|
Het netjes dubbelgevouwen kleurenkopietje en de bijna obligate foto
van vrouw- en kindlief wijzen ogenblikkelijk op een stukje
huisvlijt. Deze muzikale macramé komt uit Brazilië, uit de huiskamer
van Tésis Arsis die zichzelf voornamelijk op gitaar en toetsen een
weg baant door vier ellenlange en één korter nummer. Alleen in de
studio betekent het aanwenden van een drumcomputer en omdat die
apart wordt geprogrammeerd krijg je zelden de flitsende bewegingen
die zo eigen zijn aan ‘onze’ muziek. Zo ebt het titelnummer
kabbelend verder in een stijl die ondermeer bij Fonya zo kenmerkend
was. Het geluid van het wassende water is ondertussen zo cliché
geworden dat de bijna 13 minuten best tien minuten korter mochten
zijn. ‘Cemitério dos Vivos’ klinkt een pak dramatischer wanneer
gitaar en toetsen elkaar gaan aanvullen teneinde een donkere,
dreigende klank te introduceren waardoor bepaalde stukken erg
cinematografisch gaan klinken. Die dreiging wordt afgewisseld met
intimistische passages waarbij een ambient sfeertje als achtergrond
dient voor knap gitaarwerk. Die sfeer wordt doorgetrokken naar ‘Num
Tempo So’ en het sluitstuk ‘Hale Bop’ welke bombastische kerkorgel
in zich sluit naast een trits goed uitgevoerde tempowisselingen. Af
en toe komt de naam Ars Nova om het hoekje kijken terwijl het werk
van Kurt Rongey ook nooit veraf is. Het eindresultaat is een
aangename collectie instrumentale werkjes die voldoende elementen
bevat om in groepsverband net iets meer te boeien. |