|
Supernova is een Argentijns trio, gebaseerd
op de klavieren en dwarsfluit van Alejandra Kordon, aangevuld op dit laatste
album met de blues- en jazz-zangeres Maria Macaya. De groep is in 1991
eigenlijk ontstaan uit een samenwerking van mensen, die studeerden aan de
muziekhogeschool. Hun vorige cd was louter instrumentaal en men maakte gebruik
van elektronische drums. Het begin klinkt vrij heavy en tegelijk veelbelovend,
want bij Zuidamerikaanse groepen heb ik altijd toch enige reserve, vooral wat
de zang betreft. En ook hier heb ik weer enige moeite met de vrouwenstem, die
mij ondanks haar evaring weinig weet te boeien.
De cd bestaat uit 4 relatief korte nummers (max.
8 minuten) en één lang nummer van bijna 34 minuten. Muzikaal zit El Hipernauta
wel goed in elkaar met een interessante afwisseling van verschillende
instrumenten. De drummer is zeer technisch en klinkt in het begin echt stevig,
maar na verloop van tijd krijg je het gevoel dat het niet helemaal past in het
plaatje, de double bass drums komt teveel aan bod voor toch een hoofdzakelijk
progressieve cd. Toch klinkt het al heel wat beter dan op de vorige cd, maar
er zit nog progressie in.
Apocalipsis II baadt in het begin in een
donker ambient sfeertje met bijwijlen zelfs een keltisch trekje, daarna
aanzwellend om dan over te gaan in een stijl, die me vaak doet denken aan ELP
en Par Lindh Project. Ook hier weer nogal saai zangwerk, jammer want muzikaal
is dit nummer zeker niet te onderschatten.
‘Despued de todo’ is heel sterk beïnvloed
door Jethro Tull, uiteraard is het gebruik van de dwarsfluit hier niet vreemd
aan. Een leuke tune, volledig instrumentaal met de steeds terugkerende
wisselwerking tussen de instrumenten.
En dan komt het langste stuk op het album,
ingeleid door een kort klassiek stukje, waarin de heren bewijzen dat ze wel
degelijk een klassieke scholing achter de rug hebben.
‘ISIS’ bestaat uit 8 individuele nummers,
waarbij telkens hetzelfde thema wordt hernomen maar in diverse uitvoeringen.
In ‘Immensidad Total’ hoor je terug duidelijke Keith Emerson-invloeden,
aangevuld met en streepje Wakeman, ten tijde van ‘Journey’.
Secretos Divinos is een mooie ballad, soms
afgewisseld met meer up-tempo werk.
In El Viaje de Isis gaat de zangeres helemaal
uit de bocht, zoiets kan men in de studio toch verdoezelen, of niet soms?
Ik zit bij deze cd dus echt wel met gemengde
gevoelens: er staat echt wel interessante muziek, maar de zang is te zwak en
drums klinkt vaak te metal-achtig. Niettemin biedt de groep wel perspectieven,
op voorwaarde dat men gaat werken aan bovengenoemde minpunten.
|