Datum van release: 2002
Label: Magna Carta
Catalogusnummer:MAX-9057-2
Totale
speelduur: 65’35”
|
Tracklijst:
Girl
from enchilada (4’25”) / original on “Attention deficit” by
ATTENTION DEFECIT
Blue
mondo (6’35”) / original on “Deep” by NIACIN
Led
on (6’21”) / original on “Major impacts” by STEVE MORSE
Time
enough (5’46”) / original on “Age of impact” by EXPLORER’S
CLUB
Osmosis
(4’19”) / original on “LTE” by LIQUID TENSION EXPERIMENT
Dark
corners (10’30”) / original on “Black light syndrome” by
BOZZIO LEVIN STEVENS
Melt
(3’40”) / original on “Situation dangerous” by BOZZIO LEVIN
STEVENS
Another
dimension (7’21”) / original on “LTE2” by LIQUID TENSION
EXPERIMENT
Kansas
(7’25”) / original on “Glossolalia” by STEVE WALSCH
Jenny
Nettles (9’07”) / original on “10th anniversary
compilation” by TEMPEST
Muzikanten:
Mark
Cage : studio wizardry
Met
de hulp van:
Jack
Schaefer : studio vision bar and meter graphing
Mike
Colcord : Cubase audio transferring
Bill
Deblase : subway, water and seagulls field recording
|
Niet
zo lang geleden zag ik ergens tussen de platenrekken het woord ‘Progressive’
staan. Nader onderzoek leerde me tevens dat net eronder het woord ‘Dance’
stond. Een contradictio in terminis ? Na het beluisteren van ‘Sonic residue
from vapourspace’ kwam ik toch tot een andere conclusie. Studiowonder Mark
Cage heeft de Magna Carta-cataloog flink onder handen genomen d.m.v. digitaal
knip- en plakwerk en het toevoegen van sequencers, loops en geluidseffecten. Dit
geeft de muziek een heel andere dimensie en kun je als een progressieve
benadering van het Dance-genre beschouwen.
‘Dance’
en Magna Carta zijn ingrediënten van een gewaagde cocktail, dus hoeft het niet
te verwonderen hoe stoutmoedig Pete Morticelli wel was toen hij Mark Cage
benaderde met het verzoek een aantal MC-releases (Attention Deficit, Niacin,
Steve Morse, LTE, Bozzio Leven Stevens, Steve Walsh en Tempest) onder handen
(voeten ?) te nemen. Na diverse beluisteringen bots ik op 2 namen :
ex-Killing Joke producer/groepslid Youth en de groep ‘The Orb’,
allebei exponenten van hedendaagse muziek en tevens artiesten met een
uitgesproken vernieuwingsdrang. Geen wonder dat ze het uitgangspunt voor dit
album vormen.
Terwijl
je naar dit album luistert, heb je steeds de neiging de originele nummers erbij
te halen en ze te vergelijken met de nieuwe versies. Cage heeft het bij het
rechte eind, als hij stelt dat ‘Girl from Enchilada’ tot dansen aanzet.
Vandaar zijn ingreep om gitaar en bas te laten klinken als een synthesizer. Op
‘Blue mondo’ werden een aantal geluiden getemperd om een groter
spanningsveld te creëren tussen verschillende instrumenten en passages. Cage
gaat op dit nummer ook erg ‘gefaseerd’ te werk, wat resulteert in een mooi
stereo-effect. Bovendien slaagt hij erin het dominante Hammond B3-geluid van een
psychedelisch laagje te voorzien. Terwijl Steve Morse zijn best deed om zijn
invloeden kenbaar te maken op het album ‘Major Impacts’, vermeldde hij
dat het nummer ‘Led on’ geïnspireerd was door het werk van Jimmy
Page. Cage doet er nog een schepje bovenop en geeft de song een Indisch sfeertje
mee omdat het net datgene was, wat de originele Zeppelin/Page benadering zo
kenmerkte. De loops verrichten wonderen op ‘Led on’ en brengen de luisteraar
welhaast in vervoering. Cage verricht veel knip- en plakwerk en laat zodoende
wat van de muziek achterwege terwijl andere opnames van speciale geluidseffecten
voorzien worden. Op die manier maskeert hij het ritme en geeft hij extra ruimte
aan de solo’s. Dit resulteert bvb. in een glasheldere akoestische gitaarsolo
van Steve Howe tijdens ‘Time enough’.
Bestaand
materiaal bewerken is schering en inslag in het ‘Dance’-genre. Het
hoofdthema blijft meestal overeind, hoewel bedekt onder diverse lagen van
improvisatie en ‘grooves’. Progrock leent zich niet echt voor een dergelijke
aanpak, zodat je bepaalde melodielijnen moeilijk kunt herkennen eens ze in een
nieuw jasje gestoken zijn. Een uitzondering hierop vormt het nummer
‘Osmosis’. Blijkbaar werd Mike Portnoy’s drumpartij qua snelheid wat
opgevoerd terwijl het harpachtig gitaarspel dicht bij werk van Andreas
Vollenweider aanleunt. ‘Dark corners’ klinkt zoals de titel al suggereert,
vooral door het middengedeelte van Tony Levin’s baspartij voor de intro te
gebruiken en door het klankpallet van
kleur te wijzigen. Op ‘Another dimension’ wordt Portnoy’s tromgeroffel wat
getemperd qua snelheid van uitvoering terwijl de openingssectie van het nummer
van extra klanken voorzien wordt. Eén van de weinige niet-instrumentale nummers
op dit album, is ‘Kansas’ van Steve Walsh. Het is volgens mij ook één van
de zwakste songs, vooral door de niet echt geslaagde interactie tussen bas en
drums. Eén van de meest geslaagde songs daarentegen is ‘Jenny Nettles’ van
Tempest. Robert Berry laat z’n B3 Hammond echt klinken als schitterende
zonnestralen, die zich een weg doorheen een dikke wolkenlaag banen.
Geluidsopnames van water en zeemeeuwen zorgen er mede voor dat de slotpassage
van de song erg visueel klinkt, hoewel tegelijkertijd ook kalmerend, omdat heel
wat geluiden achterwege gelaten werden om zo dicht mogelijk het oorspronkelijke
geluid te benaderen.
Als
geheel vind ik het een geslaagd experiment, hoewel ik mijn twijfels heb over wie
dit album gaat kopen, zeker als je weet dat je hiervoor de volle pot moet
betalen. Allicht zal het vooral als didactisch materiaal nut hebben voor
muzikanten en studio-techneuten, die vooral de technische kant van dit album
onder de loep zullen nemen. Wat wordt de volgende stap ? Een
reggae-versie van ‘Close to the edge’ met Ziggy Marley i.p.v. Jon ? Een
gospel-bewerking van ‘The lamb lies down on broadway’ ? ‘Dark side of the
moon’ met een Cajun-sausje er over heen ? Of….ach,
aan dit lijstje komt werkelijk geen eind ...
Bespreking: John 'Bobo' Bollenberg
Vertaling: Piet Michem
|