 |
Ian Anderson:
Vocals, flute, piccolo, bamboo flute,
wooden flute, guitars, accordion,
percussion, bass guitar, mandolin
James Duncan: Drums
David Goodier:
Bass guitar, Stand-up bass
Leslie Mandoki: Drums,
Percussion, Uku
Laszlo Bencker: Keyboards,
Piano, Hammond B3 organ, Mellotron, Moog
Ossi Schaller: Guitar,
Electric guitar
George Kopecsni: Guitar,
Electric guitar
John O’Hara: Accordion,
keyboards
Andrew Giddings: Keyboards
Doane Perry: Drums
Martin Barre: Electric guitar
The Sturcz String Quartet |
|
Goed nieuws voor elke doorgewinterde
Jethro Tull / Ian Anderson fan. Ian heeft zijn laatste adem nog niet
uitgeblazen, integendeel hij heeft juist een nieuwe solo-cd
uitgebracht. ‘Rupi’s Dance’ is Ian’s vierde solo-album en zonder
enige twijfel Ian’s beste solo-cd. Waarom? Wel dat ga ik in enkele
woorden proberen uit te leggen. Als Tull fan van het eerste uur is
het steeds spannend en benieuwd afwachten bij elk nieuw album van de
maestro. Wordt het niveau van een Tull album gehaald of niet, is de
muziek kwalitatief te vergelijken met de albums van weleer? ‘Walk
into light’ uit 1983 was dat zeker niet. ‘Divinities: Twelve dances
with God’ was een prachtig, maar klassiek album. ‘The
secret language of birds’ was goed, maar miste hier en daar toch
wel wat pit. Wel dit album is zijn eerste solo-album dat met een
goed Tull album kan vergeleken worden. Sommige nummers doen zelfs
sterk aan vroege Jethro Tull nummers denken zonder echter een
doorslagje of kopie te zijn. Zo doet het schitterende nummer “Lost
in crowds” aan “My God” uit ‘Aqualung’ en “Pigeon flying over Berlin
Zoo” aan “Budapest” uit ‘Crest of a knave’ denken. Heel het album
geeft knipoogjes naar het oudere werk. Zou Ian heimwee hebben naar
de “good old days”? Laat ons hopen. In elk geval wordt hier deftig
gemusiceerd zonder in herhaling te vallen, maar wel met genoeg
nostalgie om elke Tull fan een oorgasme te bezorgen. Sterk
overdreven! Neen niet echt. Eerlijkheidshalve dien ik wel te
vertellen dat de typische gitaarsound van Martin Barre behalve op de
bonustrack “Birthday card at Christmas” (een Jethro Tull nummer van
het nieuwe Christmas album dat in oktober wordt uitgebracht) niet te
horen is. Dit wil echter niet zeggen dat er geen elektrische gitaar
wordt gespeeld!
“A raft of Penguins” en “Calliandra
shade (The cappuccino song)” hebben een schwung, feeling en
melodielijn die ieder in het gehoor zal blijven hangen. Ook zeer
mooi zijn de orkestraal uitgewerkte stukken. Dat Ian dwarsfluit
speelt hoef ik waarschijnlijk niemand meer uit te leggen, maar
telkens opnieuw verrast hij door de inventiviteit en virtuositeit
die hij dit keer weer te voorschijn tovert. Het ene moment word je
ontroerd, het andere met verbazing geslagen. Toegegeven je moet
natuurlijk wel van progressieve folk en klassiek aandoende muziek
houden zoniet zal ook dit album jou zijn geheimen niet prijs geven.
Het instrumentale “Eurology” heeft iets van het ‘Songs from the
woods’ album en “Old black cat” iets van het ‘Heavy Horses’ album.
En als je in “Photo shop” iets van ‘Stand up’ hoort zit je zeker in
de richting. Deze verwijzingen zijn puur sferisch en zeker niet
thematisch, compositorisch of tekstueel. Je krijgt alleen het goed
gevoel van herkenbaarheid.
Elke dag
krijgen we “nieuw” progressief materiaal over de vloer, maar veel
van dat materiaal leunt aan bij het verleden of is in het slechtste
geval zelfs een schaamteloze kopie. Soms kan een goed “geleende”
kopie beter zijn dan een slecht origineel, maar als een levende
legende zoals Ian Anderson een prima cd uitbrengt dan begrijp je
dadelijk waarom de ene wereldberoemd is en de andere niet! |