|
Kleine labels horen groot te zijn in andere domeinen dan hun grote
broers. Zo is het kleine Poseidon Records uit Japan op zoek gegaan
naar ongekend talent die anders uit de hoek komt dan de meer gekende
soortgenoten. De combinatie van akoestische gitaar en viool levert
zo een unieke klank op, muziek die hier integraal live werd
opgenomen doch klinkt als de beste studio opname. Heftige passages
worden afgewisseld met ingetogen momenten waarbij beide muzikanten
volop hun technische kunnen weten te etaleren. De akoestische
gitaarsolo van Natsuki Kido is gewoon adembenemend qua virtuositeit
en vingervlugheid. Initieel zou je durven stellen dat slechts twee
instrumenten onmogelijk boeiende muziek kunnen afleveren. Om eerlijk
te zijn ben ik blij dat ze ‘slechts’ met z’n tweeën zijn want anders
was een groot deel van de charme van deze plaat verloren gegaan.
Ontegensprekelijk ondersteunt de klank van de viool het dramatische
effect van deze fragiele muziek dat uitermate geschikt zou zijn als
filmmuziek. Zoals het vaak met Oosterse muzikanten is gesteld klinkt
de gitaar af en toe als een koto teneinde de authentieke sfeer te
integreren. In ‘Crawler-A’ wordt dan weer een zigeuner sfeertje
geserveerd. Bij het ingetogen ‘Ripple’ komt een jonge Jean-Luc Ponty
om het hoekje kijken. Vreemd genoeg lijkt het ultieme genot voor dit
soort muzikanten een vleugje onvervalste avantgarde wat hier middels
‘Seventeen’ wordt afgeleverd. Laten we het onder de map jeugdzonde
catalogeren en vrede nemen met al het fraais welke dit album verder
te bieden heeft. Zonder meer een gewaagd doch o zo mooie
samenwerking waarbij liefhebbers van vioolklanken een buitenaards
orgasme tegemoet gaan ! |