|
Uitgebracht : 8
April 2002
Label : Inside Out
/ EAR CANDY
Catalogusnummer : ECRCD 006
Totale
speelduur : 45’47”
|
Tracklijst:
Tulip
(your eyes) (5’10”) / Better to be on hold (4’31”) / Missing
love (4’23”) / Funeral (2’51”) / Room for me (4’41”) /
Safety (4’24”) / True love (4’33”) / Now I am (4’03”) /
Anger (4’16”) / I don’t mind (6’50”)
Muzikanten:
Ty Tabor : zang, gitaren, bas
Jerry Gaskill :
drums
Christian Nesmith :
bas
Wally Farkus : lead
en ritme gitaar
Website :
http://www.tytabor.net/
|
Platypus en Jelly Jam medewerker en King’s X frontman Ty Tabor heeft voor
de opvolger van zijn debuutalbum “Moonflower lane” terug voor de
suikerspinaantrekking gezorgd. Je kunt opnieuw overal duidelijke Beatles
invloeden horen doorspekt met een faire hoeveelheid psychedelische hoogstandjes
en eigentijdse rock ’n roll. Bij de beluistering van ‘Missing love’ moet
je je even voorstellen dat Lenny Kravitz dit nummer zou brengen en dan kom je
algauw tot de conclusie dat, indien laatstgenoemde dit nummer inderdaad zou
zingen, het waarschijnlijk een veel gedraaide singel zou zijn ! Opener
‘Tulip’ volgt een strak ritme maar heeft wat Beach Boys referentiepunten in
het vocale departement. In ‘Better to be on hold’ klinkt Ty’s gitaar een
beetje vicieus en gemeen, duidelijk op zoek naar een weg naast de zanglijn.
Drie jaar hard werken zijn nodig geweest om dit album te creëren. Het
opent als een duister dagboek nogmaals gericht op de scheiding van Ty met zijn
vrouw, een onderwerp waarvan hij de emoties reeds met ons deelde op het Platypus
“Ice cycles” album. In combinatie met het respect dat Ty heeft voor zijn
helden The Beatles, John Lennon en alles wat seventies is, levert hij op dit
album tien wondermooi gemaakte nummers met daarbovenop een hoog gehalte aan
emotioneel gitaarspel. Psychoanalyse doormiddel van muziek ! En het werkt ook
nog ! Zowel voor de muzikanten onder ons als voor de gewone muziekliefhebber
klinkt deze Cd als een veilig ingesloten en warme cocon ! Het ‘gemak’
waarmee deze nummers overkomen heeft waarschijnlijk te maken met de aanvulling
van Christian Nesmith op bas. Als zoon van Michael Nesmith, origineel lid van
The Monkees, weet hij maar al te goed hoe een popnummer moet klinken.
Ty’s liefde en bewondering voor John Lennon komen helemaal naar voren
in ‘True love’, waar hij duidelijk zijn emoties tot het uiterste deelt. Door
gans het album zul je getuige zijn van een mix tussen goed en proper singer /
songwriter materiaal en alternatieve gitaarrock. Hieruit volgt dan dat een
nummer als ‘Now I am’, Ty’s zelfanalyse om uit de crisis te geraken waarin
hij zich bevindt, zeer dicht aanleunt bij sommige van de Foo Fighters nummers.
Ook ‘Anger’ klinkt ideaal als nummer voor dagdagelijkse alternatieve radio,
dus waar wachten we op ? Het slotnummer van dit album, ‘I don’t mind’ is
het langste nummer op deze Cd en doet ons denken aan XTC en zelfs een heel klein
beetje aan Porcupine Tree.
Wanneer je van je rockmuziek wat extra verwacht dan zullen Ty’s
solo’s je brengen waar je maar wilt. Samen met Derek Sherinian en Matt en
Gregg Bissonette is er ook nog Jughead, een gezelschap dat een mix inhoudt
tussen Foo Fighters en The Beatles muziek. Het lijkt er sterk op dat er geen
einde schijnt te komen aan de vele talenten van Ty Tabor.
Bespreking: John 'Bobo' Bollenberg
Vertaling: William 'Will' Beckers
|