TANTALUS: Lumen et caligo I

Cover Musicians
TANTALUS: Lumen et caligo I

Bob Leek : lead vocals, acoustic guitars, synths
Nick Beere : guitars, bass, lead vocals on 10, backing vocals, percussion
Max Hunt : keyboards, percussion, accordion, backing vocals, programming
Gerlinde Hunt : keyboards, recorders
Tony Wells : drums
Jason Tilbrook : bass, 12-string guitar, mandolin, mandola, balalaika, dulcimer
Guest:
Tim Day - lead guitars

Release Label Cat. N° Playing Time Rating
2002 Headline Records HDL511 73’22” 9/10
Website Contact Style
Tantalus Official Website - Progressive Rock
Review by
Claude" Clayreon" Bosschem

Dit is intussen al het derde album van de Britse progformatie Tantalus en het dient gezegd: dit is een schot in de roos. Daar waar de vorige albums nog niet unaniem door de schrijvende pers werden aanvaard, kan ‘Lumen et Caligo’ zeker als één van de hoogtepunten uit 2002 worden beschouwd. En het is weer eens het bewijs dat de Britse progressieve rock terug in de belangstelling komt.

Dit album houdt het midden tussen melodieuze progressieve rock en neo-prog, met flarden progmetal en zelfs alternatieve rock. Er zijn dan ook heel wat referenties voor deze groep te vinden, wat niet betekent dat ze aan recyclage doen.

Lumen et Caligo is het eerste deel van een dubbelalbum, waarvan het tweede deel later op het jaar zal uitgebracht worden. Voor dit album hebben ze ook een beroep gedaan op singer/songwriter Nicky James, vooral bekend vanwege zijn aanwezigheid in de seventies bij groepen zoals Moody Blues en The Move. Hun samenwerking resulteerde trouwens in een schitterende vertolking van de klassieker ‘Black Dreams’

As far as I’m concerned, this album represents the birth of the next Moody Blues or Pink Floyd…they really are on par with those artists and it's about time that the world saw bands like it again” -  Nicky James

Het eerste nummer op het album ‘While There's Still Time’ is eigenlijk een verlengstuk van de afsluiter ‘Now’s the time’ op Jubal. Er werden een aantal modernere synthesizergeluiden aan toegevoegd, een stevige dance beat en een hele reeks weinig gebruikelijke instrumenten, zoals de accordeon en de dulcimer. Het begin doet een beetje denken aan Alan Parsons Project met eerst nog een jig, na anderhalve minuut komen keyboards à la ELP naar boven, waarna het geheel tenslotte evolueert naar een prettig in het gehoor liggende song (goede zangstructuren van Bob Leek). Een zeer gevarieerde song met in het midden ook nog schitterende gitaren en een folky intermezzo.

Duidelijk minder complex en meer pop-geöriënteerd is het rustige ‘Eyes’, opnieuw sterk gezongen en catchy met een duidelijke knipoog naar de hedendaagse rock-scene. Dit is trouwens één van de 3 nummers, geschreven door Bob Leek, en dit geeft aan dit album trouwens een extra dimensie in vergelijking met het vroegere werk.

Raining on the Parade baadt dan weer in het progressieve water, een interessante afwisseling tussen gitaar en keyboards in een lange intro, die ineens omslaat in heel rustige maar mooie zangpartijen. De piano geeft een heel aparte sfeer aan dit nummer, de overgangen tussen stille en dynamische passages zijn indrukwekkend.

Harp Dance/Dig the Sod houdt het midden tussen Mostly Autumn en Pink Floyd, een melodieus instrumentaal folky nummer, dat in het begin middeleeuws klinkt vooral door de alt-blokfluit en vervolgens overgaat in een dromerige gitaarsolo (Camel-like).

Pure neo-progressieve rock in ‘Fingerpainting’, die rustig voortkabbelt maar toch een heel herkenbaar refrein heeft. Dit nummer heeft een heel aparte sfeer door de ambient synth-geluiden, de mooie gitaarsolo en de ‘erotische’ teksten J .

‘On Dr. Syntax’s Head’ is dan weer helemaal in de stijl van het Zweedse Cross, een nogal dreigend nummer met zware gitaren en intrigerende keyboardsolo’s. De groep noemt het zelf ‘controlled disharmony’ en zo klinkt het inderdaad.

En onmiddellijk na een toch wel energiek nummer komt als scherp contrast dan het akoestische Shhhh! We’re Sleeping, een leuk rustpunt op het album en een bewijs van het muzikaal talent van zanger Bob Leek.

Een typisch progressief nummer in de stijl van Grand Stand met schitterend gitaarwerk, de obligate tempowisselingen en keyboardsolo’s, die op sommige momenten aan het betere UK doen denken. Na enkele prachtige solo’s komt er aan het einde terug een akoestisch folky intermezzo (Oldfield?) om tenslotte te eindigen in pure Gilmoureske stijl. Indrukwekkend!

‘Dancing on eggshells’ is dan weer een prettig in het gehoor liggende song (80s) met toch weer een splijtende gitaarsolo, toch wel één van de opmerkelijkste elementen van de groep.

‘On Hearts ‘n’ minds’ doet me dan weer denken aan het trage werk van Pain of Salvation (althans vooral de intro), terwijl de synthsolo dan weer in de stijl van Pallas ligt. Er zijn inderdaad heel wat referenties te vinden in het werk van Tantalus, maar dit is positieve kritiek, want het klinkt allemaal heel origineel.

Het album eindigt met ‘Black Dreams’, het 70s nummer van Nicky James dat echter heel hedendaags klinkt. Opnieuw schitterend gezongen en een leuke gitaarsolo.

Het zal duidelijk zijn: dit is een prachtig album van een groep, die de perfecte mix heeft gevonden tussen melodieuze rock en neo-progressieve rock. Ik kan niet wachten om het tweede deel van dit project te horen.

Tracklist
  1. While There's Still Time 8.35

  2. Eyes 6.50

  3. Raining On The Parade 8.18

  4. Harp Dance/Dig The Sod 7.06

  5. Finger Painting 7.25

  6. On Dr. Syntax's Head 5.36

  7. Shhhhhh! We're Sleeping 2.46

  8. Route Thirty Six Part Two 9.38

  9. Dancing On Eggshells 6.28

  10. Hearts 'n' Minds 4.27

  11. Black Dream 6.09

Website in order to promote progressive rock to a broader audience in Flanders but also in the entire world. No part from this website may be used in any other publication whether in print or on the world wide web without the editor's consent - all material is exclusive to Prog-Nose and copyright protected.

Last updated: 30 maart 2003 .
All rights reserved. Copyright © Prog-Nose 30/05/2001.