustige passage met dromerige gitaarsolo’s, begeleid door
keyboards, en het wordt zelfs nog rustiger tot zover dat het me laat
denken aan een relaxatie-cd. Maar gelukkig wordt het tempo
onmiddellijk hierna opgetrokken en wordt de muziek weer donkerder en
dreigender, zoals ‘het weer’ waarschijnlijk. Je hoort zowaar de wind
opsteken, dit is heel sterk!
Cape Canaveral is zowaar een rocker
met ritmegitaar en tegelijk een beetje een vreemde eend in de bijt,
want absoluut niet symfonisch. The Battle of Morton Ridge is nog
korter en heeft een militaristisch trekje (denk aan de muziek van
Nino Rota in bepaalde Fellini-films).
Spirit is een vrij lang nummer met
terug oosters aandoende klanken (sitar?), een lang ambient/new age
stuk in het midden en Gilmoureske gitaarlijnen naar het einde toe.
Het album eindigt met ‘Drift Glass’,
een akoestisch begin op gitaar begeleid door synthesizers, langzaam
opbouwend naar een climax toe, even moet ik hier denken aan Mike
Oldfield. Naar het einde toe worden we nog eens vergast op een
prachtige gitaarsolo van Lodder.
Een waardig einde van een album, dat
gerust als een aanrader in het genre mag beschouwd worden, in ieder
geval een groep om in het oog te houden. Er is nog hoop in bange
dagen voor onze Engelse vrienden. |