|
-
Muzikanten:
- Neal Morse (lead vocals, piano, all synth, acoustic guitar)
Ryo Okumoto (hammond and mellotron)
Dave Meros (bass, vocals, French horn)
Alan Morse (electric guitars, vocals)
Nick D'Virgilio (drums, percussion, vocals)
- Gastmuzikanten:
- Chris
Carmichael : viool, altviool, cello
- Jim Hoke : sax,
klarinet
- Neil
Rosengarden : bugel, trompet
-
Molly Pasutti : zang (‘Open the gates part 2)
|
- Uitgebracht: 28/08/2002
- Label: Inside out / Suburban
- Catalogusnummer:
-
Totale speelduur: cd 1: 56'28'' cd 2: 58'15''
|
-
Website:
-

- Contact:
|
-
Tracklijst:
- CD 1
- Made Alive/Overture - Stranger In A Strange Land - Long Time
Suffering - Welcome To NYC - Love Beyond Words - I'm Sick - Devil's
Got My Throat - Open Wide The Flood Gates - Open The Gates Part 2 -
Solitary Soul - Wind At My Back
- CD 2
- 2nd Overture - 4th Of July - I'm The Guy - Reflection - Carie -
Looking For Answers - Freak Boy - All Is Vanity - I'm Dying - Freak
Boy Part 2 - Devil's Got My Throat Revisited - Snow's Night Out -
Ladies And Gentleman Mr. Ryo Okumoto - I Will Go - Made Alive/Wind
At My Back
|
|
Cd van de maand september 2002 |
|
|
Een moeilijke bevalling, deze nieuwe van Spock’s
Beard…de tijd zal wel uitmaken of we hier met een absoluut meesterwerk dan
wel met een doorsnee SB-album te maken hebben. Voor één keer laat ik het
oordeel aan de luisteraar, want die heeft steeds gelijk. Zo simpel is het.
Laat me nu even subjectief wezen en stellen dat dit
conceptalbum (een dubbelaar, of wat dacht u ?) tot dusverre het meeste
extreme album van The Beard is. De groep (of moet ik zeggen : Neal Morse)
verkent nieuwe terreinen (met Alan Morse in een hoofdrol) en dat is alvast
een positief gegeven. Maar het feit dat Morse zich vrij recent bekeerd heeft
tot het christendom (hij heeft zelfs een christelijk platenlabel uit de
grond gestampt) impliceert tevens dat de algemene teneur van ‘Snow’ vrij
religieus geïnspireerde muziek bevat, en dat is misschien minder prettig
nieuws voor de fan (en dat blijf ik tot nader order…). Niet dat religieuze
drijfveren noodzakelijk tot artistieke bloedarmoede leiden (of omgekeerd ?),
dat niet, maar het is wel duidelijk dat het speelse karakter van The Beard
(toch wel één van hun sterkste punten, vind ik) plaats heeft moeten ruimen
voor een meer ernstige verkenning van hun muzikale spectrum. De vergelijking
met ‘The Lamb lies down on Broadway’ vind ik in dat opzicht veel te
vergezocht. Maar nogmaals, de tijd zal wel uitmaken of dit wel het ultieme
Beard-album is of niet.
Seek
for yourself, dear friends…
‘Snow’ is de centrale figuur op deze dubbelaar. Wie
of wat hij (zij ?) is laat ik even in het midden, want jammer genoeg beschik
ik niet over de teksten om hierover te kunnen uitwijden. Feit is wel dat de
centrale figuur een uitgesproken religieuze/spirituele tweestrijd met
zichzelf moet leveren om uiteindelijk tot innerlijke rust te komen.
Het begint, in muzikaal opzicht, alvast erg
veelbelovend… een sobere intro, gevolgd door een
mijmerende bugel, met dreigend gedonder op de achtergrond…en dan
barst de hel los…’Made alive/Overture’ is een feit ! Hier en daar vang
je echo’s op van ‘All of the above’, en voegt een scheurende sax
halverwege het nummer een nieuwe dimensie toe aan Spock’s music, maar
luister vooral goed naar het slot…en geniet met volle teugen van het
fenomenale drumwerk van Nick D’Virgilio. Het hoofdzakelijk akoestische
‘Stranger in a strange land’ heeft
een licht oosters tintje meegekregen… klinkt vrij goed, maar weinig
verrassend. Ook het rockende ‘Long time suffering’ heeft weinig nieuws
in petto, maar de meerstemmige zangpartijen maken veel goed en ik meen deze
keer een vleugje ‘Tommy’ van The Who te horen (ik vermoed ‘Sparks’).
‘Welcome to NYC’ (neen, zeker geen ‘Back in NYC !) is een stevige
rocker, die het helse ritme van de grootstad perfect weergeeft, maar daarmee
lijkt alles gezegd…op een mooie outtro na, met Neal Morse op piano.
‘Love beyond words’ is een rustig nummer, met een adembenemend mooi refrein…en een klassiek stukje piano van
Morse als toetje. Het up-tempo ‘The 39th street blues’ beschikt over de
juiste hooks (inclusief sax !) om het nummer naar een hoog niveau te tillen.
Wat niet gezegd kan worden van ‘Devil’s got my throat’, een erg banale
stamper, weliswaar met fraaie meerstemmige zang (alweer …) aan het eind
van de song. Het daaropvolgende kwartet (‘Open wide the flood gates’,
‘Open the gates part 2’, ‘Solitary soul’ en ‘Wind at my back’)
kun je als de eerste ‘epic’ beschouwen, want de 4 nummers vloeien
naadloos in elkaar over. Onvervalste SB van het zuiverste karaat, lekker
voer voor de ‘die hard’ Beard-fanaat dus. Met name het tweede gedeelte
zal behoorlijk wat water langs de mondhoeken naar beneden laten vloeien.
Maar vooral het bloedstollend mooie ‘Solitary soul’ is misschien wel de
beste SB-song ooit : prachtige melodielijnen, afgewisseld met knappe
solo’s van Alan Morse (die overigens niet enkel cello speelt op dit
nummer) en eindelijk mooi georchestreerde passages, ingevuld door een
handvol strijkers…hier hebben we lang op moeten wachten. ‘Wind at my
back’ lijkt wel ‘CSN&Y goes EO’ (onze Nederlandse lezers weten
allicht wel waar ik op doel) maar wordt live ongetwijfeld een topper met een
bijzonder hoge meezing-factor. Ongeacht Neal’s religieuze overtuiging,
wordt dit een knaller van formaat, let maar op.
Tijd voor een break is er niet, want het tweede luik
van deze dubbelaar opent erg avontuurlijk en laat een groep horen die zich
op het terrein van The Flower Kings begeeft. ‘Second Overture’ is een
lekkere brok symfo, met alweer een verrassende interventie op sax. ‘4th of
July’ is het meest Beatles-getinte nummer op ‘Snow’. ‘I’m the
guy’ dobbert wat stuurloos rond, maar deint mooi uit. ‘Reflections’ is
een erg melodieus nummer, met heerlijke mellotron en een prachtige outtro
met enkel piano en akoestische gitaar…tevens de intro van het ronduit
schitterende ‘Carie’, een meeslepende ballade met erg mooie zang van
Nick D’Virgilio. Christopher Cross heeft met ‘Sailing’ ooit al een
poging ondernomen om de ultieme ‘ballad’ te schrijven, maar deze is nog
mooier. Als songwriter schat ik D’Virgilio minder hoog in, getuige daarvan
het matige ‘Looking for answers’. Het is misschien een mooi gebaar van
naastenliefde van de heer Morse, maar voor mij hoeft het niet. Het stevige
‘Freak boy’ houdt zich nog enigszins overeind dankzij de vette
gitaarklanken van broer Alan en de pompende bas van Dave Meros. In ‘All is
vanity’ vang ik alweer echo’s op van ‘Tommy’, maar vanaf de
synthsolo is het echt genieten geblazen. Morse’ eerbetoon aan
achtereenvolgens Keith Emerson en Tony Banks is bijzonder geslaagd. ‘I’m
dying’ onderscheidt zich vooral door het zware gitaarwerk van Alan Morse,
het pakkende refrein en het uitzinnig symfonisch slot. Wat volgt zijn 2
reprises van respectievelijk ‘Freak boy’ en ‘Devil’s got my
throat’, allebei voorzien van extra keyboards. ‘Snow’s night out’ is
een lekker swingend nummer (mét blazers) maar dé vreemde eend in de bijt
op dit album is ‘Ladies and gentlemen, mister Ryo Okumoto on the
keyboards’. Alleen al qua titel staat dit nummer in schril contrast met
het overige materiaal. Live zal het wel potten breken (doet Okumoto altijd,
eigenlijk) maar het is toch een moeilijk te vatten muzikale zet van Morse.
Even terugschakelen met ‘I will go’, een meer vertrouwd SB-nummer maar
wel duidelijk religieus geïnspireerd. Maak vervolgens de borst wat nat en
schraap de stembanden, want het moment van zingen met de armen in de lucht
is aangebroken : ‘Maybe alive again’ zorgt even voor een oponthoud maar
met de reprise van ‘Wind at my back’ zal de Goede Heer zich even in
progland begeven : Hallelujah !
Tja, ‘Snow’ zal toch wat emoties losweken, denk ik.
Wie dacht dat Morse al in 1994 het Licht aanschouwd had, zal even de
wenkbrauwen fronsen. Maar vergeet vooral niet dat er heel wat te genieten
valt op deze dubbelaar. ‘Snow’ bevat songs die tot de allerbeste van de
groep behoren en zeker uitnodigen tot verdere exploratie. Ook het verweven
van diverse thema’s in verschillende nummers vind ik uitermate geslaagd.
Maar gun dit dubbelalbum vooral wat tijd, want het is even wennen.
Toch stel
ik me wat vragen bij de richting die de groep lijkt in te slaan, iets wat
ook al door het cd- hoesje gesuggereerd wordt. Afwachten maar…
Bespreking: Piet "Neal" Michem
|